Raap

'Wat lijk jij op je moeder!' Dat is gek. Ik ben ongeveer twee keer zo groot, twee keer zo zwaar en twee keer zo grof als mijn moeder, maar kennelijk doe ik haar vriendinnen erg aan haar denken. Ze hadden namelijk de cosmopolitan gelezen, het nummer met mijn artikel erin. Vragen van vrouwen beantwoord door mij. Het is alweer ruim een maand geleden.

Afgelopen zaterdag kocht ik een ijskast en van het geld dat ik niet betaalde - ik had namelijk flink afgepingeld - kon ik mooi kleren kopen. Zo zie je maar, één artikel geschreven voor de cosmopolitan en meteen mijn hoofd vol vrouwenlogica. Ik kocht dus kleren. Uitverkoopies. Eén shirt kon ik niet laten liggen met het oog op de verjaardag van mijn moeder de dag erna:


Mamma is jarig.jpg


Schattig toch? Het staat er echter zo groot op dat niemand het eigenlijk leest. Maakt ook niet uit. Ik lijk dus op mijn moeder. Vanwege de recht-voor-zijn-raap antwoorden die ik in het cosmo-artikel typte. Daarom dus. Wij zijn beide recht-voor-zijn-raap.

Mijn moeder en ik keken elkaar aan. Wat een onzin dachten we. Recht voor zijn raap. Puh. Het is gewoon zoals het is, wat kunnen wij daar nou aan doen?

Maar we dachten het wel trots.

Het lekkerste eerst

Het is gebeurd. Ik heb een nieuwe ijskast. Mijn nieuwe huis zal niets zijn dan een hoop ruimte, een tv, een bed en een ijskast. En wat voor een ijskast. Een enorm rood kreng van twee meter hoog. Met laden voor de vries en rekjes voor de rosé.


Mijn nieuwe ijskast.jpg


Voortaan doe ik nog maar één keer in de maand boodschappen. Dan vries ik een halve koe en drie emmers soep in, en pandabrood. De groenteboer is op de hoek, daar haal ik mijn appels, bananen, tomaten, komkommer en rucola. Meer eet ik niet.

Als ik dan thuiskom 's nachts ga ik op een stoel midden in de kamer zitten. Heb ik ook natuurlijk. Stoelen en een eettafel. Midden in de kamer dus. Recht voor mijn koelkast. 'Wat een mooie grote rooie koelkast' denk ik dan. Daarna zet ik een plaat op.

Heb ik ook. Platenspelers. En een paar verhuisdozen vol platen. Ik begin ze al te missen. Straks zijn ze er weer. Dan zet ik een plaat op en ga op de grond liggen op één van de vele perzische tapijten die er in mijn huis liggen. En zitzakken die her en der over de eerste verdieping verspreid liggen. Daar ga ik misschien wel op liggen. Op mijn buik.

En een oud bureau van mijn vader, met een groen laken op het bureau blad. Dat is er ook. En de kast van mijn oma en de dekenkist. En dan mijn boeken en platen die ik nog in een boekenkast aan het bedenken ben. Tot slot de drie oude wachtkamerstoelen uit de laatste praktijk van mijn opa. W. Hoekstra. Zenuwarts.

Iedereen die het wil mag het zien. Mijn loungehuis. Als je komt krijg je een kopje koffie. Of capucinno. Dan maken we een praatje of je kan naar mijn knipselmuur kijken. Ik ga één plakwand maken in mijn huis. Voor vrij te plakken. Alsof het midden op straat is en verkiezingstijd.

De hand die Marco aan Dennis geeft bij zijn afscheid in het Emirates stadion komt er als eerste op.

Over de verbouwing denk ik maar niet na.

Opportunities

En zo sta je vrijdagochtend om kwart voor elf op de bovenste verdieping van Cineac. De door Duncan Stutterheim verbouwde en teloorgegane danstent op de Reguliersbreestraat in Amsterdam. Omdat ik vanochtend een gesprek had met een Amerikaan die interesse heeft om daar iets mee te doen. Via via mee in contact gekomen. Een investment banker. Vliegt de hele wereld over met mooie verhalen en wilde weten of wij wat van zijn formules konden uitwerken.

Klinkt maf toch? Maar de mensen die me verwezen zijn allemaal hele serieuze zakenmensen, dus had ik me voorgenomen om op deze regenachtige dag keurig in pak te verschijnen. Iedereen loopt namelijk de hele week al te zeuren dat het vandaag slecht weer wordt, dus op een gegeven moment ga je dat geloven. Fokkin heet in de zon in zo'n pak. Grmbl. Negen uur moest ik er zijn. Tien over acht werd ik wakker. Verslapen. Geeft niet want ik ben in 5 minuten gedouched, in pak en in de auto. Wel in reclamepak overigens. Dus een vette Boss outfit met een wit t-shirt en sneakers. Wel een beetje in stijl blijven natuurlijk.

Ik was op tijd. Twee uur zaten we engels te praten over design, strategy, sustainability en opportunities. Toen kwam de makelaar. Niet in pak maar in jeans. Niet erg. Onder zijn jeans cowboylaarzen van slangeleer. Wel erg. Of we meegingen naar het Cineac. Had ook iets te maken met die opportunities. Tuurlijk ging ik mee. Even kijken in een lege tent is altijd leuk.


Bezichtiging cineac.jpg

Dit ben ik op de bovenste verdieping. Daar zie je niets van, maar ik kijk wel op mijn aller arrogantst. Hoort een beetje bij die tent. De locatie heeft dat over zich. Het is rood pluche en heel mooi. Maar het is niks. Heb ik ook tegen die man gezegd. Dat het niks is. Gedoemd te mislukken. Alles op die plek. Planet Hollywood zat er ook. En de knakenbioscoop ooit. Volgens mij. Het is een soort huis van de Addams Family. Haunted. Het komt vooral door de straat. Dat is een straat om doorheen te gaan, niet om te blijven. Ze moeten die tram daar weghalen.

'It has a grey cloud hanging over it', zei de Amerikaan.

'Wat moet je er dan!?', dacht ik.

Hij zag opportunities.

Doorzakken

Het is leuk om te horen hoe een terras klinkt. Ik was er alleen, dus dan kan je goed luisteren. Het klinkt als mediterrane terrassen in franse kustdorpjes. Daar zit je zo vaak alleen. Of met zijn tweeën maar dan zonder iets te zeggen. Geroezemoes en glasgerinkel. Flarden van gesprekken die je toch niet helemaal volgt. Op het terras volg je zelden gesprekken van anderen. Een stukje misschien of een opvallende zin, maar meer niet. Anders dan in de trein waar je gesprekken van anderen altijd wel hoort. Als ik praat dan toch vooral op gedempte toon. Op een terras hoeft dat niet.

Ik was met een boek naar het terras. Niets te drinken in huis en daar is het lekker koud. Spa rood. Lekker veel water drinken, ik was helemaal op aan het einde van de dag. De zon staat vanaf vier uur in mijn rug te branden. De warmte doet me niet zoveel maak ik me meestal wijs. Vandaag wel. Niet genoeg gedronken. 'Twee procent vochtverlies is vijftig procent concentratieverlies' dat werd ons afgelopen weekend waarschuwend verteld in de duitse bossen. Veel water mee dus, anders zouden we de weg kwijtraken door al dat gedoe met kompassen en coördinaten. We dronken genoeg en verdwaalden hopeloos. We kwamen bij de camping door gewoon maar naar het zuiden te lopen. Ook dat was ons verteld. Het werkte.

Vanmiddag had ik wel mooi concentratieverlies. Ik ben naar huis gegaan, heb een patatje gegeten en ben toen op mijn bank neergezegen. In mijn onderbroek in mijn nog veel te warme huis. Volgende week een nieuw huis. Bizar. Ik heb vanavond het geld overgemaakt. Surrealistische bedragen. Je kan het hele weekend mee voor 125 euro en de woensdag erop maak je bijna een ton over op de rekening van een notaris. Blijft een fenomeen.

Het barmeisje vond dat ik maar een roseetje moest. Voor de gezelligheid. De vorige keer werd het vier uur 's nachts. Mij niet gezien. Ik ben gevangen door een boek op een terras, even geen tijd voor gezelligheid. Daar heb je Steef. Hij wil wel een roseetje. Het is mooi geweest. Met een beetje doorzetten ben ik om 2 uur vannacht door mijn boek heen. Doorzakken maar dan anders.

Als ik iemand anders was zou ik van mij soms niets begrijpen.

Op kamp

De afgelopen dagen had ik me met 8 vrienden teruggetrokken in een oase van wilde natuur en een oneindige voorraad barbequevlees. Het jaarlijkse mountainbike weekend. Drie jaar geleden begonnen met zijn drieën en inmiddels uitgegroeid tot een groep van 9 man. Dat betekent dus 5 tenten, een partytent, 9 fietsen in een aanhanger en een handjevol kampeerervaring. Vooral dat laatste is legendarisch.

Wat wij daar doen is kamperen voor beginners. Feitelijk hoeven de mensen alleen maar in een tent te gaan liggen en daarna op te staan. Voor het ontbijt lopen we naar de campingbar, voor het bier lopen we naar de koelcel, de barbeque voorraad inclusief salade wordt elke dag gebracht en de borden worden door de dames van de campingbar liefdevol afgewassen. Douchen en slapen moet je zelf doen.

Maar zelfs dat is misschien wat veel gevraagd voor de hotelverslaving van de hedendaagse vakantieganger. Gaat er nog weleens iemand kamperen? Ik vind het schitterend. Ik geef toe dat ik ook moet wennen aan het gehannes met slapen in een tent en dat ik vrijwel nooit kook en kampeer tegelijk. Ik geef ook toe dat ik meer dan normaal gebeten ben door muggen en dat ik minstens één keer per nacht een paniekmoment heb als ik in dat hele kleine tentje wakker word en even niet weet waar ik ben.

Toch doe ik het graag. Kamperen.

En dan elke dag de bossen in. Of fietsen of met een kompas en coördinaten je weg zoeken over de Duitse heuvels. Tegen de avond ben je dus lekker gaar. Volle benen, zon op je gezicht en lucht in je longen. Met zijn negenen onder de partytent. Vlees eten van de barbeque en een beetje naar de sterren kijken.

Nouja, ik kan er eigenlijk geen echt leuk verhaaltje van bakken. Tis meer dat jullie weten waar ik was, omdat er zomaar vier stille dagen op mijn weblog zijn verstreken. Daar zit je natuurlijk helemaal niet mee, maar voor mij is dat vreemd hoor. Dat weblog is toch een soort surrogaat-relatie moet je maar denken. Daarom heb ik de fotoversie ook gemaakt. Direct van mijn mobieltje online. (link staat ook in de navigatie in de zijmarge).

Ik moet mijn fotogeniekheid nog even trainen en ook wennen aan de naakte waarheid van een foto ten opzichte van het meer doordachte schrijven van een log. En ik moet een behoorlijke mobiele telefoon met een echte camera.

Maar het is eigenlijk best wel leuk.

Kinderfeestje

Leuk partijtje hoor. Mijn nichtje is in tranen en terwijl een klein mannetje met rood haar de glijbaan op klimt, staat zijn broertje bovenaan te janken dat het kussen wegmoet. Er ligt namelijk een kussen onderaan de glijbaan. Dat is voor het al wat oudere jongetje voor wie dit baantje geen uitdaging meer is. Hij springt gewoon meteen op het kussen.

Zie je het voor je? Mannetje a trekt het kussen weg terwijl mannetje b zich head-first naar beneden stort. Mannetje b wordt hevig bloedend naar het ziekenhuis verderop gereden, een paar mensen geven elkaar de schuld, maar niet helemaal. Je moet tenslotte nog minstens een jaar of tien naar die feestjes, dus hou je je gemak. Mannetje a likt aan een ijsje voor de schrik dat hij al voor de tweede keer heeft gekregen. Hij is niet geschrokken van de val van het andere mannetje, maar realiseerde zich ineens dat hij de voornaamste verdachte is. Janken dus. Zijn moeder trapt er in. Ha! die heeft het volgende ijsje al paraat.

Het is niet gebeurd hoor - tot mijn verbazing - maar het is wel tekenend voor de constante dreiging die heerst op een kinderfeestje. Zwaaiende armen met vorken erin, vervaarlijk deinende stukken taart die overal verdwijnen behalve in een keelgat en dan nog de glazen, koppen, schotels, vazen en beeldjes die keer op keer door het oog van de naald gaan als er een kind met een ballon voorbijrent. Je houdt je adem in.

Gelukkig ben ik de enige. De rest ademt rustig door. Ze zijn het allang gewend. Het gevaar. Gelaten als mensen die op de helling van een actieve vulkaan wonen. Dat snap je toch niet? Straks klapt de boel uit elkaar. Kan je weer opnieuw beginnen. Het doet ze niks. Het gevaar hoort erbij. Het is eigenlijk geen gevaar. Net als Hollanders. Wij wonen onder de zeespiegel. Gekkenwerk.

Ik ben de enige die de dreiging voelt. Ik ben trouwens ook de enige die single is en ik ben ook de enige die geen kinderen heeft. Dat is allemaal geen probleem, want qua anekdotes sta ik gerust mijn mannetje. Reuze gezellig. De lachers op mijn hand, mijn neefje op mijn arm. Ik ben die jongen waarvan je niet begrijpt dat ie nog alleen is. Dat laten ze ook merken, want dan zeggen ze 'ik begrijp niet dat jij nog alleen bent, ben je zo kieskeurig?'.

Ja, zeg ik dan, maar ik meen er niets van. Ik ben helemaal niet kieskeurig. Ik ben gewoon niet gemotiveerd. Als ik al die mensen zo zie en besef hoe lang het duurt voordat je én die relatie én die kinderen allemaal kan velen en niet als dreiging ziet, dan kan ik het niet opbrengen. Dat kost toch veel teveel energie?

Het is een beetje als studeren. Als je 20 bent gaat het allemaal vanzelf, maar na je 30-ste ga je toch niet meer aan iets beginnen wat je minstens vier jaar kost?

Daar heb ik helemaal geen tijd voor.

Koude douche

'Heb je gezien dat de schakelaar op je thermostaat op CV staat en dus niet op tapwater?'

Er daagt mij een heleboel tegelijkertijd. Allereerst dat ik het hele weekend voor niets sidderend onder de douche heb gestaan, ten tweede dat ik gelijk had toen ik bedacht dat ik opeens geen warm water meer had door iets wat de schoonmaakster afgelopen vrijdag zou moeten hebben gedaan, maar ik kon niet bedenken wat het was en tot slot dat ik per direct tot het slag mannen behoor dat de CV niet kan bijvullen, zijn eigen kozijnen niet schildert, zijn eigen band niet plakt en niet eens een hamer in de schuur heeft liggen.

Mij maakt het niet uit. Ik kan andere dingen. Koken, strijken en voor mezelf zorgen. Maar die dingen tellen niet. Mannen moeten handig zijn. Dat ik een stukje kan typen met een begin en een eind is wel leuk, dat ik mijn eigen bedrijf kan runnen is degelijk en dat ik strategisch kan nadenken over reclame en merken is goed voor de centen. Maar dat ik mezelf in conditie houdt, de ketting om een fiets kan leggen en schroeven in een muur kan draaien is veel relevanter. Dat onderscheidt de kerels van de mannen.

En ik maar denken dat ik mijzelf onderscheidde door stoïcijns mijn ijskoude douche te weerstaan. Als een echte vent. Zonder klagen. Integendeel, ik vond het lekker, handig en zeer goed voor mijn doorbloeding. Eigenlijk zou ik wel altijd koud willen douchen! Zo ver was ik al bijna. Ik zou voortaan elke vrijdagnacht moeten gaan voor de uitwedstrijd. Slapen bij het meisje. Want in mijn huis is alleen maar plaats voor ruwe bolsters. Dat is geen plek voor meisjes. Onuitwisbaar zou de indruk zijn die ik voortaan achter zou laten.

Helaas. De verwarmingsmonteur knipte glimlachend de schakelaar in de goede stand. 'Zet de kraan maar open, je zal zien dat je warm water hebt'. Met het knippen van de schakelaar had hij mijn nieuw verworven mannelijkheid omgezet in mijn reguliere twee-linkerhanden bewustzijn. Simpel. Volgens mij ken ik hem trouwens. Van de kroeg. Bah.

Zo word ik nooit een man.

Club 8

'Waar kom je vandaan?'

Mooie openingszin. Simpel, doeltreffend en duidelijk. Het meisje praat wat door en ik kijk op haar kruin. Het is een klein meisje en ik ben een grote jongen. 'Hoe oud schat je me?' Tsja, hoe oud. Een jaar of 25? Leek me een veilige schatting. 'Ik ben 25' . Ik hoefde niets meer te raden. 'Ik woon bij me vader en ze schatten me altijd 16'. Handig hoor, van die meisjes die met zichzelf praten.

Ze stond flink te wankelen. In Club 8. Het cijfer stond waarschijnlijk voor het aantal mensen dat er op het feestje af waren gekomen. Ik had de nacht ervoor al nauwelijks geslapen, vanwege het terras en het praatje met het barmeisje daarna dat wel wel tot ver na sluitingstijd duurde. Een praatje hè! Gewoon zo van geen zin om naar huis te gaan met het warme weer. Nu sta ik om 2 uur 's nachts weer in een club in Amsterdam. Met mijn nieuwe collega die had bedacht dat we naar het feest gingen.

Moet kunnen, zo in de zomer. Maar dit wankelende meisje dat beweerde dat ze ruim 3 jaar lang de Grease-revue had gedanst in een Turkse badplaats, doet mijn hart niet sneller kloppen. Vooral omdat ze helemaal niet kan dansen. En die mensen zijn verschrikkelijk slecht in bed, dat weet iedereen. Ze leek trouwens net 16 en had een hele grote neus.

Mijn collega heeft pijn in ze kop. Haha, amateur vrijgezel.

Ik wil zo blijven als ik ben

Het zijn de Linera weken. Dat is in hè om weken of dagen een naam te geven. Hamsterweken, wijndagen, doldwaze dagen, bouwweken en noem maar op. Dat komt omdat marketing managers meestal niks kunnen verzinnen voor hun actie en dan maar roepen '..ik wil wel zoiets als de hamsterweken ofzo..' Dus verzinnen alle reclamebureaus allemaal soorten weken en dagen, want daarvan krijg je tevreden klanten. De tevreden klanten dagen. Zeg maar.

Linera weken dus.

Vroeger had je de Linera reclame. Linera is boter. Margarine. Dat was toen goed voor de lijn. Ik heb het over de jaren tachtig hoor, dus da's best lang geleden. In dat reclamefilmpje zag je een moeder en een dochter over straat lopen en ze waren allebei hartstikke slank natuurlijk. Dat was vanwege die boter. De bouwvakkers lachten vrolijk naar beide dames omdat ze het verschil tussen oud en jong niet zagen. Duidelijk hè? Best goed idee natuurlijk. De slagzin was: 'Ik wil zo blijven als ik ben'

Aangezien het nu al een paar weken zonnig is - en het is bovendien schoolvakantie - zie je ze in grote getale de winkelstraten bevolken: moeder- en dochterparen. Reuze interessant. Je kan namelijk zien wat er normaalgesproken gebeurt, dus zonder de inmenging van 'gezonde' afslankboter. De meeste vrouwen blijven helemaal niet zoals ze zijn. Mannen ook niet, maar daar heb ik het nu niet over. De tand des tijds kan meedogenloos zijn, maar het kan ook hartstikke meevallen hoor. Daar gaat het óók niet om.

Waar het wel om gaat? Het is leuk om te kijken of je er een patroon in kan ontdekken. Een patroon in vergankelijkheid. Dat is echt leuk. Je kan niet blijven zoals je bent, maar je kan wel inschatten wat je ongeveer wordt. Ik kan aan mijn vader zien wat er van mijn haarkleur overblijft. Grijs. Andersom is het ook leuk. Om te kijken wat het was. Welke aandachtsgebieden een beetje verwaarloosd zijn.

Dat zijn de Linera weken. Doordeweeks op een terrasje zitten en een beetje kijken en vergelijken. Soms kan je er maar beter niet bij stilstaan wat je wordt, denk ik dan stiekem. Grijs worden is zo erg nog niet. En eerlijk is eerlijk. Mooie dochters die ook nog mooie moeders hebben zijn wel het allerleukst om naar te kijken.

Maar alles draait natuurlijk om het innerlijk.

Natuurlijk.

Niet zo vreemd

Vrouwen gaan steeds meer vreemd. Echt. Het stond vanochtend ook al in het Algemeen Dagblad. Dat Libelle een onderzoek heeft gedaan waaruit blijkt dat vrouwen de mannen inmiddels evenaren in het vreemdgaan. Nou daar heb ik geen onderzoek voor nodig, want in mijn vriendenkring gaan alle vrouwen vreemd. Zo is mij gebleken. Van 80% van mijn vrienden inclusief mijzelf zijn de vriendinnen vreemd gegaan. Dan hebben we het over vaste relaties hè, dus niet van een weekie ofzo. Relaties die nu ook allemaal wel kapot zijn.

Ook de Cosmopolitan experts laten zich niet onbetuigd. Ze geven advies over vreemdgaan. Echt (julinummer Cosmopolitan). Vreemd gaan is hip. Er is een passiepanel van Cosmopolitan dat zich in het antwoord op de kwestie 'ik heb zin om vreemd te gaan' uitlaat in bewoordingen als: "..je doet er iets mee of niet.." en "..wees bereid om rotgevoelens te accepteren.." Natuurlijk is er ook weer het aloude vraag-jezelf-af-waar-je-behoefte-aan-hebt adviesje. Slappe theorie vind ik dat. Allemaal excuusmateriaal om om de hete brij heen te draaien.

Het is mij allang duidelijk waar het om draait. Het is compensatie voor de omgeslagen maatschappelijke positie van de vrouw. Van onderdrukte rolmodel-wezens zijn ze opgeklommen tot gelijke wezens. Okee, het is een beetje plastisch uitgedrukt, maar het is wel zo. Mannen en vrouwen zijn gelijk. Prima hè! Ik vind het best. Alleen nu komen er allemaal dingen die je bij die zwaarbevochten vrijheid in bedwang moet zien te houden. Je libido bijvoorbeeld.

Voor mannen is het heel gemakkelijk. Je bent geil, je ziet een lekker wijf en hup je gaat vreemd. Zonder reden of bijbedoelingen. Gewoon je lul achterna. Of je beheerst jezelf. Kiezen of delen. Bij vrouwen is dat niet anders natuurlijk, maar dat is zoo moeilijk om te accepteren. Die gaan zichzelf allemaal ingewikkelde levensvragen stellen over geluk, kwaliteit van de sex, rottige carrière en meer van die vage gevoelens. Want als vrouwen vreemdgaan, dan is daar vast een reden voor! Anders doen ze dat niet.

Vergeet het maar. Vrouwen lopen tegenwoordig ook gewoon hun lul achterna. En ze liegen er wat gevoelskwesties om heen om het voor zichzelf te verklaren. Terwijl het zo duidelijk is. Het is een simpel gebrek aan zelfdiscipline.

Vroeger gingen ze schoenen kopen, tegenwoordig gaan ze vreemd. Dat is de tijdgeest. En nu moet ik even mijn bedpartners tellen, want in de sex-enquête van de HP/detijd kan ik dan bekijken of ik gezien mijn leeftijd een beetje mijn best heb gedaan. Als het namelijk tegenvalt ga ik even bij de kleuterschool jonge moedertjes checken.

Statistisch gezien maak ik daar het meeste kans om wat quarterlife crisis te verschalken.

Stapelbed

Zijn er nog vrijgezelle interieurontwerpsters die interesse hebben in een relatie van - laten we zeggen - een week of zes? Mijn huis moet ingericht worden, mijn nieuwe huis. Het is helemaal leeg, dat wil zeggen dat er nauwelijks kamers in zitten. Het is dus een apartement met twee enorme verdiepingen en geen kamers. Alles open en alles heel hoog. Daar kan je wel wat mee toch?

Ik heb er namelijk geen zin in. Ik wil natuurlijk best een leuk ingericht huis, maar ik hou niet zo van woonwinkels. Die zijn altijd zo gezellig. En ze stellen van die moeilijke vragen. 'Wat zoekt u?' Dat weet ik toch niet! De Ikea is voor veel mensen een uitje, maar ik heb er niks te zoeken. Ik vermaak me er wel hoor, als ik er zelf niks hoef te zoeken. Dat vind ik veel te moeilijk. Het liefst koop ik dan een stapelbed en een schommelstoel, dat soort idiote dingen. Of een doos zwenkwielen. Altijd handig.

Trouwens..Een stapelbed is te gek. Ik neem in me nieuwe huis een stapelbed. Ja! In gezelschap kan ik al zo verschrikkelijk slecht slapen dus een stapelbed is dé oplossing. Als ik dan toch stiekem een nachtelijke verovering naar mijn slaapkamer meeneem en meteen heftig zoenend op het bed neerplof en zachtjes in haar oor fluister 'wil je onder of boven?' en zij kreunend antwoordt 'Onder, onder...', dan pas knip ik het licht aan en klim op het bovenbed. Haha, leuk hè?

Niet? Ja, ik weet het. Vrouwen willen graag een man met humor, maar niet van dat kaliber en zeker niet op dat moment. Wat voor humor dan wel? Dat weet ik niet.

Een interieur designster dus. Voordat ik echt stapelbedden en stereomeubels ga aanschaffen. En je moet wel vrijgezel zijn, want ik wil niet iemand inhuren. Dat vind ik zo stom, dan is het net alsof ik het zelf niet kan. Gewoon precies op dit juiste moment even een kortstondige, maar zeer passionele en buitengewoon handige affaire.

Oja, en het geld groeit niet op me rug.

Berlijn

Echt. Het is me best aardig gelukt. Minstens 7 of 8 Duitsers hebben me de weg of iets anders gevraagd. Sommigen verstond ik niet, anderen wel, maar die kon ik niet echt helpen. Eéntje vroeg in een lopende rij mensen om vuur voor wat een joint bleek te zijn die hij met mijn aansteker aanstak onder het oog van een cordon politie-agenten. Ook in Berlijn word je voor een joint niet bepaald in de boeien geslagen.

Het is me dus gelukt om niet zo'n toerist te lijken. Dat weet ik heel zeker want de twee jongens die me in Oost-Berlijns dialect aanspraken over de wedstrijd Duitsland-Argentinië kunnen een toerist heus wel van een Duitser onderscheiden. Ik begreep overigens geen zak van wat ie me vroeg en keek de jongens toen maar doordringend aan. Eén van hen zei bewonderend 'Oh! Hij zwijgt veelbetekend' (dat verstond ik wel), hij sloeg op mijn schouder en begon een lied over Duitsland en voetbal. Ik was één van hen.

Maar je bent toch toerist? Waarom wil je dan wat anders zijn? Ik hoor het me aan mezelf vragen. Verklaren kan ik het niet, het is iets mannigs denk ik. Als ik ergens anders ben wil ik gewoon graag rondlopen alsof ik al tegen elke boom gepiest heb. Ja, ik zie zelfs het nut van veertig keer de verkeerde metro nemen in. (Ik vraag namelijk niks, als er ergens een metro stopt stap ik gewoon in, daarna zie ik wel of ik de goede kant op ga). Het nut? Nou, deze ezel weet elke steen in Berlijn nu wel te vinden. Twee keer.

Lach maar. Territoriumdrift is één van de best ontwikkelde instincten van de man, het brengt ons overtuiging. Overtuiging is wat mannen sterk maakt. Goed of fout is niet zo relevant, daar ga je maar van twijfelen. Twijfel is toch meer iets voor vrouwen. Twijfel maakt dat je misschien te kleine schoenen koopt, waar overtuiging die salarisverhoging er bij je baas wel inramt. Geloof me!

Overtuiging is een machtig wapen. Kijk naar Berlijn. Daar wilde zowel Stalin als Roosevelt graag tegen een boompje piesen, zullen we maar zeggen. Ze bouwden zelfs een muur om hun boompjes voor zichzelf te houden. Dat gaat toch best ver. Toegegeven, Berlijn is allicht het beste voorbeeld van hoe het slecht kan aflopen, maar toch. Vergis je niet.

Berlijn is nu een beetje van mij. Ik heb slechts één keer tegen een boom gepiest en voor de rest gewoon in de wc. Maar tegenover de Brandenburger Tor op een steenworp afstand van een vervaarlijk stinkende en overbevolkte toiletgroep heb ik mijn stukje gemarkeerd. Vlak naast het stukje van een schattig klein kereltje en zijn beschonken vader. Die met zijn hakken in de geurvlag van zijn vrienden stond. Ze waren hem net voor geweest en stonden alweer bij het videoscherm verderop, te juichen naar de Deutsche Manschaft.

Heel even heb ik overwogen een muurtje om mijn stukje Berlijn heen te zetten.

Alleen op vakantie

Ja, ik was er dus alleen. Met niemand heb ik gesproken op wat voetbalconversaties na. Heerlijk was het. Berlijns grootste en belangrijkste puinhoop was misschien wel het indrukwekkendst. De Teufelsberg. Een plek in Berlijn waar ze al het puin van de tweede wereldoorlog op een berg hebben gestort. Die is 114 meter hoog geworden ofzo en nu een mountainbike paradijs.

Als je goed kijkt zie je door het struikgewas het puin nog liggen. Op de grootste puinhoop van de stad heerst orde, rust en vrede. Als je die berg in tweeën zaagt zal je overigens wienig van waarde vinden, want schatgravers hebben de berg destijds al minutieus doorgewoeld. Ze woonden op de berg terwijl deze groeide en groeide. Zelfs het puin van je verknalde huis wordt nog beroofd. Bizar stukje geschiedenis.

Wat ik nog meer leerde in Berlijn? Dat je van slippers in de stad hele vieze voeten krijgt, dat je kan trouwen in een kerk vol toeristen, dat ik als ogenschijnlijk non-toerist geen enkel vrouwenhoofd heb doen keren, dat Hollanders ook in buitenlandse treinen klagen (overigens wel in de juiste taal) en dat ik me in mijn eentje heel goed kan vermaken. Vakantiegewijs.

Het laatste taboe. Alleen op vakantie. Ben ik nu eeuwig vrijgezel of eindelijk klaar voor een relatie?

Ku'damm

Ik lees net in de krant dat er gisteren één miljoen mensen waren 'auf der Fanmeile'. In Tiergarten - wat een enorm park is, maar geen dierentuin, want dat is de Zoologischer Garten - is er een dikke anderhalve kilometer ingericht met videoschermen, worstverkopers, bierwagens en thaise noedels. Leuk voor de Duitsers, ze beginnen net als wij zo vroeg mogelijk met zuipen en zingen. Gezellig en Harmlos. Denk ik aanvankelijk, maar zoals me op Hauptbanhof al om 9 uur 's ochtends blijkt, je moet maar niet vertellen dat je Nederlander bent.

'Ohne Holland gehen wir nach Berlin' schalt door de gangen en over het perron. Langs het grindpad naar de Brandenburger Tor en langs de tribunes die daar rond 10 uur al redelijk vol zitten. Unter den Linden is helemaal een chaos. Overal zingende Duitsers en Argentijnen. Argentijnen en Duitsers hebben geen problemen met elkaar. Bovendien is achter Unter den Linden het hotel waar de Argentijnse selectie verblijft, zo zal ik later merken, want ineens sta ik oog in oog met de bus van de Argentijnen, twee uur voor de wedstrijd. Lionel Messi kijkt me rustig maar gespannen aan vanachter het donkere glas van de bus. Raar, maar mijn hart slaat over en ik weet plotseling heel zeker dat ik voor de Argentijnen ben.

Tegen een uur of vier heb ik 4 musea en checkpoint Charlie in de benen. Ik besluit een televisie te gaan zoeken om de wedstrijd te gaan bekijken. Dat gaat makkelijk, op een willekeurig S-bahn station loop ik de menigte achterna, die dus naar Tiergarten blijkt te gaan. Er scheurt een auto voorbij met een kooi op het dak, waarin een pop in Nederlands tenue zit, de auto staat vol met anti-holland leuzen. Heel even overweeg ik om een Nederland shirt aan te trekken. Om ons te verdedigen. Je ziet tussen de Duitse shirts alle landen wel voorkomen. Polen, Engeland, Portugal, Zwitserland, Zweden, noem maar op. Geen enkele Nederlander. Ik meng me onopvallend tussen één miljoen uitgelaten Duitsers.

Als de Argentijnen scoren juich ik net niet. Het is muisstil. Echt waar, één miljoen en allemaal muisstil. Afijn, het eindigt in een overwinning voor de Duitsers zoals de hele wereld wel verwacht had natuurlijk, het is misschien maar beter ook. Als al die dronken idioten nu uitgeschakeld waren, dan had ik voor de levens van de Argentijnen geen stuiver gegeven. Dronken supporters die gewonnen hebben zijn de redelijkheid zelve, dan wel. Even wat eten.

Omdat de Italianen moeten spelen kies ik een Italiaans restaurant uit. Met een enorme tv. Inmiddels is de wedstrijd ook begonnen en de Italianen staan voor. Ondertussen zegt de commentator dat de mensen op de Ku'damm helemaal uit hun dak gaan. Nu snap ik waarom ik het aanhoudende getoeter niet hoor versterven, de hele stad is op weg hierheen! Ku'damm betekent namelijk Kurfürstendamm en ik zit er een dikke kilometer vandaan. Eine Fanmeile. Snel betalen.

Poeh, op de Ku'damm is het een enorme troep. Duitsers drinken bier uit flessen en gooien die daarna stuk op straat. Ze zijn echter heel vrolijk. Ik gun het ze wel weer, die overwinning. Er is nog een moment van aarzeling als een groepje onder luid gejuich een vlag verbrand en ik me even afvraag of het de Nederlandse vlag zal zijn. Maar de meesten zijn gewoon aardig en blij. Behalve degenen die echt dronken zijn. Die zingen anti-Nederland liedjes. Als een mantra voor goed geluk murmelen ze de liedjes terwijl ze over straat zwalken en de kapotte flessenbodems over de Damm schoppen. De Argentijnen mengen zich gelaten in het gewoel.

Ik was het zat. Gelukkig ben ik op tijd naar bed gegaan, nu zit ik even bij te komen in een Easy Internet café. Met een capuccino en een raar toetsenbord. De z zit op een rare plek, ik kan met geen mogelijkheid een apenstaartje typen en een trema op de e zit er ook niet. Ik ga de stad weer in.

Powered by Pivot. RSS Feed & ATOM Feed