Plant
Er was eens een plant. Hij was al best groot en sterk en zat in een flinke pot. Zo was hij ook kado gedaan. Als robuuste plant in een stevige pot. Hij stond in een piepklein kantoor in Alkmaar, ter zegening van het nieuwe bedrijf. Het was een klein kantoortje, maar er was ruimte zat voor hem. Het tapijt was rood, er was een keukentje en door de ramen zag hij alle mensen de stad in- en uitlopen. Mooie meiden. Kennissen. Klanten. Van alles liep er langs. Maar het werd gauw drukker in het kleine kantoortje. Er kwamen mensen bij. Leuke mensen hoor, maar het gebrek aan ruimte deed zeer aan zijn takken. Gelukkig gingen ze verhuizen.
Ze bleven in Alkmaar, maar nu in een groter kantoor. Wel leuk met al die nieuwe mensen en al hun verhalen, maar het kantoor was eigenlijk een zootje. Het was oud. Het was afgeleefd, maar ach, er gebeurde wel van alles. Er was elke dag een lunch met soms wel tien mensen en er was een zee aan ruimte. Iedereen kon rustig om zijn takken heenlopen. En er waren feesten. Kerstfeesten, jaarfeesten, gewoon feesten. Borrels. De zomers waren gloeiend heet en de winters waren net aan warm genoeg. Niet heel warm, maar ja. het ging wel. Maar ook op dit kantoor werd het drukker. En drukker. Nieuwe mensen. Nieuwe kasten. Steeds meer mensen uit vreemde streken. Soms uit zelfs uit Utrecht en Den Haag. Ja, er was zelfs iemand uit Maastricht gekomen. De plant werd er een beetje ongedurig van.
Wat gebeurt er in de rest van wereld? Er was in de verte een raam en er waren verhalen tijdens de lunch, maar de plant was nieuwsgierig geworden. Tsja, logisch natuurlijk. De wereld was ineens zo klein geworden. Had ik maar benen, dacht de plant. Dan kon ik af en toe naar buiten lopen. Gewoon om even te kijken. Voor de inspiratie. Voor de afleiding. Heel even maar. En toen kreeg de plant een plan. Hij kon namelijk wel groeien en dat deed hij dus maar. Zo hard hij kon. Misschien wel hard genoeg om te kunnen kijken door de kieren van het plafond. Hij groeide en groeide, maar het hielp natuurlijk niets. Hij werd er alleen maar krom van. Uit ellende groeide hij zo dicht mogelijk tegen de tl-bak. Tijdens werkdagen gaf hij tenminste licht en warmte. Zijn blaadjes werden grijs, maar de plant hield vol. Hij had gehoord van een verhuizing.
Afgelopen woensdag waren ze gekomen. Ineens was alles in dozen gestopt en hopla, alles was leeg. Geen lunch meer. Zelfs geen licht, want ze hielden de gordijnen dicht. Twee dagen had hij zijn adem ingehouden. Er was niemand gekomen. En oh wat was het koud. Plant kon niet meer. Hij voelde het leven uit zijn blaadjes vloeien. 2007 wordt niks voor mij, dacht hij. Ik haal het niet eens. Vaarwel wrede wereld....
Plant had het bewustzijn verloren. Plotseling werd hij ruw wakker geschud door een hevige pijn. Hij zweefde door de lucht en één van zijn takken was aan het plafond blijven haken. Zomaar afgebroken. De pijn verbijtend bedacht de plant dat hij niet meer kon. Hij wilde zijn takken optillen, maar het lukte niet. Alles was te zwaar. Vier paar handen tilden hem op brachten hem naar een winkel met heleboel planten, bloemen en potten. Hij had zijn redder herkend. Het was één van de mannen aan wie hij kado was gedaan. Zou hij dan toch mee mogen? Zou hij dan toch 2007 halen? Hij durfde er ineens weer in te geloven.
Hij kreeg een nieuwe pot met nieuwe aarde en sterke bamboestelen om hem te helpen zijn takken te dragen. Toen mocht hij naar de overkant van de winkel. Daar was een huis. Een heel groot huis met een heel hoog plafond. Tevreden werd de plant neergezet, je zag zijn blaadjes gewoon weer groen worden. Wat een heerlijke plek! Licht van alle kanten en zeven dagen in de week iemand om hem heen. Soms is er muziek, soms is er bezoek en soms is er niets behalve de vogels op het dakterras en het geroezemoes van de winkelstraat buiten. Dit is veel leuker dan op een kantoor. Het belooft een goed jaar te worden.
Twee-duizend-en-zeven.

