+ 0 - 0 | alleen dit artikelNet als in de film
'Blue in the face' is een film. Een praatfilm. Eén van de gesprekken gaat over iemand die zich verbaast over het gebruik van pistolen in films. Dat gaat zo: Ze schieten net zo lang tot er geen kogels meer uitkomen, kijken dan een beetje verwart naar de loop en smijten het pistool weg. Alsof het niets kost. Je zou verwachten dat je wat zorgvuldiger om zou gaan met iets dat gauw een paar honderd dollar kost. Maar nee. Ze gooien het weg.Die film kwam uit 1995. Sindsdien let ik altijd op wat ze met hun pistolen doen in films. Het zijn vooral gangsters die het doen. Het is namelijk een gebaar. Als iets of iemand niet doet wat de gangster wil, dan krijgt iets of iemand ervan langs. Het pistool wil niet meer, het krijgt ervan langs. Zelfs de computer-animatie-gangsters in Grand Theft Auto worden kwaad op lege pistolen. Dat doen gangsters nu eenmaal en ook in het echt, want moderne gangsters hebben ook dvd-spelers met gangsterfilms en straffen hun pistool zoals het hoort. Alhoewel ik me afvraag of de politie allemaal lege pistolen vindt als er ergens een schietpartij is geweest.
Nog eentje. Mannen in films pakken altijd een biertje uit de koelkast. Ze worden echter nooit suf van dat biertje en dik worden ze al helemaal niet. Dik zijn ze al niet trouwens, integendeel, ze zijn voorbeeldig afgetraind. Waar ze dat vandaan halen is niet duidelijk, maar al die biertjes hebben in ieder geval geen enkel effect. Hetzelfde geldt voor ijs en liefdesverdriet bij vrouwen. Sowieso hebben ze altijd een emmer ijs in de vriezer staan voor het geval ze liefdesverdriet krijgen. Dat is al raar, maar wel een aanwijzing. Check bij aankomst in her place altijd even de vriezer. Als de emmer er staat, weet je wat er van je verwacht wordt. Want waarom, in godsnaam, zou je er anders een emmer ijs op nahouden.
Lekkere pizza's zijn in mijn leven vrij zeldzaam. Ik heb uiteindelijk wel een aardige dealer gevonden die me voor een euro of acht goede en redelijke warme waar komt brengen. Maar dat is pas sinds kort. Over het algemeen zijn pizza's voornamelijk gesmolten kaas. Ik vreet het wel op hoor, maar ik lust ook magnetron mi-hoen, dus dat zegt niets. Goede pizza's zijn een unicum. Desalniettemin, in alle films en series die ik ooit zag, kan ik het mij niet heugen dat er ooit iemand was die een bestelde pizza niet te vreten vond. De Gilmore Girls kijken zelfs een paar keer per week een filmpje op de bank. Met een pizza. En chips. Ook dat kunnen ze blijven vreten zonder ooit hun droomfiguur te verloochenen.
'Ik heb voor vanavond een film gehuurd'
'Welke?'
'Dirty Dancing en The English Patient'
'Oh! Te Gek!'
'Goed hè'
'Heb je Pizza?'
'Ja'
'Chips?'
'Ja'
'Frisdrank?'
'Ja'
'Op mij kan je rekenen'
Wat is dat trouwens met die Gilmore Girls dat ze nooit een nieuwe film kijken, maar altijd nog maar eens een oude. Doen vrouwen dat?
+ 0 - 0 | alleen dit artikelRust roest
Ik woon in een tranendal.Het straatje is hooguit zestig meter lang. Met 8 oneven adressen voorzien van monumentale geveltjes en achtertuintjes op het zuiden. Het is op loopafstand van het station, op een steenworp afstand van het centrum, aan het stadspark op de vestingwal, met zeeën van parkeerruimte en tegelijkertijd heerlijk rustig en stil. Het is warm in de winter en redelijk koel in de zomer. Een dakterras. Een schuur. Vrij uitzicht achter het huis op mooie hoge bomen. Geen overlast. Altijd fluitende vogeltjes.
Niet slecht hè? Voor een tranendal. Vind ik ook. Maar ik moet er maar eens een eind aan maken, voor ik ook slachtoffer word van de verzadiging. Het zijn namelijk kleine huisjes. Voor mensen alleen of eeh.. ja eigenlijk alleen voor mensen alleen. Achter het laatste nummer schuilt het grootste huisje met het grootste tuintje. Er woont een vrouw met ongelijke benen en ze heeft waarschijnlijk in haar vroege jeugd een keer heel lelijk gekeken toen de klok twaalf uur sloeg. Ze hinkt haar lauwe voorkomen een paar keer per dag de stad in en voor de rest gluurt ze door de ramen. De koningin van ons tranendal.
Voor haar is het te laat en voor mijn beide buren ook ben ik bang. De buurvrouw woont al jarenlang gelukkig alleen. De buurman heeft zojuist zijn allerlaatste poging vruchteloos gestaakt. Zijn huis stond anderhalf jaar te koop voor veel te veel geld. Domme makelaar. Nu kan ik het te koop zetten en ik denk dat ik het maar ga doen voordat ik het ook allemaal wel goed vind. Verbouwen kan niet, meer boekenkasten kan niet, kamer veranderen kan niet.. alles kan niet. De innovatie is voorbehouden aan zij die relaties hebben. Of ze hebben kinderen of ze hebben twee inkomens en ruimte nodig. Zij worden gedwongen door te gaan, te sleuren aan hun geluk, te werken aan ruimte en te zoeken naar rust. Zij die geen relaties hebben vinden het op een gegeven moment wel goed.
Ze hebben een ritme en een dak boven hun hoofd. Ze hebben werk en ze hebben een tv. Ze hebben tuinmeubelen en een goed bed. Maar ze hebben bovenal weinig zorgen. Het huis kunnen ze immers prima betalen, ze hoeven met niemand samen te leven en ze hebben geen kinderen. Als je niet ziek wordt, kan je eigenlijk geen zorgen meer hebben. Je voelt je vrij, maar je zit muurvast. Je denk dat je rust hebt, maar je runt je eigen verpleeghuis. Je hebt het voor elkaar, maar het is voorbij.
Veel te negatief natuurlijk, ik hoor het jullie denken. Ik weet wel beter. Stilstand is achteruitgang en hier in mijn tranendal rent men keihard achteruit. Het wordt niet beter, het is mooi geweest. Een groter huis heb ik niet nodig, een andere plek is volledig overbodig. Ik woon prima centraal en ik kan alles lopend af. Ik heb zelfs regelmatig mensen over de vloer. Maar het is mooi geweest. Je moet er toch niet aan denken. Rust en overzicht. Alles onder handbereik. Alles onder controle.
Sodemieter op! Daarom sterven alleenstaande mensen eerder dan mensen met een relatie. Dat heeft niets met geluk te maken, maar meer met een gebrek aan stress. Tegen de tijd dat je 60 bent, is je onderbewustzijn het wel zat. Afbouwen en sterven. Beter dan de vijftig jaar volmaken in dat kleine kuthuisje.
Dit tranendal is prima om te wonen, maar na 6-7 jaar moet je wegwezen. Anders word je één van degenen die het wel best vinden. Die het allemaal wel gezien hebben. Dat zal mij niet gebeuren, anders word ik wel heel gauw oninteressant. Dat lijkt me zo erg. Oninteressant zijn. Dat wil ik niet.
Heel erg. Echt. Dat lijkt me heel erg.
Huisje kopen?
+ 0 - 0 | alleen dit artikelMinder blij met..
'Even apebekken kijken' zeg ik altijd voor ik bij mijn neef op zoek ga naar de Viva. Ik word niet heel erg warm of koud van dat blaadje. Toch staan er meestal wel wat leerzame dingen in over vrouwen. Veel emotionele shit om over te slaan, maar ook artikelen over de aantrekkingskracht van foute mannen, de g-spot, sex met sokken aan en bindingsangst. Weet ik allemaal allang natuurlijk. Je moet echter de kennis fris houden en je moet je kunnen uitdrukken in hedendaags jargon. Bijhouden dus, innoveren! Daarnaast vraag ik me af waarom niemand de rubriek Anybody in boekvorm uitgeeft. Heeerlijke rubriek. Naakte mensen over hun naakte lichaam. Ik kan het niet missen, ik lees die rubriek altijd.De apebek. Elke vrouwelijke columnist heeft zich wel verwonderd over piemels. Dat is namelijk hartstikke Chicklit. Mannelijke columnisten schrijven weinig over kutten. Dat heeft ook een beetje iets ranzigs denk ik, het is not done en bovendien heeft Jan wolkers daar al veel van zijn literatuur aan gewijd, dus het is niet echt onontgonnen. Waarom zou je nog? Dicklit is immers niet zo interessant, want laagdrempelige verhaaltjes over man-zijn hebben geen lezerspubliek. Wij hebben sportkantines en kijken liever plaatjes.
Ineens was er de apebek. Een aantal maanden geleden sloeg ik Viva op en las Anybody. Of ik keek er eigenlijk naar. De afgebeelde hoofdloze vrouw die ik zag had een merkwaardige vulva. 'Moet je zien' zei ik 'Het lijkt wel een apebek!' Treffender had de omschrijving niet kunnen en we schoten in de lach. Het was echt een hele vrolijke aap.
In de rubriek wordt de hoofdlozen altijd gevraagd waar ze minder blij mee zijn. Dat zijn meestal borsten en billen bij de vrouw en buik of voeten bij de man. Zoiets. Dat kan niet kloppen. Er zijn maar weinig mensen tevreden over hun genitaliën. Of is dat een mannending? Die apebek leek me in ieder geval niets. Gezien haar totale lichaam, stemde deze tot grote ontevredenheid.
Maar je leest het nooit! Iedereen is altijd tevreden. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke hoofdlozen lopen met de raarste zaakjes rond, maar niemand klaagt. Behalve over hun voeten of hun knieën. We zijn immers allemaal hartstikke 'in touch' met onze sexualiteit en tevreden over ons geslacht. We zijn sexueel bevrijd. Niet tevreden zijn is taboe. Tevreden zijn moet. Jezelf accepteren moet. Anders krijg je een eetstoornis. Net als van sex genieten, dat moet ook. De Chicklit ten spijt moet ik constateren dat vrouwen niet de enigen zijn die weleens slechte sex tegenkomen. Het is niet altijd genieten geblazen en bevrijd zijn we allerminst. Genieten! Jaja, de taboes zijn gewoon omgedraaid. Er wordt nog steeds heel veel niet gezegd. En dat is maar goed ook want écht bevrijde mensen, zonder remmingen en taboes, die mensen zijn een beetje eng.
En het is prima hoor, als je tevreden bent, zolang je jezelf niet voor de gek houdt vind ik het best.
+ 0 - 0 | alleen dit artikelHyper
Ja, het is warm hè, dan gaat alles eventjes langzamer en de tijd gaat sneller. Voordat je het weet is het middernacht en had je wel tien verhalen in je kop, maar vond de tijd niet om ze op te schrijven. Gelukkig is er wel tijd om te lezen. Op het strand kan je namelijk prima lezen en in de tuin ook. Maar schrijven gaat op zulke plekken niet. Schrijven moet ik aan een tafel doen, met een toetsenbord. Dus las ik de afgelopen week drie boeken uit. Twee waar ik al ooit aan begon en één van Jacob. Ik lees namelijk altijd in allerlei boeken tegelijk. Eén in mijn rugzak, één in mijn strandtas, een paar naast mijn bed en nog één op de salontafel. Man, man, man ik ben me daar toch een partijtje erudiet.Wie Jacob is? Een vriend. Denk ik. Ja, een vriend. We hebben namelijk meer dan genoeg samen meegemaakt, ik kom op zijn verjaardag en hij belooft altijd op de mijne te komen. Jacob schrijft boeken. Onder andere. Ergens in 1997 debuteerde hij met Para! en deed er 8 jaar over om met een tweede roman te komen. Jacob van Duijn, zo heet hij en zijn nieuwe boek heet Hyper.
Aan het begin van het boek staat dat alle personages fictief zijn. Daar ben ik niet zo zeker van. Het zit namelijk zo, Jacob, ik en nog drie anderen hebben ooit een bedrijf gehad dat best een naam mocht hebben gedurende de internethype eind jaren negentig. Dat was niet zomaar wat, want er was toch wel een groot deel van Nederland dat aan onze voeten lag. Onze voeten die allang niet meer in schoenen stonden, maar wij vonden van wel.
Als je echter voor meer dan de helft van je 150-koppig personeelsbestand een vliegtuig huurt en naar een feest in Malmö vliegt in het derde levensjaar van je bedrijf en dat ook nog eens de normaalste zaak van de wereld vindt, dan kan je op je klompen aanvoelen dat er iets niet in de haak is.
Maar ja, klompen hadden we ook niet aan.
Misschien dat ik nog wel eens een kistje verhalen opentrek, maar Jacob deed al een aardige duit in het zakje met zijn nieuwste roman. Het boek gaat over Diederik Lamb die als een ware Koning Midas alles in goud kan veranderen door te vertellen dat alles in goud verandert. Als je maar internet gebruikt. Of erover praat. Ondanks dat het in geen geval zoden aan de dijk zet voor geen van de grif betalende klanten, blijven Diederik en de zijnen op handen gedragen worden. Diederik keert zich op een gegeven moment dus maar als een echte Jim Morrison tegen zijn eigen publiek, maar ook dat helpt niets. Alles wordt afgedaan met een fiks 'zo gaat dat nu eenmaal'. Als er een boek was met westerse zakelijke aforismen, dan telde het één pagina. 'Zo gaat dat nu eenmaal' ..dat zal er op die bladzijde staan. Als laat-twintiger kan je dat echter helemaal niet bevatten en het gaat flink de mist in. Alhoewel het verhaal fictie is, is het eigenlijk nergens overdreven.
Lees het maar. Ik was erbij. Van elke wending uit het boek kan ik je waarschijnlijk wel een parallele anecdote uit de werkelijkheid vertellen. Die uitdaging durf ik wel aan en ik gun Jacob een succesvolle tweede roman. Bovendien, als jullie het een leuk verhaal vinden, dan heeft die periode toch veel nut gehad. Wij zijn er in ieder geval heel wat wijzer uit gekomen.
Typ maar eens 'netlinq' in het zoekvenstertje op www.emerce.nl. Dan begrijp je misschien een beetje wat ik bedoel. Of vraag het Maurice de Hond. Die heeft eigenlijk maar één zinvolle investering gedaan met Newconomy. In Netlinq. Dat dan weer wel.
Zo'n 4 jaar na dato bevat ik pas een heel klein beetje wat er toen eigenlijk is gebeurd.
+ 0 - 1 | alleen dit artikelZonderland
Waarin Peter een kaart van zijn moeder krijgt en
de avond een onverwachte wending neemt
Waarin Peter een kaart van zijn moeder krijgt en
de avond een onverwachte wending neemt
Mijn moeder heeft uit Frankrijk een ansichtkaart gestuurd met een foto van een koe. De foto is zwart/wit, maar voor een koe maakt dat niet zoveel uit. Op de achterkant staat - naast een kus - een gedicht van Daan Zonderland:
Een biefstuk is gewoonlijk
afkomstig van een koe
Als je een biefstuk pijn doet
zegt een biefstuk boe
Als een biefstuk hinnikt
bij onverwachte pijn
Dan zal er hoogstwaaschijnlijk
iets niet in orde zijn
Mijn moeder hield van nonsens-dicht, of liever nog ze houdt ervan. Ze las het altijd voor. Net als Het Schaap Veronica, van Annie M.G. Schmidt. Het ligt mij nog vers in het gehoor. John O'Mill schreef ook nonsens dicht. In een klein blauw boekje staat mijn favoriet: Sint Dracus en de Joor. De laatste zin van dat gedicht is onbegrijpelijk, ook als je de woorden weer goed zet. En dan was er Daan Zonderland - een Groningse schrijver - die boeken schreef over Jeroen.
Elk hoofdstuk begon met twee korte zinnen. Over wat er gaat gebeuren. Lekker overzichtelijk. Mijn moeder las zomaar vier hoofdstukken voor. Door dat vele voorlezen loopt ze nog steeds rond met flarden jeugdvermaak die zomaar ongeschonden op een ansichtkaart terechtkomen. Opgeborreld door een foto van een koe. Ik weet zeker dat ze met de juiste prikkel pardoes een paar foutloze Schapen Veronica citeert. (zonder Annie geen pardoes natuurlijk, maar dit terzijde).
Moet je wat mee doen mam. Vintage is hartstikke in. Misschien een bloemlezing of rijm uit eigen kop?Dan wacht ik hier ondertussen op die onverwachte wending.
Spannend.
.. (more)
+ 1 - 0 | alleen dit artikelCro Magnetron man
Of ik kan koken. Ja, natuurlijk kan ik koken. Vissticks. Bloemkool. Pasta. Coq au Vin. Ik draai er mijn hand niet voor om. Iglo. Kan ik ook koken. Hartstikke makkelijk. Ik kan het met verse groenten en met groenten uit blik. Ik kan het met soep en met ovenschotels. Hartige taarten. Tortilla's. Zelfgemaakte pizza. Broodje braadworst. Ham/prei salade of gerookte kip met feta. Geen probleem, ik kan wel koken. Of je bedoelt dat ik misschien een beetje zo kook als de televisiekok van Born2cook? Nee. Dan niet. Dan kan ik geen ei bakken. Dan kan ik zelfs niet eens een waterkoker aanzetten. Dat is geen koken, dat is bloemschikken, maar dan met eten. Met eten van de Allebert Hein.Want dat is het concept hè, ze doen het voor de supermarkt. Dat hebben wij natuurlijk niet door, maar het is wel zo. Gewoon een heel programma reclame. Tell Sell met Koks. Kokken die het vreten o-zo-mooi op een bordje krijgen. De kok in kwestie was vorig seizoen een onuitstaanbare neger, die alleen maar kon zeggen "...dan doen we hier gewoon een beetje...". En dat om de vier zinnen. Idioot. Nu hebben we een nieuwe man aan het fornuis. Caspar Bürgi. Op de foto fier te vinden met fusten groenten op de markt en gedoemd tot het promoten van vleesproducten in piepschuimen bakjes door het zo goed mogelijk op een bord neer te leggen naast één of twee blaadjes groente.
De man zelf is niet zo goed gelukt. Zijn haar is te vet en wordt in model gehouden met olijfolie. Een modern model welteverstaan, lekker plakkerig langs zijn kop gekamd. Hip. En altijd twee shirts over elkaar aan. Eéntje met lange mouwen (liefst wit) en één met korte mouwen (liefst groen) erover heen. Schortje om zijn middel (die worden gemaakt door Inge Schoonderbeek, enig toch, ze heeft een site waar je ze kan bestellen, zo vermeldt de site van born-twee-cook). Topkokkie hoor, die Caspar. Je kan met hem op cursus in Frankrijk. Leuk.
Ik ben echter Cro Magnetron man. Genoemd naar mijn vindplaats in de keuken (naast de magnetron) en veroordeeld tot het opeten van eten. Ik heb geen kookeiland, geen kelder, geen kruidenrek, geen grilpan, geen schalen, geen oven, geen foodprocessor, geen sla-wapperaar, geen halve citroen, geen sesamolie, geen pompoenpitten, geen schone handdoeken en vooral geen uren de tijd. Wat kan het mij verdomme schelen dat je een sausrand op een bord maakt met drie schijfjes lente-ui en wat verse bieslook. Wat doe ik dan met de rest van de bieslook en de lente-ui? Juist! dat vreet ik op onder het koken. En op mijn donkerbruine servies ziet niemand wat van dat randje saus. Ik zie vooral de - tien centimeter diepe - resterende laag saus in de pan die ik nog drie dagen op mijn brood zal eten. En ik schil geen tomaten.
Cro Magnetron man weet exact hoeveel tijd er zit tussen thuiskomen en op de bank de eerste happen wegslobberen. Gilmore Girls begint om half zeven. De eerste twee minuten leiden in, dan komt de tune en die tune duurt 20-30 seconden. Genoeg om de verpakking van de stoommaaltijd (met drukventiel) af te trekken en het in de magnetron te zetten met de doezelaar op 12. In de eerste commercial break zijn de twaalf minuten voorbij en kieper ik de maaltijd op mijn donkerbruine bord. Een vork is genoeg om de hapklare maaltijd (minstens 150 gram groente) naar binnen te scheppen.
Daarna kan ik uit alle macht televisie kijken.
+ 1 - 0 | alleen dit artikelDe ontbijtzaal
Een nieuw huis. Een nieuwe vloer. Een nieuwe tuin. Een grotere keuken. Een heel groot bad. Nieuwe buren. Nieuwe schuur. Nieuwe lamp. Nieuw plafond. Meer ruimte. Meer licht. Meer kamers. Meer parkeerplaatsen. Meer mogelijkheden. Alles schoon. Alles vers. Alles fris. Alles zoals je het hebben wilt.Vorige week gooide ik een oude badkamer op de puinhoop. Gisteren ontdeed ik een kamer van drie lagen behang die als verlijmde jaarringen de tijdgeest van toen weergaven. Vandaag schepten we vier wagens vol aarde en reden dezelfde hoeveelheid in zand weer naar binnen. Als tegenprestatie werd ik gevoederd, een bijzondere nuttige beloning voor een vrijgezel mag ik wel zeggen. Zojuist zag ik mijn afwas staan. Van woensdag. Sindsdien heb ik geen winkel meer gezien.
Mijn huis is een hotel. Het heeft een bed, een douche en een wasbak. Op de begane grond is er een lobby met teevee, een leestafel met boeken, tijdschriften en strips, een lounge met muziek, spelletjes, films en een heel klein podium met wat instrumenten voor de liefhebber. Voordat je het tuintje instapt is er de kleine kitchenette, met een ijskastje, een combimagnetron en servies voor 4 personen. In de schuur staat een fiets die je kan gebruiken, een barbecue, een vuurkorf en wat tuinstoelen.
Vanmorgen schoot ik een paar kleren aan en liep naar de ontbijtzaal. Die is even verderop, langs het park de brug over, rechtuit, rechtdoor en dan aan de overkant. Voor een broodje kaas, een broodje ei en twee kopjes koffie. Op zondagavond bel ik roomservice, voor een lekkere pizza en een blikje cola light. Ik flip wat door het televisie-aanbod vanaf mijn comfortabele matras. De kamers hebben namelijk ook teevee. Die ook dienst doen als wekker. Ik kan de bijbel nergens vinden.
Ja, eigenlijk is mijn huis een hotel. Niet zoals de huizen waar ik bezig ben geweest. Waar straks de vloer bezaaid ligt met speelgoed, de ijskast vol zit, de afwas gedaan is en de kleren zijn opgevouwen. Waar de regelmaat samenwoont met drie of vier verschillende levens. Waar ze de tafel dekken om te eten, handdoeken opvouwen en het beddengoed strijken. Mijn gastgezinnen.
Dus ik koop geen groter nieuwer huis. Dat wordt alleen maar een groter hotel. Met een grotere lege ijskast en misschien niet meer op loopafstand van de mensen van de stationsrestauratie. Die op zondagmorgen mijn ontbijt verzorgen.
+ 0 - 1 | alleen dit artikelKom je ook?
Toevallig kwam het vrouwelijk orgasme gisteren en vandaag twee keer voorbij. Gisteren flipte ik even langs Harry & Sally in de bijna gelijknamige film en dacht meteen aan Die Scene. Harry zegt dat hij het echt wel zou weten als vrouwen een orgasme zouden faken en Sally geeft even een orgasmetje weg middenin een cafetaria. Zonder Die Scene was het bij een prima romantische komedie gebleven, nu is de film legendarisch. Vandaag zag ik in de rekken van de Ako een vrouwenblad ook reppen over het vrouwelijk orgasme. 90% faked - of zoiets, dat is in ieder geval wat er bij mij bleef hangen.Aangezien ik vandaag in de trein naar Utrecht zat en dus niet meer terug kon, moest ik flink omrijden en ben ik een eind gevorderd in een boek. Daarnaast kon ik even rustig nadenken over de orgasmes die ik wel of niet veroorzaakt heb.
Geen één
Van niemand weet ik het zeker. Het is triest, ik weet het, maar als ik heel eerlijk ben is er geen orgasme waar ik mijn hand voor in het vuur durf te steken. Aan allemaal zit een luchtje. Zo is er die ene die al na 10 seconden begint te schreeuwen, daar trap ik niet in. Of die andere die je niet aan durft te kijken, maar het wel hééél lekker vond. Jaja, geloof je het zelf? Verder ga ik hier niet over uitweiden, want het wordt een beetje vulgair zo en dat is ook weer niet mijn bedoeling.
Mijn punt is dat het enige echte vrouwelijk orgasme het gefakete orgasme is. Dat is een prima orgasme, niets meer aan doen! 90% van de vrouwen heeft zulke orgasmes en dat bevalt hartstikke goed. Geen schuldgevoelens en ingewikkelde praatjes. Calorietjes verbrand, ziektekiempjes uitgewisseld, agressie uitgesteld, proteïnen aangevuld en het landelijk gemiddelde keurig achter je gelaten. Mannetje blij, lekker slapen. Zij nog even boekie lezen. Lichtje uit, morgen gezond weer op.
Bij ons is het gewoon andersom, wij doen of we de rest van het vrijen lekker vinden. Dat is natuurlijk helemaal niet zo, maar dat doen we voor jullie! Geven en nemen, lekker rustig en lekker makkelijk. Die 10% die zeggen dat ze orgasmes krijgen, die zeggen ook maar wat. Ze hebben geen idee wat ze eigenlijk moeten voelen, ze vinden het gewoon heel erg lekker. Dat geloof ik best.
Kinderen geloven in sinterklaas en mannen geloven hun hele leven in het vrouwelijk orgasme. Het doel mag duidelijk zijn. Kinderen zijn elk jaar in november een stuk makkelijk er op te voeden en om mannen bij de les te houden heb je ook een mysterie nodig. Dus hopen we niet meer op een radiografisch bestuurbare auto, een drumstel of een speedboot. Wij hopen op een orgasme en doen daarvoor ons stinkende best. Logisch toch?
Of je me gelooft of niet. Een mysterie blijft het.
+ 1 - 0 | alleen dit artikel't is te erg, ik trek 't niet
Volgens mij kunnen twee werelden nauwelijks verder uit elkaar liggen als mijn wereld en de wereld van de musical. Begin jaren '90 heb ik er een stuk of wat gezien, mijn huidige vrienden weten dat overigens niet en dat laat ik liever zo. De eerste musical die ik zag was Cats in het engels, met een engelse cast. Dat betekent dat het in ieder geval een zekere romantiek heeft en dat Simone Kleinsma niet meedoet. Je verstaat er geen zak van, het verhaal ken je al wel, maar ach, er lopen lekkere wijven in strakke pakkies rond, je hebt het nog nooit gezien en de bovenste rij in Carré is best ontzagwekkend.Dan heb ik ook nog West Side Story gezien en Les Misèrables. De eerste is een klassieker en de tweede is een toneelstuk van Victor Hugo waar ik me in de derde klas een keer klassikaal doorheen heb geworsteld. 'Ca ira!', riep het volk de hele tijd in dat boek. 'Het zit eraan te komen!' betekende dat vrij vertaald en dat ging natuurlijk over een revolutie. Dat een vertaling van twee woorden frans zoveel woorden nederlands opleverde intrigeerde me mateloos, bovendien zit er een lekkere swing in 'Ca ira!'. In het nederlands is daar geen zak aan. Dat komt omdat Victor Hugo een begenadigd schrijver was die zijn woorden kon kiezen. Daarom klinkt het. Wat ze er in die musical van maakten is me niet bijgebleven, behalve dat het slecht was. Alleen Paul de Leeuw was leuk.
Sindsdien ben ik er klaar mee. Musicals zijn de allerlaagste vorm van vermaak, zelfs voetbal staat een stapje hoger op de ladder. Ik begrijp niet waarom mensen daarheen gaan. De enige reden die ik kan verzinnen is dat moeders-die-hun-opgegroeide-kinderen-wel-weer-eens-ergens-naartoe-willen-nemen verleid worden door een folder van het Circustheater die vertelt dat moeders die hun opgegroeide kinderen weer eens ergens mee naartoe willen nemen kunnen kiezen uit een viertal musicals. Niet doen moeders! Dat is niet leuk, echt niet. Niemand vindt het leuk. Je hoort hooguit mensen positief doen over een musical als ze er nog heen moeten, niet als ze al zijn geweest. Het aller-, aller-, allerergste zijn echter de vertaalde teksten.
Als 'k even 'n voorbeeld mag geven, van 't grootste euvel in vertaalde teksten is 't wel d'weglating van zoveel mooglijk lettergrepen om 't zodoende voor elkaar te krijgen dat die rommel op d'melodie past die nu éénmaal bij 't liedje hoort. Lidwoorden zijn sowieso uit den boze in d'wetenschap dat je daar zo lekker mee kan apostrof-en. Een vertaling is eigenlijk gewoon overbodig is bij een liedje als 'The Winner Takes It All', maar ze doen het toch. Als je dat vertaalt krijg je een zin die nooit in de melodie past, ook als je er wat mee apostroft, dus maken ze er 'De Winnaar Krijgt De Macht' van.
't is te erg, ik trek 't niet.
Gisteren werd Jamai uitgeroepen tot het Grootste Aanstormend Talent in de Nederlandse Musical wereld. Na het winnen van Idols en een bijbehorend hitje is hij in hoog tempo de ladder aan het afdalen om aan te landen op de begane grond van het Vaderlandsch Entertainment. Als je verder afdaalt naar de kelder, kom je alleen nog erotisch vermaak tegen. Daar kan je nog meer geld in verdienen.
+ 1 - 0 | alleen dit artikelMojo rijles
Echt waar, ik dacht dat ik dood zou gaan, dus het was alles of niets. Sinds de brugklas had ik al min of meer een oogje op haar. Dat was van verliefdheid gesleten tot een kinderachtig ik-wil-toch-hebben-wat-ik-niet-krijgen-kan. Nu zou ik echter de week erop doodgaan en was het tijd voor actie. Ik belde haar op en stelde voor dat zij twee weken op mijn autootje zou passen, dan hoefde ik hem niet in Haarlem te laten staan, waar ik destijds woonde. Daar stond hij overigens keurig, maar dat zag ik door de vingers. Zij vond het een prima plan, maar dan moest ik wel met haar mee om een avondje motor te rijden. Opzet geslaagd, ik kon tevreden zijn.Op een maandag - ik had nog drie dagen te leven - ging ik naar haar toe. Het was tegen zessen en heerlijk weer. Ik klemde een veel te kleine helm op mijn veel te grote hoofd, omdat ik op één of andere manier altijd de 'helm van de broer' op moet. Broers die tot nog toe zonder uitzondering altijd schattige kleine hoofdjes hebben gehad. Mijn kanis in een helm is dan ook de running gag in menig anekdotisch gewauwel met exen. Ik stond dus een beetje onbeholpen naast de motor, mezelf heel erg bewust van de idiote lichaamsverhoudingen die ik ongetwijfeld tentoon spreidde. Alsof ze mijn hoofd hadden uitgegumd en daarna opnieuw getekend, maar veel te klein.
'Toe dan'
Verschrikt keek ik haar aan. Toe dan wat? Zij zat nog niet op de motor en ik was in mijn leven niet verder gekomen dan een brommer in de fik steken of er keihard mee op mijn bek gaan. Je dacht toch niet dat ik..wacht even.. Dying Young, Julia Roberts en een vriendje met kanker maken er het beste van..roekeloos, romantisch en mooie dingen. Dat kon ik ook, want zoveel tijd had ik niet meer. Twee nachten en drie dagen, dat is niet veel. Opstappen dus maar, wat kon het mij schelen. Met haar armen om mijn middel legde ze uit hoe de motor werkte. Links knijpen is koppelen, rechts knijpen is de voorrem, achterrem is met je voeten maar dat hoeft niet, in je cockpit zie je de versnelling staan, je schakelt met je voet, één is omhoog, de rest naar beneden en terugschakelen vice versa.
Voilà dat was 'em.. mijn eerste en laatste motorrijles.
Ik voelde geen angst. Ik voelde alleen maar armen om mijn middel terwijl ik door de polder naar het strand slingerde. Alles ging prima. Een natuurtalent. Een traan gleed uit mijn oog. Niet door ontroering en ook niet door de wind in mijn gezicht. Het kwam gewoon door die helm die zo strak om mijn hoofd zat dat hij mij het zweten belette. In een ultieme poging het hoofd koel te houden perste mijn onderbewustzijn de oververhitting door mijn traanbuizen naar buiten. Het werkte. Ik was cool als nooit tevoren.
Langzaamaan naderden we Egmond aan Zee. De terassen gevuld, de zon brandend en met de motor kon je naast het terras parkeren. Ik liet de motorfiets langzaam naar het terras rollen tot vlakbij een tafeltje met brandweermannen die me jaloers aankeken. Dikke motor, blond meisje achterop en zij hadden die avond bij wijze van oefening de slangen uitgerold. Het biertje voor hun neus was de laatste hindernis tussen henzelf en moeder de vrouw. Een gruwelijk dilemma. Je moet je biertje leegdrinken voor het koud wordt, maar je zou het liefst nog een paar uur met dat glas doorbrengen. Mijn komst deed ze even terugverlangen naar verloren tijden en ze lachten me allemaal vriendelijk toe. Even waren we allen één en moest ik deze avond ook voor hen beleven. Brandweermannen kan je in de toekomst zomaar heel hard nodig hebben. Op mij konden ze rekenen. Met zeven brandweermannen op mijn rug stapte ik de motor af. De druk was groot. Te groot.
Zij zat nog op de motor en ik was het helemaal kwijt. Ik hield het stuur nog in mijn handen, maar twijfelde met welke hand ik moest knijpen. Dan maar allebei dacht ik, dat kan geen kwaad. Dan komt het goed. Met mijn rechterhand kneep ik de rem in, of de koppeling dat wist ik niet, en doordat ik kneep draaide ik met mijn duim het gas vol open. Nu stond ik dus met een jankende motor in mijn handen, een verschrikt meisje achterop, zeven brandweermannen machteloos op het vinketouw en een kinderhelm op mijn kop naast een overvol terras op een zwoele avond in Egmond aan Zee. Er moest iets gebeuren.
Welke hand moet ik nou loslaten? Vroeg ik mij af. 'Doe iets' schreeuwde mijn onderbewustzijn, 'over drie dagen ben je toch dood!'. Inderdaad. Ik liet een hand schieten. De verkeerde. De motor stond in zijn eerste versnelling en ik had de koppeling losgelaten met het gas vol open. De motor schoot de lucht in, de brandweermannen vielen van hun stoel en zij viel van de motor op de grond. Ik hield het. De motor sloeg natuurlijk meteen af - in mid air - en ik hield het. Ik liet de motor niet los, maar liet hem op zijn achterwiel stuiteren en rolde hem in een vloeiende beweging terug naar zijn uitgangspositie. Alsof het zo hoorde.
De brandweermannen klommen weer op hun stoel en zij krabbelde overeind. Ik overhandigde haar triomfantelijk het stuur, met daaraan de motor uiteraard en trok met een zuigend 'ZOEMP' de helm van mijn hoofd. Ik speurde naar een lege plek en het hele terras gaapte mij aan. Maar ik was cool. Toen ik me naar haar terugdraaide was ze in een verwoede poging verwikkeld om de motor in bedwang te houden. De motor was te zwaar en zij had hem onverwacht overhandigd gekregen. Ze dreigde nu te bezwijken onder het gewicht van haar Stalen Ros. Galant hielp ik haar uit haar benarde positie, parkeerde de motorfiets en nam haar mee naar een leeg tafeltje.
De ruwe motorbolster die aan het tafeltje voor ons zat draaide zich naar me om. 'Zeker je eerste keer?' vroeg hij retorisch. Ik knikte triomfantelijk. 'Goed gehouden' zei hij en draaide zich terug. Verderop beet een huisvader me toe: 'Misschien moet je nog maar eens een paar lessen nemen!' en keek me verwijtend aan. Ik glimlachte vriendelijk. Hij moest eens weten en bovendien ga ik bijna dood dus wat moet je nou. De koffie smaakte goed, maar mijn cool begon af te nemen. Langzaam maar zeker raakte ik mijn mojo kwijt. De kop en schotel rinkelden in mijn trillende handen en ik bestelde gauw een biertje.
'Zal ik maar terugrijden?' zei ze. Dat leek me een heel goed idee. Zonder mojo kon ik die motor nooit ongeschonden thuis krijgen en het restje mojo dat ik nog had kon ik beter aanwenden voor een tongzoen of iets dergelijks. Bij de stoplichten stonden we te wachten toen de brandweermannen in hun rode busje naast ons stil kwamen staan. Mijn eigen supportersbus. Vrolijk stak ik beide duimen omhoog naar de joelende mannen, dat had ik nooit moeten doen. Ik verspeelde mijn laatste restje mojo voor de stoplichten van Egmond aan Zee. Het licht sprong op groen en ze trok stevig op. Aangezien ik met mijn duimen in de lucht achterop zat zou ik onherroepelijk van de motor af donderen als ik niet snel iets zou doen.
Mijn rechterarm zwaaide naar haar middel in een uiterste poging, maar ik had geen grip. De hand gleed omhoog tot ik houvast vond bij haar rechterborst. 'Auw mijn tiet!' schreeuwde ze duidelijk hoorbaar. Ik trok me naar haar toe en verborg me in haar nekje. Dat lukte niet. Ik was weliswaar niet gevallen, maar mijn mojo was verdwenen. Die avond zou ik niet verder komen dan een tiet. De brandweermannen schaterden terwijl wij de Zeeweg naar Heiloo in scheurden. Daarna was de avond heel snel voorbij. Ik begon alleen aan de één-na-laatste nacht voor mijn dood. Een beetje tevreden was ik wel en volledig uitgeput viel ik snel in slaap terwijl mijn hoofd stilletjes aan zijn originele vorm weer aannam.
(ps. ik ging niet dood, maar ik dacht van wel. we gingen met het vliegtuig naar Jakarta, zeventien uur vliegen en daar zag ik erg tegenop. het leek me onmogelijk dat een vliegtuigmotor zeventien uur achter elkaar kon draaien zonder uit te vallen of kapot te gaan, dus dat ik dood zou gaan stond vast. vogels vliegen. niet mensen. vogels)
+ 0 - 1 | alleen dit artikelOverburen
De voordeur klemt zodra het buiten meer dan 10 graden celsius wordt, vooral rechtsonder en wel zodanig dat er aanvankelijk geen beweging in zit tot opeens de deurlijst zich gewonnen geeft en de deur open schiet. Er klinkt dan een luid 'ahum', een geluid dat alleen klemmende deuren kunnen maken. Hij plant zijn voet tegen de sponning en trekt de deur zo stil mogelijk open. Dat lukt op een klein kuchje na. Daar zal niemand van opkijken. Hij moet wel door de voordeur om kans te maken ongezien in het park te komen. Als hij achterom zou gaan was dat zeker twee keer zo lang. Bovendien moet hij dan twee keer linksaf en dat betekent twee keer meer kans om iemand tegen het lijf te lopen. Alhoewel hij geen moordenaar is en ze hem waarschijnlijk ook wel geloven, wil hij eerst orde op zaken stellen. Daarom moet ze naar het park.Eerst keek hij links en rechts naar de paar huizen die zijn straat rijk is. Niemand te zien en nergens brand licht. Dat zegt niets, maar hij moet het er maar op wagen. Hopen dat iedereen de slaap kan vatten en niet op onverklaarbare wijze precies op dit moment uit het raam gaat kijken. De straat is prima verlicht, iedereen zal hem herkennen en ook zien wat hij aan het doen is. Hij draait zich om, pakt haar benen en schuifelt achterwaarts naar buiten. Haar hoofd glijdt keurig mee tot het uiteindelijk opzij rolt van de hoge granieten drempel op de straatstenen. Hij schrikt van het geluid. Hij wordt misselijk. Het geluid van een hoofd dat hard op de stenen valt doet zijn maag omkeren. Nu ligt ze buiten.
Snel trekt hij de deur dicht en sjort het lichaam over zijn schouder. Nog twintig meter en dan is hij in ieder geval van het lijk verlost. Niemand kent haar hier en het duurt wel een tijdje voordat de rechercheurs in de gaten hebben dat hij wel erg dicht bij de vindplaats woont. Twee weken zeker en meer heeft hij niet nodig. Hij kijkt het park in. Links struikgewas en rechts water. Tijd om te graven heeft hij niet en de vele honden die in het park uitgelaten worden zullen het lijk al hebben gevonden voordat de winkels opengaan. Het water dus maar. Een paar stoeptegels zouden haar in ieder geval een paar dagen onder water moeten kunnen houden. Hij draait zich om en ziet tot zijn ontzetting een jonge boxer vrolijk op hem aflopen, opgewonden door de geur van bloed die ongetwijfeld voor een hond opmerkbaar is. Hij moet snel handelen want zijn baasje kan elk moment opduiken.
(het zit namelijk zo, als je rijk wilt worden moet je spannende verhalen schrijven, als dat een succes wordt kan je toch al gauw een miljoentje royalties per jaar opstrijken, vandaar deze poging tot een spannend begin, als iemand een plot weet dan delen we dat miljoen okee?)
+ 0 - 1 | alleen dit artikelArnie is een lul
Gisteren heb ik een aflevering van de serie 'Edele Delen' gezien. Het is een serie die wordt gemaakt door Arnie a.k.a. Reinout Oerlemans - de kroonprins van de TV-show. De reïncarnatie van Ivo. (Ivo is niet dood hoor, hij zit tegenwoordig in het theater!). Het is een serie van zeer bedenkelijk niveau.Het ging over De Penis. En er kwamen allemaal mensen aan het woord die verschrikkelijk bezig zijn met De Penis. Hoeveel er uit De Penis komt bij een ejaculatie en wat ze lekker vinden met De Penis of met die van een ander. Allemaal hadden ze een Zuid-Nederlands accent. Is dat omdat ze in Brabant niets anders te doen hebben dan De Penis? De meesten zaten naakt in een stoel te vertellen dat ze bijvoorbeeld elke dag klaarkomen of nog nooit zoiets fantastisch lekkers hadden gedaan als pijpen. Er was er één die het nodig vond om te vertellen dat hij De Penis elke dag nauwlettend verzorgde. Wat een kutprogramma.
Okee, ik ben ook penisdrager en ik denk regelmatig aan mijn penis. Of met mijn penis. En de rest van de tijd loop ik erachteraan. Maar ik ontken dat gewoon. Slachtoffer zijn van je eigen testosteron is niet iets om trots op te zijn. Vind ik. Net als bijvoorbeeld gepraat in de slaapkamer. Dirty talk. Getver. Als iemand al aan de zin "vind je het lekker als .." begint, zoek ik naar uitvluchten. Dat vind ik zo genant. Gelukkig veins ik een slechte knie, want ik kan soms wel een excuus gebruiken. Terzijde.
Het kan eigenlijk best een aardig programma zijn, bedenk ik me nu. Een programma van een uur over de penis. Niet plat en niet met mensen die je ook zomaar op straat over hun penis beginnen te vertellen. Maar met gewone mensen en zonder zwart/wit pornoshotjes ertussen.
Niet met mensen die geronseld zijn op parenclubs en in dierenwinkels. Mensen die uit zichzelf vragen of ze niet naakt geïnterviewd kunnen worden. Mensen met stomme tatoeaties. Mensen met lang haar en geschoren zijkanten. Mensen die zich altijd overal scheren.
Mensen die 'tongue in cheek' opmerkingen maken zonder een tongue in hun cheek. Mensen die hun schaamte zover voorbij zijn dat ze zichzelf vanuit de verte alweer op de rug zien. Mensen die hun baardjes in figuren scheren. En wijdbeens op stoelen zitten met hun handen in hun nek terwijl ze meesmuilen over hun Penis. Wandelende zonnebanken. Meneren met piercings die zeggen dat ze klaarkomen uit twee gaatjes. Lachend.
Eigenlijk waren alleen de drie jongens van 18, 20 en 21 leuk. Die moesten nog gniffelen, proesten en elkaar aanstoten. Waarschijnlijk waren zij de enigen met een sexleven dat nog enigszins leuk, lekker & gezond is. Eigenlijk waren ze de enigen die een normaal leven én een sexleven hadden.
De rest had alleen maar een sexleven.
