Warm bord medicijnen

Mijn keel is verrot. Sinds afgelopen donderdag al, toen begon het. Het was een ontsteking, want donderdag was ik na het trainen al flink gebroken en vrijdagmiddag ben ik eerder naar huis gegaan omdat ik langzaampjes instorte. Dan moet het wel een ontsteking zijn, want van een loopneus of een schorre keel word je niet moe. Van een gevecht met een ontsteking wel. Balen. Het zou leuk worden in de stad.

Ik heb van drie tot zeven op de bank gelegen, maar om acht uur was ik present op het koninginnefeest. Met Ibuprofen, Paracetamol en Citrosan achter mijn kiezen en vier strips Trachitol in mijn achterzak. Het gaat wel. Paar biertjes erbij en zo van de rest zien we morgen wel. Het gaat goed. Je weet dat het goed gaat en je weet dat je in de maling wordt genomen. Drie hoeraatjes voor moderne geneeskunde en het geboden krediet op je eigen welzijn. Alles wat ik nu niet wil voelen stel ik uit tot morgen. Doe mij maar een sigaretje.

Ik strompel rond half vijf over mijn eigen drempel. Na een vruchtenloze bedelsessie een appartementje verderop. Nouja vruchtenloos, beetje wijntje drinken was welgesteld het enige waar ik echt toe in staat zou zijn geweest. Eerlijk gezegd. Eerlijk was er allang niet meer bij natuurlijk. Glaasje Martini? Lekker gadverdamme. 'Je moet Carbasalaat proberen' zegt ze. Wat? Klinkt als een Duits bijgerecht. 'Goed voor je zere keel.' Met zes sachets nieuwe valse hoop keerde ik huiswaarts.

Zaterdag. Inclusief Carbasalaat kon ik niks van de dag maken. Doe geen moeite met honing in de thee, ik giet het zo in mijn keel. Ik probeerde nog drie spa roodjes op het plein. Onzin. Ben maar gauw naar huis gegaan voor een warm bord medicijnen.

Precies genoeg om vandaag op het veld te verschijnen. Een beetje wit, doch zonder kleerscheuren de wedstrijd doorgekomen. Gauw naar huis. Even een kijkje genomen op het Internet. Carbasalaat. Wat is Carbasalaat... Hartmedicijn. Wat!? Ik kreeg vanmiddag van de voorzitter van de voetbalclub ook al hele vage pijnstillers toegestopt, die werkten echt goed. Zei hij. Toch maar niet. Nu blijk ik hartmedicijnen in mijn keelpijnremmende cocktail te hebben gestopt? Lekker.

Oh. Gelukkig. Niet alle Carbasalaat is hartmedicijn. Het is soms ook gewoon zelfzorg anti-pijn medicatie. Nouja, ik maak nog wel een kopje thee met een paracetamolletje. Komt het vast wel goed.

Kriebels

Het is lente. Een meisje vlijt zich tegen de bar. Ze heeft haar naam om haar nek hangen en bestelt bier. Wat maakt het ook uit, ik ben dronken, ze ziet er goed uit en het is lente, tijd voor stoute schoenen. 'Hoi Merel! Hoe is het?' Ze kijkt me verbaasd aan tot het tot haar door begint te dringen. Ze kijkt omlaag en ziet haar naam tussen haar borsten glinsteren. In gouden woonwagenletters. Lachend kijkt ze weer omhoog en zoekt mijn blik. Die ligt helaas nog hopeloos tussen haar borsten begraven.

Het contact is echter gelegd. Beter, want ik had zojuist vijftien minuten staan praten met twee meisjes van 17. Over hun vakkenpakket. Meer gedronken dan ik dacht.

Merel vist mijn blik tussen haar borsten vandaan en begint een praatje. Ze zit op school. Heao weet-ik-veel en ze houdt van weet-ik-veel. Achttien jaar. Ben ik in een paar minuten toch een jaar opgeschoten. Deze zit in ieder geval niet meer op de middelbare school en ze heeft stemrecht. Hier durf ik nog wel mee te praten. 'Met wie ben je hier?' 'Met mijn moeder' en ze wijst naar een vrolijke veertiger die staat te hupsen op de muziek met een vaas bier in haar hand.

Het is lente. Het broeit meer dan een maand geleden. Onmiskenbaar. En al die succesvolle en prachtig mooie vrouwen van rond de dertig die maar geen vriend kunnen vinden, omdat die zogenaamd niet tegen succesvolle vrouwen kunnen? Waar zijn die? Of kunnen ze niet op zondagavond i.v.m. hun carrière? Of komen ze niet in de kroeg? Zij hebben nu toch ook lentekriebels? Net als ik? Bestaan ze eigenlijk wel? Ik geloof er niets van.

Mijn gedachten gaan uit naar al de mij aangeboden dates. Goedbedoeld. Door kennissen. Kennissen van kennissen. Collega's. Ex-collega's. Vrienden. Mijn zus. Zelden echt een succes. Blijkbaar is dat de weg. De enige weg. Daten. De kans dat je wat leuks oppikt met uitgaan lijkt wel erg klein. Je wordt er ook steeds onverschilliger van. Omdat alle leuke meiden verstopt zitten achter de geraniums of het uitgaan in de kroeg hebben verruild voor theaters, kookcursussen en concept-restaurants. Of gezellig eten bij een vriendin. Daarom. De meiden die wel naar de kroeg gaan zitten in een andere levensfase. Ze boeien me niet. Of maar op één manier.

'Ik ga,' zeg ik. Merel houdt me tegen. 'Waarom ga je? Het is toch gezellig?' 'Ach, ik moet morgen weer aan het werk, het is laat en het is mooi geweest.' Merel is licht gepikeerd. 'En als ik nou zou zeggen dat ik met je mee wilde? Naar bed? Dan zou je wel blijven hè!'

Ja Merel, dan wel. Daarom ga ik maar snel.

Fameus duo

Het fameuze duo van SBS shownieuws gaat weer in de helikopter om over het huis of liever gezegd het landgoed van een bekende Nederlander te vliegen. Het fameuze duo. Joop paparazzi en Ellemieke Vermolen. Schitterend. Joop zegt drie zinnen en Ellemieke twee woorden.

'Daar is het landgoed van Joop van den Ende met die grote vijver'
'Mooi!'
'Het lijken wel zes huizen, maar het is er maar één'
'...'
'Ik denk dat dat het wel zes-en-een-half miljoen euro kost'
'Nee!'

Voila. Dat was onze fameuze duo.

Zeg nou zelf. Dat is toch prachtig?

Te Koop

Vroeger zullen hier ongeveer de stadsmuren hebben gestaan, maar ze zijn in de loop der tijd met de grond gelijk gemaakt. Wat resteert: een vestingwal en een rustig straatje, met de open kant richting binnenstad en de doodlopende kant uitmondend in het park aan de Singelgracht. Prachthuisje met het juiste formaat voor deze entourage. Indeling: beneden de woonkamer en in het verlengde ervan de open keuken. Verder: badkamer, separaat toilet, hal, en provisieruimte. Op de eerste verdieping, onder het schuine dak twee (slaap)kamers met dakkapel en (net als op de vliering daarboven) de nodige bergruimte. Meer heb je ook niet nodig als je alleen of met een bescheiden gezelschap wilt leven. Achter deze knusse, maar goed onderhouden en moderne tussenwoning ligt een tuin gesitueerd op het zuidwesten. Bovendien, voldoende parkeervoorzieningen direct achter de woning.

http://www.teer.nl/huis-detail.aspx?id=599

Alles wat mannen boeit

Aap is de nieuwe tieten. Zegt je niks hè? Ik zal het uitleggen. Het is een oude reclamewet dat als je het niet meer weet dat je dan gewoon maar een advertentie met blote tieten verzint, want dat is altijd goed. Het maakt niet uit of het ergens op slaat. Lekkere wijven met blote tieten. Tegenwoordig hebben we echter een geraffineerder recept voor succesvolle reclame en dat is gewoon iets met een aap. Een aap is altijd goed. Maakt verder niet uit of hij een functie heeft, een aap is lachen en dus is de reclame goed. Dus aap is de nieuwe tieten.

Neem Pepsi Max. Een aap achter het stuur van een taxi. Lache. Slaat verder nergens op, maar het is leuk en het blijft hangen. Duidelijk zo toch? Een aap kan ook. Zo conludeerden een vriend ik vorige week op een reclamefeestje. Een feestje met veel tieten en nog veel meer apen overigens.

Maar nu ik de nieuwe Playboy heb gekocht voor de hondjes van Bridget en voor alles wat mij boeit, kan ik er niet omheen. Er is geen surrogaat voor naakte wijven. Tieten winnen van apen. Ik kocht ook meteen maar de nederlandse versie van de Sports Illustrated badpakken editie, met 18 pagina's gemijmer van Mart Smeets erin. Als hij het straffeloos mag propageren, wie ben ik dan om deze boekjes links te laten liggen. Ben ik een verheven intellectueel? Zijn er mensen die denken dat ik dat soort boekjes niet aanschaf? Heb ik wat beters doen? Nee, nee en nog eens nee. Het is lente en ik heb een brok in mijn keel. Tien topmodellen op het strand in witte bikini's. Ik fantaseer. Ik pink een traantje weg. Ik ben volmaakt gelukkig.

Man zijn is zoo makkelijk. Af en toe moet je je daar maar niet al te veel tegen verzetten.

99% water

'Je moet aan je vetpercentage werken, net als A. een beetje lopen ofzo'. Dat zei mijn trainer me gisteren.

En bedankt. Hoe komt mijn fragiele lente-ego dat nu weer te boven? Lente is niets voor mensen alleen. Gedoe met zwembroeken en andere zomermode, dat is lente. Alles wit en doorzichtig. Kloterige stofjes die mijn lichaamsbouw niet verdragen. Naden die de spanning van mijn dagelijks gedraaikont niet kunnen houden.

Mijn lente-ego hè. Dat is van 21 maart tot ongeveer een maand of twee daarna. Dan zitten de feromonen in de lucht. Mannetje moet paren. Dus mannetje moet opvallen. Mannetje moet mooie kleren. Mannetje komt erachter dat al zijn lichte kleren van vorige zomer niet van bonte was zijn te onderscheiden. Mannetje moet nieuwe kleren. Mannetje gooit maar liefst 9 vuilniszakken met ouwe kleren weg. Mannetje moet aan zijn vetpercentage werken.

Van de winter had ik trouwens ook allemaal mooie kleertjes gekocht. Wol. Mooi. Kreeg ik ook complimentjes om. Kan ik nu weggooien of ik kan een barbiepop kopen. Die past ze nog wel denk ik. Ik vind het zo'n onzin om een was te draaien voor drie truien, dus gaat de wol mee met de rest. Ik was 5 keer per maand. 1 keer wit en 4 keer van alles. Van alles is dus ook wol. Wol kan eigenlijk weg, maar was duur. Dus wol hangt loos in de kast. Maar mijn machine zit altijd vol. Idioot principe.

Ook heb ik een roze t-shirt. In wat voor was dat moet weet ik niet. Roze was? Het is een trainingshirt, waarvan twee getrouwde vrienden van mij er ook één hebben. Dat zou je eens naast elkaar moeten zien. Zij blinken daadwerkelijk de pan uit, elke training weer. Was na was na was. Ikke niet. Alles goed en wel met de Metro man en Zij die Geëmancipeerd zijn, maar vrouwen kunnen écht beter wassen hoor. Dat vind ik niet, dat constateer ik. En ik ben heus wel geëmancipeerd.

Oja, mijn vetpercentage!

Ach. Sodemieter op, ik ga voetbal kijken.

Water is nat

En dat is het moment dat je weet dat je elkaar niets meer te vertellen hebt. Dat ze nog een meisje was, was ze één van de leukeren op de werkvloer. Pittig ding met ondeugende oogjes. Deed alsof ze reuzeblond was en haaide zich van plek naar plek. Het geld glad achterna. Geeft ook niets, ik hou er wel van. Beetje vingerwinden. Er is nu echter een kotertje uit gerold, dat maakt haar vooral nog voor één man aantrekkelijk. Toch zie je dat gemakkelijk door de vingers op een dansavond. Op het moment echter dat ze het waagt de moeder alle clichées te gebruiken, weet ik meteen genoeg.

'Nou Peet, ik kan je één ding zeggen: Alle Clichées Zijn Waar!'

Gatverdegatverdamme. Weg! Ik moet haar z.s.m. dumpen voor ik de rest van dit oninteressante geprevel moet horen. Natuurlijk zijn alle clichées waar, nogal wiedes! Dat is toch het wezen van de clichée? Dat verbaast me ook helemaal niet. Alles wat leuk aan haar was is subiet verdwenen. Ze was ambitieus, spannend, sexy en verassend. Nu ben je niets meer.

Ik heb niets tegen moeders en ik heb niets tegen kinderen. Ik heb niets tegen ouders noch gezinnen. Ik heb iets tegen dom ge-ouwehoer, dat niet als dom ge-ouwehoer bedoeld is. Gewoon gezwam vind ik schitterend, maar mensen die verklaren dat water nat is of ijs koud en zeker degenen die beweren dat clichées waar zijn alsof ze me iets heeel belangrijks vertellen. Die mensen hebben gauw afgedaan. Dat soort dom ge-ouwehoer stoort me enorm.

Samen met dat kind heb je ook meteen maar al je originaliteit en logica eruitgeperst. Het grootste clichée van jonge ouders. Volledig overdonderd door alles waar ze lang voor zijn gewaarschuwd en voorbereid. Oprecht geschrokken dat het allemaal waar blijkt.

Wat had je dan gedacht?

Nuchter

'Oei, even praten? Dat voorspelt weinig goeds...' Lang hoefde ik niet na te denken over het sms-bericht, ik was meteen tevreden. Send. Toen ik haar e-mail had gelezen wist ik het al, het hing in de lucht. Ze mailde: 'Ik denk dat we binnenkort ff moeten kletsen'. Er stond nog wat. Deed er niet toe. 'Zie je wel! Dat dacht ik toch!' dacht ik tegen mezelf. Nuchter ben ik hè. Doet me niks.

Het is de overcompensatie, daar merk je het aan. Ik mis je dit en ik mis je dat en ik wou dat ik bij je was. Het voelt zo goed. Je kan lekker zus en je ruikt lekker zo. Allemaal ongetemde passie. Tsja. Of we hebben Romeo & Juliet opnieuw uitgevonden, of we doen maar al te graag alsof. Bovendien teveel gedronken.

Je past prima in elkaars plaatje en toch niet genoeg.

Raar om aan de andere kant te staan. Ik weet meteen hoe ik niet zal reageren. Ik had ooit een vriendinnetje dat meteen verschrikkelijk kwaad werd toen ik haar over de telefoon vertelde dat het uit was. Ze kwam verhaal halen. 'Je zei vorige week dat je me miste! Ik snap het niet! Waarom liet je niets merken!' Tsja, waarom. Dat wist ik ook niet. Ik was aan het overcompenseren, dat voelde ik wel, maar waarom?

Ik ben wijs en nuchter, niet kwaad. Overcompenseren is heel gewoon. Symptomatisch voor mensen die een gevoel willen forceren dat ze niet hebben. Of niet genoeg. Overcompenseren gaat vaak gepaard met afschrik wekken. Je voelt aan je water dat het einde nadert, dus doe je vast een boekje over jezelf open. Dat je nu eenmaal mensen wegjaagt en altijd met je werk bezig bent. Zulke dingen. Dat ze dat vast weten, dan schrikken ze niet zo.

'Nou, ik laat me niet wegjagen! Ik blijf wel bij je'. Dat waren de legendarische woorden van de enige stalkster die ik eens tijdens de seks per ongeluk wat liefs in haar oor fluisterde. Shit, dat heb ik geweten. Maandenlang. 'Verdomme accepteer het nou, ik laat je gewoon gaan.' Dacht ik bij mezelf. 'Get over it!'

Ik doe het. Ik accepteer wat ik toch niet kan veranderen. Simpel. 'Dat ging makkelijk!' moet ze gedacht hebben. Een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn die haar geen strobreed in de weg legt. 'Sorry, dat ik het zo per telefoon uitmaak'. Zei ze. 'Maakt niet uit, joh!' Zei ik. Eén en al begrip.

Maar je liegt dat je barst, dacht ik. Dat deed je kennelijk de hele tijd al. Was er überhaupt ergens iets van waar? Romantische flauwekul. Ik ben alweer helemaal klaar met vrouwen. Dubbele bodems met dubbele bodems.

...

Bah, word ik toch nog kwaad.

Lieve Boeken

Het is zo veel te saai op maandag. Al mijn boeken smeet ik eruit, want dan heb ik meer ruimte. Beter voor de verkoop van mijn toch al kleine huis. Mensen houden niet van boeken, ze houden van ruimte. Nu heb ik ruimte zonder boeken. Geen zak aan. Duurt minstens tot augustus.

Mijn boeken waren goed gezelschap. Er is er eentje die àlles weet van passie en verliefdheid en er is één die weet van het verschil tussen vijf verschillende religies. Er is een oude statige die aardig wat van de Franse revolutie weet en ook één die alles weet van Marco van Basten. En een ander over Willem van Hanegem of het wk74. De gebroeders Van de Kerkhof. Een heel jaar Heerenveen. Franz Kafka.

Anderen kunnen weer hele mooie verhalen vertellen van dingen die voorbij gaan of de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Van krassen in het tafelblad en het verdriet van België. Op weg naar het einde van de avonden verlang ik naar Philip en de anderen. Allleen al het geluid van Zijn naam of van Maria Lecina, zouden me verlichten als koude gedichten. Hersenschimmen zijn het maar.

Nu kan ik niks niemand vragen en niemand vertelt me een verhaal, of zelfs een heel klein stukje. Niemand laat me plaatjes zien met ijzeren geduld, zolang als ik zelf vermag de aanblik te genieten.

Een enkel boekje nog staat er alleenig bij. Het kijkt me treurig aan. Uit pure machteloosheid.

Graag zou het me vermaken, maar kent maar één verhaal.

Een verhaal misschien voor morgen, voor nooit of volgend jaar.

Maar niet voor vanavond.

Dat ligt ik weet niet waar.

Gerard Reve

Hij is dood. Gisteren. 82 jaar. Dat maakte Matroos Vos deze morgen bekend. Hij is overleden aan dementie. Ben je dan zo in de war dat je vergeet je lichaam aan te sturen? Ja hè? Bah. Ik vind Reve een leuke kerel. Ik vond Reve een leuke kerel. Vooral een leuke schrijver misschien. Ach. Hij geloofde in god. De dood leek hem misschien wel gelukkig. Maar ik ben geen expert.

Droom
Vannacht verscheen mij in een droomgezicht mijn oude moeder,
eindelijk eens goed gekleed:
boven het woud waarin zij met de Dood wandelde
verhief zich een sprankelende stilte.
Ik was niet bang. Het scheen mij toe dat ze gelukkig was
en uitgerust.
Ze had kralen om die goed pasten bij haar jurk.

(1962)

Gevonden op nader tot Reve. Heb ik niet zoveel aan toe te voegen. Er zijn mensen die zich al hun hele leven laten obsederen door de Schrijver Reve.

Ik doe dat nog maar even.

Oma en de boterhammen

Als ik de pan van het fornuis laat kieperen en mijn gebakken eitjes omgekeerd op de grond liggen, maar de boterhammen van vorig weekend schieten net uit de broodrooster en meer brood of eieren heb je niet in huis, wat doe je dan?

Juist. Trouwens, ik ben toch gezond. De keuring is terug en mijn cholesterol is 5,3 mmol/l (norm<6,5), ijzer van 8,7 mmol/l (norm 8,1-10,7) en ik heb een goede white blood count. Mijn witte bloedlichaampjes waren in aantal: 5,6/nl (norm 4,0-11,0). Dat is goed, want in ziekenhuisseries worden ze altijd heel zenuwachtig van een high white blood count. The cancer is back! Zoiets is er dan meestal aan de hand.

Dat is net als pressure drops. Dat betekent dat mensen een inwendige bloeding hebben, maar dat geeft nooit want er is altijd wel een onervaren arts-assistent-zenuwelijer-figuur die z'n vinger in het gaatje stopt. Ik hou van ziekenhuisseries. Niet van ziekenhuizen en al helemaal niet van naalden, maar wel van series. Grey's Anatomy is te gek.

Afgelopen week heb ik geleerd dat ik heel veel op mijn oma lijk en dat ik altijd dezelfde verhalen opnieuw vertel. Dat wist ik al, want mensen die veel vertellen vertellen ook veel hetzelfde. Ik vind dat nooit erg, dan luister ik gewoon nog een keer. Mijn vrienden ook. Mijn collega's niet. Die schieten in de lach. Niet dat dat niet mag, maar ik weet zeker dat iedereen het weleens doet. Het is echter onvermijdelijk waar dat ik een bepaald verhaal over mijn oma altijd vertel. Van de boterhammen.

Oma en de boterhammen.

Maar dat vertel ik een volgende keer. Nu ben ik alleen benieuwd of ik twee jaar geleden bij mijn vorige keuring ook liep te zaniken over white blood count. Dan moet ik even hiernaartoe.

Ja dus. Shit. Ik zeg echt altijd hetzelfde.

Preventieve medische keuring

Het is alweer twee jaar geleden dat ik werd gekeurd. Toen was ik gezond. Nu ook. Er zijn kleine verschillen:

- Ik werd gewogen op 93,5 kilo. Dus dat is zwaarder dan ik was;
- Mijn bloeddruk was 80/115 en dat is gewoon bijna hetzelfde.

Er zat geen suiker, eiwit of een enkel roed bloedlichaampje in mijn plasje. Dat is goed. Nu krijg ik enkel nog de uitslag van mijn bloed. Kijken of mijn cholesterol goed is gebleven.

Dan kan ik er weer twee jaar tegenaan.

Gaat het jochie?

Vanmiddag heb ik mijn vader gebeld om hem te vertellen dat zijn moeder is overleden. Vlak voor ik het nummer draaide bedacht ik bij mezelf dat het best raar is om je vader te vertellen dat zijn moeder dood is. Ik moet er niet aan denken dat iemand mij belt om te vertellen dat mijn moeder dood is. Maar mijn moeder is nog niet geschikt om te overlijden, dus dat is wel wat anders.

Oma lag al een paar dagen op sterven. Een heus sterfbed. Een bed met allemaal mensen erom heen. Leuk hoor, al die mensen. Allemaal familie. Nichtjes, ooms, tantes en honden. Er zijn altijd veel honden in de familie. Het was dus best een gezellig sterfbed. Mag je dat zeggen? Dat hoort zeker niet? Nouja, ik vond het in ieder geval gezellig. Oma vast ook. Ze was niet echt in coma, maar ook niet echt niet. Zo gaat dat dus. Een natuurlijke dood.

Oma dacht vast bij zichzelf: 'Ik ga mooi niet dood. Nu is het net zo gezellig...ik wou alleen dat ze wat harder praatten, want ik versta er niks van'. Dinsdag was het al slecht. Vandaag was het pas over. Dus je kan me nog meer vertellen, maar ze hield nog even goed vast. Alsof de zuster het zei. 'Goed vasthouden mevrouw Hoekstra'. Luid en tehuiselijk. Het zijn daar lieve mensen.

Het viel mij dus eigenlijk mee. Zo'n sterfbed. Na negen-en-tachtig jaar is het mooi geweest. Het is op. Oma is dood. Nu ik het zo intyp is het wel wat zwaarder. Als ik eraan denk heb ik het niet zo zwaar. Als ik het opschrijf wel een beetje. Ik ben blij dat oma de adem niet meer naar binnen hoeft te teugen, maar gewoon nog één keer uitblies. Blij meer dan verdrietig. Of eigenlijk tevree.

Mijn zussen en nichtjes kunnen het veel beter. Echt verdrietig zijn. Ze kunnen het ook goed samen. Ikke niet. Ik ben misschien wel een slecht kleinkind. Mijn andere oma heb ik de laatste jaren voor haar dood nooit meer gezien. Ik vond het eng. Een sukkeltrutje. Dat was ik. Bang van verdriet. Als ik toen een weblog had gehad, had ik voor u ook een stukje geschreven hoor. Echt waar. Sterker nog. Ik zal het nog wel eens doen.

Dat beloof ik.

Maar deze oma vond me vast geen slechte kleinzoon, misschien wel niet de beste, maar vast geen slechte. Oma vond namelijk altijd alles goed. Oma's begrijpen veel. Het was een leuke oma.

Nu ineens heb ik last van zwellende tranen. Dat komt omdat ik mijn vader vandaag vader noemde en hij mij jochie. Ik was ineens een heel klein ventje. Wat je altijd blijft voor je vader. En je moeder. Een leuk klein ventje.

Dat is voor mijn vader nu ook definitief voorbij.

Want oma is dood.

Leve oma.

Powered by Pivot. RSS Feed & ATOM Feed