Plus

In de trein lag een blaadje. Plus magazine. 'Ruim 1,4 miljoen lezers' staat op de voorkant. Zozo, dat is bijna 10% van alle Nederlanders, denk ik bij mezelf. Dat betekent dat alle oude mensen dat blaadje lezen. Niet sommige, nee allemaal. Ik geloof er niks van. Natuurlijk kan ik ook wel verzinnen dat ze met lezers doelen op iedereen die mogelijkerwijs in aanraking met het blaadje zou kunnen zijn gekomen, leesmappen inbegrepen, maar het blijft stom. Ze bedoelen dus eigenlijk dat er wekelijks 1,4 miljoen mensen naar de kapper gaan.

Het is voor oude mensen hè. Plus. Vol problemen voor oude mensen. Bent u vermoeid? Dat kan uw schildklier zijn, of kanker of apneu. Apneu is dat je denkt dat je goed slaapt, maar dat je partner klaagt dat je snurkt. 'Aha!' denk ik bij mezelf 'mijn partner!' Zouden alle 1,4 miljoen lezers van Plus een partner hebben? Lijkt me stug. Want als die dan allemaal de Plus van hun partner lezen, dan hebben we het al over 2,8 miljoen lezers! Schiet lekker op (makkelijk gaat dat hè!). Bah, ik vind dat singles ook recht hebben op apneu.

Als ik vermoeid ben is het gewoon omdat ik weer eens niets heb overgeslagen, behalve mijn nachtrust. Daarom ga ik graag met de trein. Dan koop ik een eerste klas kaartje, een halve liter koffie en laat me verassen door wat iemand anders achterliet. Om te lezen en dan in slaap te vallen.

Een eventuele Plus laat ik voortaan lekker liggen. Als u mij echter een keer ziet en hoort snurken in de zachte stoelen van de eerste klas, tussen Alkmaar en Amsterdam of Utrecht. Laat mij dan niet lekker liggen, maar maak me even wakker om te vertellen dat ik misschien wel zo moe ben van de apneu.

Een briefje mag ook, want ik heb mijn slaap hard nodig.

Ik ben verliefd

Toen ik het boek van Giphart kocht met allemaal naakte vrouwen erin, had ik niet door dat ze erin stond. Sophie. Dat boek kocht ik ook gewoon voor de naakte vrouwen, laat ik er niet omheen draaien. Daarna was er vorig jaar een WK in nederland, voor junioren. Daar was elke dag Sophie te zien. Tsjonge, dat is wat hoor, zo'n vrouw en dan in combinatie met voetbal. Nu is het Spuiten & Slikken. Van BNN. Dat programma mag ik ook graag zien. Filemon aan de drugs en Sophie aan de tafel. In het tweede seizoen ook Sander erbij. Nu is Sophie drie dingen. Mooi, voetbal, sex en drugs. Vier dingen dus.

Ik was daarom al een beetje op Sophie, maar ja het blijft een celebrity, daar moet je je hoofd niet door op hol laten jagen. Die zetten immers een imago in de markt, het is nogal suf om daarin te trappen nietwaar. Ik kijk dus vooral graag naar Sophie. Net als gisteren toen ze het laatste deel van Spuiten & Slikken onder invloed van drugs presenteerden. Sophie aan de wiet. Kneiter, helemaal de weg kwijt, lachkick en enorme pret. Wacht es! Dit was geen imago meer... Dit was gewoon echt!

Ik ging voor de bijl. Nu ben ik verliefd.

Echt een aanrader hoor, die aflevering, hij staat op het ledengedeelte van de BNN site. Laat ik nou gewoon lid zijn, dus ik heb de link er even uitgefietst. Kijk zelf maar. Het wordt tijd dat ze op de cover van de Cosmopolitan komt. Met een interview erbij.

Dat doe ik dan wel.

Niet de baas

'Ja, gisteren was ze om 2 uur al weg, liet ze ons zo alleen met de schoonmaak. Dat is toch niet collegiaal!'

Mijn stamkroeg heeft een nieuwe bedrijfsleider die zulke dingen zegt tegen het ene barmeisje, over het andere barmeisje. Niet achteraf, maar gewoon achter de bar. Wat mij betreft is hij daarom een eikel. Dat komt ook omdat hij zijn oversized overhemd altijd in zijn Edwin jeans stopt, maar hem er wel een beetje overheen laat plooien. Idioot. Edwin jeans is natuurlijk synoniem voor eikel en als baas van een kroeg hoor je dat te begrijpen.

Kroegbazen moeten ook relaxed zijn. Of lijken. Ze zijn het zelden of nooit, maar doe dan in ieder geval alsof. Als een kerel van tegen de veertig loopt te kijven over een meisje van twintig tegen een ander meisje van twintig, dan mag het duidelijk zijn dat ik de kant van het bekeven meisje kies. Ik hoor de meisjes ook weleens katten over hun baas en ook zelfs collega's. Maarja, zij zijn de barmeisjes. Van hen verwacht ik dat.

De nieuwe baas gaat mee in de roddelcultuur. Hij gaat er in op. Hij trekt zich alles aan en hij wil gelijk krijgen. Hij heeft bevestiging nodig. Wijf. Jammer, want dat zal het begin van het einde van de barmeisjes zijn. Die zoeken vast snel een andere kroeg waar een baas een baas is en niet 'one of the girls'. Ze zullen worden vervangen door jongens of waarschijnlijk iets te oude jongens met harde, ronde buiken in Edwin broeken en oversized hemden met opgerolde mouwen.

Veel mannen kunnen meisjes helaas,
helemaal niet de baas.

Ketelritme

Gebroken zit ik op het perron. Iemand zegt mijn naam, het is een voormalig zwager. Goede gozer. Zonder grenzen. Nee, echt. Hij is bij artsen zonder grenzen. Hij is op weg naar zijn werk en ik ben op weg naar bed. Als vrijgezel heb ik vaak nachtdienst. De doorzakservice. Wil je doorzakken? Bel mij! Ik zak wel mee.

Het is een beetje surrealistisch gesprek zo op het perron. Ik had namelijk al een nachtje doorzakken achter de rug. Zo van dat je donderdag en vrijdag toch vrij bent en dus woensdagavond niet te beroerd bent om even extra door te zakken. Bij mij thuis is het trouwens toch te koud. Mijn cv-ketel is kapot.

Dus doorzakken tot negen uur in de morgen en met niet meer dan een uurtje slaap nog even een toernooitje spelen. En na het toernooitje is er nog een feestavond in Noord Hollands grootste partyschuur. Waar je in een moordend tempo wordt verzopen in de roes en hitte van de vochtige massa. Verzopen in drank en transpiratie. En weer doorgezakt. Ergens in een vreemde flat.

Eerst een lekkere, stevige ochtendwandeling. Ik had helemaal geen zin in een taxi of zelfs in een lift naar huis. Zo'n wandelingetje erbij geeft het wat meer cachet. Nog even van het avontuur genieten. Ofzo. De mensjes druipen naar hun werk, de gezinnen zijn al wakker en ik wapper als een spookje langs de ramen. Ik weeg in mijn hoofd de voordelen en nadelen van reizen met de trein.

Dat je een trein kan missen is een nadeel. Zeker als je pinpas weer eens geweigerd wordt in een kaartjesautomaat, maar niet in de andere kaartjes automaat. Daardoor is het geen 8.04 meer, maar 8.05 en moet ik tot 8.30 wachten op de volgende. Het voordeel is dat ik lekker een krantje kan lezen met een flinke kop thee, een praatje kan maken met een oude bekende en in de trein kan je naar de wc. Dat is een voordeel als je naar de wc moet.

Zo verschrikkelijk nodig moest ik naar de wc moest toen ik door het dorpje naar de trein liep en bedacht dat het best raar was dat ik vele toiletten passeerde maar op geen enkele plaats kon nemen. Zo verschrikkelijk nodig dat ik bedacht dat een wc één van de allergrootste voordelen van treinreizen is en dat dat zelden als voordeel wordt aangedragen.

Samen met het handjevol forensen dat vandaag nog aan de slag gaat loop ik de trein uit. Ik moet nog steeds naar de wc. Nog even. Dan ben ik thuis. Bij mijn eigen wc. En mijn eigen bed. Even bijslapen en dan de cv-monteur bellen. Daarna lekker douchen.

Nu een dikke trui aan en een boekje lezen. Eerst joeg de stukke ketel me mijn huis uit, nu houdt hij me binnen. Handig hoor. Zo'n ketel die even het ritme van mijn leven bepaalt. Hoef ik er zelf niet zo bij na te denken. Vanmiddag is hij gemaakt.

Gaat alles weer zijn normale gangetje.

Moment

Vrolijk fietsend rij ik door de stad. Een belachelijk schouwspel, want ik rij op een vouwfiets. Ik ben nogal groot voor een vouwfiets, dus het ziet er een beetje uit als je vader op een driewieler. In de weerspiegeling van de ramen kan ik mezelf op de fiets zien zitten. Verderop rent een meisje voor me uit. Of een vrouw. Langzamerhand zie ik haar duidelijker, waarom zou ze rennen? Het is meer een vrouw dan een meisje. Een jonge vrouw. Wacht eens even. Ja, zie je wel. Ik ken haar!

Ik ken haar zelfs heel goed. Het is mijn ex. Spreek je nog van een ex als het allemaal tien jaar geleden is? Dat is toch raar dat je iemand altijd maar kwalificeert als de persoon met wie je geen relatie meer hebt? In tien jaar tijd gebeuren er toch een heleboel relevante dingen die die paar jaar samen hooguit een gezamenlijke herinnering maken? Hm. Nee het is niet raar. Ik ken haar heel goed en zij mij, ondanks het feit dat we elkaar drie keer per jaar spreken. Hooguit. Dat kan alleen maar omdat we ex zijn.

Mijn ex dus. Inmiddels fiets ik naast haar. Ze kijkt strak vooruit. Natuurlijk, want welke idioot gaat er nu ineens langzaam naast je fietsen? Mannen die dat doen zijn potentiële viezeriken die je moet negeren. Na een paar seconden zeg ik met extra zware stem: 'Moeten we elkaar zo blijven ontmoeten?' Toch nieuwsgierig kijkt ze opzij en slaakt een kreet. Hartelijk begroeten we elkaar.

Wij zijn best leuke exen met z'n tweeën.

Naar het ziekenhuis moet ze. Rampspoed. Ze is één van die types die altijd moet aanrukken bij rampspoed. Sommige mensen hebben dat, meestal mensen die al heel wat rampspoed hebben gehad. Ervaring maakt dat ze het wel kunnen behappen en geen stomme dingen doen. Ze gaan niet onbedaarlijk huilen, ze kunnen begrijpen wat de dokter zegt en ze kunnen beslissen wat er wel en niet moet gebeuren. In tegenstelling tot de ontreddering van vele anderen die maakt dat ze in de blinde routine van het ziekenhuis allemaal dingen doen die ze eigenlijk niet willen. Of andersom.

Wij deden samen ook wat rampspoed. Kom je sterker uit. Absoluut. Typisch ook dat ik haar precies op dit moment tegenkom. Doet me wel goed, omdat ik eens een keer geen infantiele opmerking maak of een zenuwachtig grapje dat de plank volledig misslaat. Doet haar ook wel goed denk ik. Sterke mensen laten weinig ruimte voor troost, maar hebben het zeker zo hard nodig. Zomaar even een moment. We hadden een moment.

Ik rij weer verder. Op mijn vouwfiets naar de garage. Mijn auto halen. En snel een beetje, want het is druk. Al weken. Typische opmaat naar de zomer. Ik ben nog steeds een vrolijk fietsend belachelijk schouwspel. Met een goed gevoel, ik had heel even wat te bieden. Hoop dat het haar allemaal een beetje meevalt.

Het kan je zomaar gebeuren.

Slachtoffer

Het rotweer scheelt mij niet zoveel, maar dat geldt voor weinig mensen. Doe maar eens een rondje blogs. Willekeurig. Het lijkt wel herfst. Natuurlijk word ik ook gek van de wind en nat van de regen. Het is zelfs erg onhandig, maar ach, ik zit vooral binnen. Ik voel me evengoed wel zomers.

Vanochtend echter werd ik opgeschrikt door de gevolgen van de stormachtige wind die de hele nacht door de stad heeft gehuild. Terwijl ik de lekkerste nacht sinds drie weken heb geslapen, ik was namelijk steeds maar ziek en zwak, heeft mijn flamingo de tuin bewaakt.

Maar hij heeft het niet gered...

Nieuwe Revu knoeiers

Echt. Ik was zeker al drie of vier minuten door de Ako aan het zwerven, op zoek naar de Nieuwe Revu. Niet te vinden, terwijl ik met toch herinner dat de Nieuwe Revu het groot niet te vermijden tijdschrift was om in de gauwigheid mee te grissen voor een paar centen. Terwijl je je naar de trein haastte. Het zal mijn herinnering zijn. Ik moest het vragen ook al wil dat liever niet. Hij stond weggemoffeld. Achter in het schap.

Cindy Hoetmer is van de HP/detijd verkast naar de NIeuwe Revu. Jammer, want de HP krijg ik thuis en de Revu niet. Bij wijze van geste wilde ik de eerste Revu kopen waar ze in stond. Beetje loos gebaar natuurlijk, maar het was een mooi doel voor deze druilerige zondag. Voortaan lees ik de columns van Cindy wel online. Ik vond er niet veel aan trouwens. Haar eerste in de Revu. Veel te mak. Maar dat komt vanzelf goed. Even de toon zoeken en dan zal het wel vanouds worden. Of vannieuws, want hetzelfde is ook maar hetzelfde.

HP doet niets mee op haar plaats. Dat zou natuurlijk een Johan Cruijf achtige actie kunnen zijn, zo van niemand speelt ooit nog met nummer 14. Ik denk echter van niet. Ze zullen wel weer hun elitaire hoekje induiken met politiek gewouwel en stukken over Kluun. Kluun is een beetje flauw aftreksel van Cindy. Vind ik. Gelukkig vond de literair recensent van HP het ook, zodat er nog wat lol te beleven was aan het nummer van deze week. Dezelfde recensent was trouwens ook niet zo'n fan van het boek van Cindy. En volgens mij de hoofdredacteur ook niet. Of misschien is het beleid dat je een nieuwe column nooit meteen na de oude start. Afijn. Vertel wat je van Cindy vindt. Staat onder de column. Even naar de site dus.

Nee hoor. Helemaal niets te vinden. Lekker in de weer daar bij de Revu. Of ik heb niet goed gekeken, maar ik kon niets vinden. Zal volgende week wel komen. Knoeiers.

Spaanse toernooien

Wie kijkt er weleens Everwood? Een serie op Net 5 over mensen die aan één stuk door een schaamteloos op zoek zijn naar een levenspartner. En dat in een tempo waarvan je hartslag letterlijk in slaap sukkelt. Dat kijk ik, want het past wel bij de zaterdagavond. Bovendien heb ik vaak geen zin om te zappen en kijk ik de hele zaterdagavond maar naar Net 5. Als behang.

Vandaag heb ik een Spaans toernooi gehad. Fanatieke Spaanse immigranten die vanuit hun Centro Espagnol de godganse zomer lang voetbaltoernooien organiseren. Onder leiding van Ramon en Pedro van Centro Espagnol IJmond doen we elk jaar mee met in ieder geval één toernooi. Een vriend van mij is Spaans. En voetbalt. Vandaar. Het was vandaag in Amsterdam.

Spaanse toernooien betekenen velden vol Spanjaarden, Portugezen, Italianen, Marokkanen, Turken, Antillianen, Surinamers en af een toe een verdwaalde Argentijn, Peruaan, Molukker of Nederlander. Bloedje fanatiek.

Spaanse toernooien betekenen kleedkamers vol rook van de barbeque die om half tien 's morgens in de fik wordt gestoken en waarvan tot na de finale om een uur of zeven broodjes chorizo en karbonade te koop zijn. Karbonade op wit stokbrood met het bot er nog in. De eerste keer kijk je raar op, maar daarna is het gewoon een goed idee.

Spaanse toernooien betekenen tirades in alle talen na de meest gruwelijke slidings die in worden gezet op alles behalve de bal. Maar daarna is er een broodje chorizo en baco. En dan gaat Pedro zingen. Misschien. Joelie niette winne, ikke niette zinge.

Spaanse toernooien betekenen gezinnen en kinderen in alle talen. En ook dochters in alle talen, behalve dan de arabische talen, want die dochters gaan niet mee. Wel heel veel Spaanse dochters, waarvan je niet snapt dat ze verwekt zijn door die kleine opgewonden mannetjes met gele vingers, pantalonnetjes, dikke buikjes en malende kaken vol chorizo.

Vandaag hebben we het toernooi gewonnen. Vorig jaar wonnen we er ook één. Donderdag moeten we weer. De avond ervoor is het feestvieren in de stad om het één of ander en op de donderdag zelf moeten we na het voetbal (van 9 uur 's morgens tot 7 uur 's avonds) naar iets dat het meeste weg heeft van een schuurfeest, omdat we dat elk jaar doen.

Daarom kan ik dus naar Everwood kijken.

Voor mijn rust.

Zomerweek

Toen ik thuiskwam lag mijn opinieblad op de mat. Die gaat over Kluun. Of eigenlijk Raymond van de Klundert. Ik haat Kluun. Kluun is voor meisjes.

Gisteren was ik op de zomerweek barbeque. De Libelle Zomerweek. We hadden namelijk een prijs gewonnen met het reclamebureau waar ik werk. Zulke zenuwachtige hoofdredactrices heb ik nog nooit gezien. Die van de Libelle en die van de Margriet. Ze waren zo zenuwachtig dat ze de naam van ons bureau vergaten te noemen. Hahaha.

Ik las dus van Kluun. Het begon meteen al over reclame. Kluun is een reclameman. En hij schrijft. Hm. Nu moet ik alleen nog een zieke vriendin (been there) en de hele dag met vreemde wijven neuken (geen tijd voor). Maar als ik dat zou doen ben ik Kluun.

Drie keer heb ik het geprobeerd, maar ik kom door dat boek niet heen. Komt een vrouw bij de dokter. Nu laat ik het maar zitten. Ik vind Kluun een vies mannetje.

Alles draait om Rita

Natuurlijk vind ik wel iets van politiek, maar ik weet er zo weinig van. Ik ben vooral niet zo moeilijk. Hirsi Ali is altijd zo moeilijk. Verdonk is altijd zo moeilijk. Wenger is altijd zo moeilijk. Wie? Wenger, de trainer van Arsenal. Die idioot die dacht dat hij zonder Bergkamp een kans maakte in finale. Of erger nog.. Hauge! De scheidsrechter. Die had de kans iets moois te doen. Geen rode kaart geven en een doelpunt toekennen, maar hij deed het niet. Hij dacht aan de regels. Dacht ie.

Pires werd gewisseld omdat de keeper dus rood had gekregen, wat hij niet had moeten krijgen. Hij nam plaats op de bank met een lamgeslagen blik in de ogen. Onmachtig en verbijsterd. Alles voor niets. Precies zoals Hirsi Ali voor de microfoon stond naast Zalm toen haar paspoort publiekelijk werd afgepakt. Pires kon het vergeten. Wij konden een mooie wedstrijd vergeten. En uiteindelijk kon Arsenal het vergeten. Alles draaide om Hauge. Een onhebbelijkheid van scheidsrechters op elk niveau. Ze willen zo graag schitteren en vooral cruciale beslissingen nemen.

Afgelopen zondag hadden wij precies zo'n scheidsrechter. Op advies van zijn grensrechter kent hij een penalty toe. 'Ja, jongens ik moet afgaan op mijn grensrechter'. Later kent hij een handsbal toe, ondanks dat de grensrechter niet vlagt en hij er zelf 50 meter vandaan staat. Het was bij een uittrap (ik ben de keeper) en de scheids vond dat ik hands maakte. Dat ik de bal dus te lang vasthield en ermee over de 16 meter kwam. Dat zag hij vanaf de middellijn. Dat kan niet. De grensrechter stond aan de zijlijn. Kon het wel zien, vlagte niet, maar toch was het hands. 'Ja, jongens ik maak hier de beslissingen'. Tuurlijk scheids.

Wat lul je nou? De ene keer maak je de beslissingen, de andere keer moet je afgaan op de scheidsrechter of 'zo zijn de regels'. Met zo'n kerel weet je meteen genoeg. Het draait niet om de wedstrijd, om goed of fout, om leuk of niet leuk of wat dan ook. Het draait om hem.

Net als Rita Verdonk. Ik schrijf niet zoveel over politiek, omdat ik het zo hypocriet van mezelf vind. Ik verdiep me er te weinig in. Dan word ik zo'n gelegenheidskatholiek (met kerst naar de kerk). Dat hoeft niet. Ik vind wat ik vind in stilte.

Maar Verdonk valt op, omdat het altijd om haar draait. Net als bij een scheidsrechter. Het gaat niet om goed of fout. Het gaat om Rita. Daarvoor hoef ik niets van politiek te weten. Wat een scheidrechter doet heet in ieder geval nog arbitrage. Het woord impliceert subjectiviteit. Dat frustreert, maar er valt mee te leven. Wat Rita doet onder het mom van wet of beleid is veel frustrerender.

Een goede scheidsrechter merk je niks van.

Korte kuur

Verplichte figuren. Hallo dokter. Kijk eens in de keel. Kijk eens in de oren. Ja, ze zitten dicht. Stiekum kijk ik op zijn scherm. Eind april, slikpijn, keelontsteking, inmiddels gekalmeerd, oren dicht, sinusitus. Dat is het allermooiste doktersjargon. Itus. Last van sinussen en ontstoken? Sinusitus. Latijnse benaming + itus is ineens een ziekte.

De dokter liet me even alleen om stokjes te halen waarmee hij mijn tong in bedwang kon houden. Gauw even in zijn boekenkast kijken. Een mooi groot groen en vergaan boek dat Pathology heet. Wat moet je daar nu mee in je praktijk? Er stonden trouwens alleen maar oude boeken en er lag een flinke laag stof op zijn instrumenten. Dokter mag wel eens schoonmaken.

'Ik schrijf een korte kuur voor'. Drie dagen. Lijkt me prima. Even niet trainen, want ik heb mijn energie nodig. Ook goed, ik doe wel even rustig aan. Korte kuur zonder trainen.

En dan nog even slikpijn. Bijzonder woord nietwaar? Zo simpel en toch zo weinig gebruikt. Een begrijpelijk jargonwoord, zo zijn er niet veel.

Dingen die voorbijgaan

Ja, zo vind ik er geen zak aan. Morgenochtend ga ik naar de dokter, want inmiddels word ik misselijk van al het doorgeslikte snot en elke keer als ik mijn neus snuit raakt mijn hoofd vervuld met de geur van bloed. Alhoewel er geen spoortje bloed te bekennen is. Dat is de druk op mijn holtes die de geur kennelijk al wel door de aderwanden weet te persen, die het bloed nog net kunnen houden.

Zou het hooikoorts zijn? Heb ik nog nooit last van gehad. Dat begint toch niet met een zere keel? En gisteren tijdens de wedstrijd op het veld had ik er helemaal geen last van. Dat lijkt me typisch een plek voor hooikoorts. Niets. Het zou toch best kunnen. Dat kan je krijgen op latere leeftijd volgens mij. B. zei dat het met sterk of zwak bloed te maken had. Ik zou zeggen dat ik sterk bloed heb, maar je weet het niet.

Het is alsof mijn oren naast mijn kop hangen. Ik heb geen zin om medicijnen meer te nemen, het doet niet echt pijn. Het is de druk. Holistisch gezien vertaalt de werkdruk en stress zich in druk in mijn hoofd. Spiritualiteit. Zou kunnen, ik geloof het niet.

Ik ben verkouden geworden en nu heb ik een ontsteking, morgen lust ik wel een kuurtje van de dokter. Hier word ik gek van. De leuke feesten stapelen zich op en ik zit een boekie te lezen en mijn huis schoon te houden voor de mensen die een kijkje komen nemen. In mijn lege huis. Ik heb godverdomme één boek.

Morgen ga ik lekker werken. En 's avonds trainen. En woensdag naar de finale kijken. Ik heb vanavond al een afspraak afgezegd. En donderdag heb ik een bbq. Met een feest. En vrijdag stappen en zaterdag ook. Zondag voor het eerst niet voetballen. We liggen eruit. Ik vind het niet erg.

Jaja, ik lees nu een boek van Philip Roth. Alleman. Over oud worden en oud zijn. Over angsten en leven. Remco Campert heeft ook zo'n boek geschreven. Dat moet schitterend zijn, maar ik vond het nog niet in de winkel. Satijnen Hart. Zo heet het. Philip kan er echter ook wat van. Je krijgt zin om te leven.

Al moet ik misschien even oppassen met het tempo.

ps. Waarom heeft iedereen het tegenwoordig over 'groots en meeslepend leven'. Ik lees niet anders. Overal. In columns, logs, reacties, interviews en artikelen. Is dat de tijdgeest? Dat iedereen ineens iets voelt bij die dichtregel uit de jaren 30. Of 40. Ik weet niet wanneer, het is van Marsman. Ik zou het voor je nazoeken, maar ik heb alleen maar boeken in dozen. Het viel me laatst ineens op. Dat is toch raar? Dat je dat meer dan gemiddeld leest? Zijn deze woorden tot een clichee geworden, of is er in ons dagelijks leven gewoon te weinig diepgang.

Ik denk het laatste. Veel te weinig diepgang. Echt. Ik wil diepgang.

En ik wil wel weer een feestje.

Tijd om te niksen

Lekker weer hè. Ja, eindelijk. Lekker op het terras. Genieten. Buiten eten. Wandelen. Glaasje rosé. Raampjes open in de auto. Slippers aan. Biertje in de tuin. Naar het strand. Een ijsje eten en misschien een patatje met. Nadenken over waar de vakantie naartoe gaat. De dagen zijn langer, de blaadjes zijn groen en de vogeltjes fluiten.

En toch vind ik die eerste warme dagen altijd heel erg wennen. Het begint al met verkoudheid, want die lijkt wel onvermijdelijk. Dat komt natuurlijk omdat je het altijd kouder is dan je denkt. Je gaat zonder jas op pad en je fietst terug als het net te koud en te tochtig is. Je doet het raam van je slaapkamer open en ligt in een winderig bed te slapen. Tegen beter weten in, maar de lente ruikt zo lekker.

Al sinds koninginnedag loop ik te rochelen en te hoesten. 's Morgens word ik wakker met een zware krakende stem en suisende oren, tegen de middag gaat het weer lekker, 's avonds ook, maar 's nachts begint het hoesten weer. Ik slaap slecht en mijn humeur wordt er niet echt beter op. Dat past weer helemaal niet bij het mooie weer. De wereld en ik lopen niet synchroon.

Het is zaterdag. Weer een mooie dag. Zit ik toch helemaal niet op te wachten? Ik moet het luik van de kruipruimte repareren. Nouja, niet het luik, maar de balkjes waar het luik op rust. Dat moest al toen ik het huis kocht. Zes jaar terug.

Als je iets zes jaar hebt uitgesteld, wat moet je dan met een mooie dag? Ik had wel hulp voor het luik, maar van iemand met een baby, dus daar kan je niet echt op rekenen. De baby is wel leuk trouwens. We hebben haar op mijn skateboard gezet en door de kamer heen en weer gereden. Quality time. En toen ging de broer van de baby huilen op een strand een paar kilometer verderop en belde een buurvrouw - die aldaar met het ontroostbare kind zat - de vader maar op. Mijn klusmakker. Weg.

Dat heb je met dat mooie weer hè. Zoveel dingen die je eigenlijk wil doen, maar voorlopig nog geen vakantie en eigenlijk helemaal geen tijd. Tijd om te niksen, dat is wat ik nodig heb. Tijd om te wassen, te strijken en boodschappen te doen hoef ik niet. Gewoon lekker alles vanzelf. Zoals een kast met frisse zomerkleren, want ik voel me een hopeloze toerist in die van vorig jaar. Tijd om nieuwe te kopen heb ik natuurlijk niet. En geen zin.

Nouja. Ik heb in ieder geval nog tijd voor zelfmedelijden.

...pfff, hèhè

Het gaat wel weer een beetje.

Kijkplezier

Temptation Island wordt gewoon gespeeld door acteurs. Heb ik horen zeggen. Daar zit wat in, want je bent natuurlijk oliedom als je denkt dat het een relatietest is. Als je alleen al besluit je daarvoor op te geven dan is je relatie failliet. En zijn de vrijgezellen de curators die de boedel verdelen. Ik geloof trouwens best dat die domme mensen er zijn.

Dat is net zoiets als rozenverkopers. Je kent ze toch wel? Die lopen in de stad met een bos rozen en vragen dan of je er één wilt kopen en je koopt die dingen noooit! Ik ook niet. En ik zie nooit iemand een roos kopen. Maar toch lopen ze er altijd, dus er moeten kopers zijn. Dat kan niet anders. Nadat ze een roos gekocht hebben, geven ze zich op voor Temptation Island. Dat denk ik.

Op het eiland staat een vrijgezel een rijmpje voor te dragen en klimt over het balkon met een roos tussen zijn tanden. Een andere vrijgezel verzorgt een romantisch diner aan het strand, waarbij hij haar de hele tijd aanspreekt met u. Van al deze capriolen zijn de dames zeer onder indruk, omdat het zo romantisch is. Dat is het niet natuurlijk, het is hooguit een nagespeelde boeketreeks. Maarja, dat is het spelletje. De paringsdans. Het draait om het dansje. Het moet. Het is een ritueel.

Beetje interesse in je werk, complimentjes maken over je haar, je kleren en je ogen. Drankje voor je kopen en praten over gevoelens. Kwetsbaarheid, kinderen, eenzaamheid en andere emo-shit. Dat is het ritueel. Net als de boot afhouden. Meisjes houden de boot af, omdat het moet. Anders zijn het sletten. Veel vrouwen zijn flink geëmancipeerd, maar niet echt op dat vlak. Terwijl de favoriete vrouw van de man toch wel de slet is. Die heeft niet zoveel dansje nodig. Gewoon een redelijk tot goed gesprek, aantrekkingskracht en de juiste timing is genoeg voor een heerlijke nacht.

Een slet is feitelijk slimmer, efficiënter en vooral heel leuk als ze aan Temptation Island meedoet. En acteurs zijn sowieso sletten.

Maakt me ook niet uit. Ik geloof alles.

Schuldgevoel

Soms duurt het wel een dag voordat er iets komt, maar dat het komt staat wel een soort van vast. Ik had ook helemaal geen zin in vandaag. Een mooie dag. Zit ik toch helemaal niet op te wachten? Ik moest het luik van de kruipruimte repareren. Nouja, niet het luik, maar de balkjes waar het luik op rust. Dat moest al toen ik het huis kocht. Zes jaar terug.

Als je iets zes jaar hebt uitgesteld, wat moet je dan met een mooie dag? Ik had wel hulp voor het luik, maar van iemand met een baby, dus daar kan je niet echt op rekenen. De baby is wel leuk. We hebben haar op mijn skateboard gezet en door de kamer heen en weer gereden. Quality time. En toen ging de broer van de baby huilen op een strand een paar kilometer verderop en belde de buurvrouw die aldaar met het ontroostbare kind zat de vader maar op. Mijn klusmakker. Weg.

Twee uur later was het toch klaar. Toen was het een mooie dag. Een dag om een boek te lezen. Het terras vond echter van niet. Dus gingen we maar naar het terras. In plaats van naar de verjaardag van het zoontje van een vriend. Maarja, ik heb ze niet. Kinderen. Ik kan kiezen. Bovendien is het een mooie dag. Ja toch? En op het terras waren weer andere kinderen van andere vrienden. Kinderen waar ik ook al eens keer had moeten kijken wat-er-niet-van-kwam. Nou kon ik dus mooi naar deze kijken en die kon toevallig heel lief glimlachen. Of het was naar de tantes achter mij op het terras.

'Waar zijn jullie?' klonk de dikke tong van de achteroom van de jarige jop. Ja, eeh, het is al acht uur. Dacht ik. Zei ik ook. Je gaat toch niet meer naar een kinderfeestje om acht uur? Ik wil het best allemaal hoor, maar het moet altijd op zaterdag. Net als boodschappen, wassen en klusjes. Ik wil nog wel een stukkie maken bijvoorbeeld, of iets lezen. Anders is mijn weekend zo kaal.

'Nouja, dan kom je toch niet. Geeft helemaal niks hoor. Vooral doen waar je zin in hebt.' (lief hè, zo is het af en toe net of ik een vriendin heb)

Tsja. Zin. Dat is het woord niet. Soms is het gewoon zo zaterdag. Van laat me lekker met rust. Dan ben ik een vriend-die-niet-komt-opdagen. Onverwacht. Ik weet het. Maarja. Dat hebben anderen ook wel eens. En wel meer dan ik.

Ik had trouwens geen kadootje ook.

Schildermeisje

'Ik vind het een hartstikke mooie trui!'

Als een aangehaalde hond kijkt een man met een baard naar het meisje. Hij pakt de sigaret die ze hem aanbiedt en brengt hem moeizaam naar zijn mond. Zij gaat door met complimentjes maken en hij zoekt het vuurtje dat zij hem voorhoudt met de punt van zijn sigaret.

'Nee, joh, echt.. je bent hartstikke opgeknapt. Je zal wel veel aandacht krijgen'

Zij is schilder. Niet als in kunst, maar gewoon als in kozijnen. Ze heeft laatst al een winkel onder handen genomen en nu is ze bezig met een andere winkel. Kennelijk doet de mond-tot-mond het goed. Blijft wel een raar gezicht, want je bent nauwelijks vrouwen gewend op de steiger. Ze is ook aantrekkelijk. Getinte huid, mooi gezicht, slank meisje. In een witte overal.

Hij heeft haar vuurtje gevonden. Zijn sigaret licht op, net als zijn ogen. Komt door al die complimenten over zijn groezelige trui. Goed wijf hoor, schildermeisje. Misschien dat ik morgenochtend ook wel een sigaretje ga bietsen.

Man met baard schuifelt door. Op weg naar zijn eerste halve liter.

Powered by Pivot. RSS Feed & ATOM Feed