Griep

Zo! Zaterdagnacht werd ik wakker omdat ik moest kotsen. Indrukwekkend hoor, in strakke, divergerende bundels. Er zat druk achter. Ik kon op drie meter een plee raken. Het was dus niet raar dat ik badend in het zweet wakker werd. Waarschijnlijk moest ik al een paar uur eerder kotsen, maarja ik lag te slapen. En ik had nog wel de hele avond ervoor naar voetbalsamenvattingen zitten kijken, ik was helemaal into-de-zondag. Ik had er zin in. Lekker voetballen. Niet dus, want vlak voor en nog heel lang na het kotsen schoot de kramp door m'n buik. Zijn er nog meer mensen die meteen denken dat ze kanker hebben als er ook maar iets van ziekte voorbij drijft? Ik ben nooit ziek, dus als ik ziek ben dan denk ik in terminale scenario's. Darmkanker of anders op z'n minst één of andere chronische darmaandoening die me voor de rest van mijn leven tot cruesli en winderigheid zal veroordelen.

Voetballen was niet waar ik zin had toen ik wakker werd zondagmorgen. En ik werd heel wat wakker hoor die morgen. Vanaf een uur of vijf ongeveer om de vijf minuten. Elke keer levensecht en net zo ellendig als de keer daarvoor. Ik werd wakker van het kots dat ik niet meer had, kwam tot de ontdekking dat ik weer maar vijf minuten geslapen had, bedacht dat je darmkanker niet ineens midden in de nacht krijgt en dat ik om 12 uur op de voetbalclub werd verwacht. In een kantine. Een meedogenloze kantine. 'Zo! Wat heb jij gedronken?' 'Wil je koffie?' 'Of een hamburger?' 'Ruik maar ff aan die asbak!' en ga zo maar door. Een voetbalkantine is geen plek voor mededogen. Jammer genoeg is een voetbalkantine ook geen plek om niet op te komen dagen als je je een beetje ziek voelt. Ik was er. Ik zou in de warming-up wel kijken hoe het zou gaan. Anders ging er een andere keeper op doel, alhoewel dat gezien zijn kwaliteiten een heul slecht plan was geweest. Waarschijnlijk had de trainer wel in de gaten dat ik me door die jodocus niet zou laten passeren. Ik speelde.

Als je denkt dat Alkmaar ver in de provincie ligt, dan staat je nog heel wat te wachten. Neem bijvoorbeeld Wognum. Goed, er ligt een snelweg in de buurt, maar dat maakt de wind en de regen weinig uit. Die gaan daar tekeer met de ouderwetse vreugde van ononderbroken waaien en spetteren over kale, kleipolders zonder dat ze een strobreed in de weg worden gelegd. Behalve dan twee doelen, 1 scheidsrechter en 22 spelers. Het voordeel was wel dat ik vanaf de eerste minuut door de kou niets meer voelde. Van mijn hele lichaam niet. Nee, dat is niet waar. Van de voorkant niet. De kant waar de wind en regen vol op stonden te beuken. Het moet er armetierig hebben uitgezien. Het beetje coaching dat ik m'n keel uitkreeg waaide rechtstreeks terug naar Alkmaar. Zonder dat iemand er iets van verstond.

Na de wedstrijd ging het een stuk beter. Kan ook zijn dat er weer bloed aan de oppervlakte durfde te komen. Ik voelde weer iets. Alhoewel de voorzitter nog bezorgd vroeg of het wel met me ging, aangezien ik nog steeds witter dan m'n tanden was. De wedstrijdsecretaris en de huismeester konden het niet eens worden over de helft waarin ik een bal voor iemand zijn voeten wegpakte net voordat die gozer op me zou gaan onthoofden met zijn net uit de klei getrokken horrelvoet. Over de minuut was wel zekerheid. Want het was de 35ste minuut, maar of het nu de eerste of de tweede helft was? Ik moest ze het antwoord schuldig blijven. Het hele voorval deed bij mij sowieso geen bel rinkelen. Kennelijk heb ik een instinct, want er is me van die wedstrijd erg weinig bijgebleven.

Vanochtend las ik in de krant dat we gewonnen hebben.

Tussen de regels

Wat staat er tussen de regels? Niets toch? Hoe goed je ook kijkt, het blijft witruimte. Inmiddels ben je al wel op de volgende regel beland. En? Stond er iets tussen? Bedoel ik eigenlijk iets anders dan wat ik optyp? Nu ik steeds meer mensen (lees vrouwen) ontmoet via het internet begint het me op te vallen. Dat vrouwen zelfs zwart op wit nog iets anders lezen dan wat er staat. Ik dacht altijd dat ik gewoon een slechte conversatie voerde. Verkeerde dingen zeggen op verkeerde momenten. Zoiets. Het ligt echter niet aan mij.

Ik zei bijvoorbeeld een keer tegen iemand: 'Wat zit je haar leuk'. Want haar haar zat leuk. Dat bedoelde ik ook te zeggen. Maar dat verstond ze niet. Ze verstond wat ze dacht dat ik bedoelde. Ze verstond: 'Hee, ik vind je leuk en als we nu gewoon nog even een uurtje met elkaar praten dan gaan we zoenen en als je kan zoenen, dan wil ik ook wel met je naar bed. Want ik kan zien dat je me leuk vindt en ik vind jou ook leuk. Dus kom op. Laat het ritueel beginnen.' Die nacht ben ik stilletjes uit haar bed geslopen, want ik slaap lekkerder alleen. Dat heb ik haar later ook verteld, maar goed, wat ze toen werkelijk verstond weet ik niet precies. Het was niet best in ieder geval.

Eerlijk gezegd moest ik er ook wel een beetje aan wennen, want mijn openingszinnen zijn meestal interessanter of origineler dan 'wat zit je haar leuk'. Die gesprekken eindigen nooit in een slaapkamer. Meestal in pijnlijke stiltes, minzame glimlachjes of dankbare vrienden die er met een leuk meisje vandoor gaan omdat ik het ijs heb gebroken. Kortom, het was een openbaring!

In de e-mail, MSN of op een weblog gaat het al net zo. Als ik typ dat ik moe ben, betekent dat dat ik geen zin heb om te praten. Als ik typ dat ik me verveel, dan wil ik een relatie. Als ik typ dat de wereld niet gemaakt is voor singles, dan ben ik jaloers en als ik vraag wat ze in het weekend gaat doen, wil ik afspreken. Ik bedoel nooit wat ik typ. Dat is te makkelijk. En kom nou niet met het argument dat mannen alleen maar op sex uit zijn, want dat heeft er niets mee te maken. Dat is een soort constante waarde. Dat zijn we altijd, dus dat betekent niets. Dat doet niets af aan wat ik typ. Dat is voor vrouwen gewoon handig om te weten.

Ik zweer het. Volgens mij kan je gewoon een meisje op Hyves of MSN opzoeken en mailen: 'Wat zit je haar leuk' en dan maak je een reële kans op sex met haar. Hoe anders is dat een paar jaar later als je samenwoont en je vlak voordat je samen de deur uitgaat zegt: 'Wat zit je haar leuk'. Ze zal zeggen: 'Oh, is het stom? Vind je het niet leuk?' Want dat bedoel ik natuurlijk.

Ingewikkeld hoor, want ik zie nog steeds niks tussen de regels.

Troost

Ik ben niet bang voor ongeluk
of dat m'n leven misluk
en mijn lichaam stuk
of ik zie geen ruk

dan zal ik dichter worden

en zegt men 'gaat het Peet'
dan zeg ik 'natuurlijk niet,
want ik ben poëet'

Boekenkast

Als ik mijn boekenkast krijg dan weet ik ook wat voor bank ik wil. Maar ik krijg mijn boekenkast niet. Het duurt maar en het duurt maar. Dus wachten de gordijnen, want daar kan ik pas wat nuttigs over besluiten als ik mijn boekenkast heb. Als ik die heb dan ga ik namelijk mijn ladenkast verplaatsen waar nu mijn platenspelers op staan. Op die plek zet ik dan mijn televisie en daartegenover een bank die bij de gordijnen moet passen. Of andersom. Eerst die platenspelers verplaatsen. Als die nou niet in de boekenkast passen zoals ik denk dat ze passen, dan moet ik eerst iets anders voor de platenspelers en de rest van de apparatuur bedenken. Maar als het wel past dan moet ik in de hoek waar nu mijn platenspelers staan een tv zetten en daar moet ook een aansluiting komen.

Die kan ik daar wel maken, maar dan moet ik eerst weten of ik daar wel de tv neerzet en daarvoor moet ik eerst weten of die platenspelers daar weggaan. Dat kan pas als ik mijn boekenkast heb. Mijn bureau komt naast de boekenkast. Die staat nu op de plek waar straks de bank komt tegenover de tv. Tenminste als die tv daar komt, want die komt in plaats van mijn platenspelers, die straks in mijn boekenkast komen. Als dat past. Maar mijn boekenkast laat nog op zich wachten. Ik heb het natuurlijk wel gemeten. Dus mijn boekenkast past wel op de plek waar hij moet komen. Daarnaast komt het bureau. Daar staat nu mijn tv. Die wil ik daar weghebben, op de plek van de ladenkast waar nu mijn platenspelers op staan.

Die ladenkast gaat daar weg als mijn boekenkast komt, want dan kan ik daar mijn platenspelers in zetten. Met de platen eromheen en de boxen erin. Ik denk dat dat past. Ik denk zelfs dat het te gek is, maar ik weet het niet zeker. Ik weet het pas als mijn boekenkast er staat met mijn platenspelers erin. Of erop. Ik denk eerder erop, want erin gaat denk ik niet. Dat heb ik niet gemeten, maar dat denk ik. Dat weet ik pas zeker als mijn boekenkast er is. Maar die is er niet. Die laat nog op zich wachten. Als ik een beetje interieurdesigner was, dan had ik het zo in mijn hoofd zitten dat ik ook wist wat eruit zou komen. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik doe gewoon iets en dan denk ik dat het wel ongeveer uitkomt.

Zo begon ik ook dit stukje over mijn boekenkast. Over hoe het zou worden in mijn kamer met mijn boekenkast. Maar dat weet ik niet. Want hij is er nog niet. Gek word je ervan. Ik wou dat hij er al was. Dan was het tenminste duidelijk of het allemaal uitkomt zoals ik het bedacht heb. Zo'n beetje. Maar ik moet wachten. Want hij is er nog niet.

Mijn boekenkast.

Goede voornemens

Ik heb zo begin januari gedacht van ik wil misschien wel eens een vriendin.

Maar het slijt alweer.

No more mister nice guy

Hartje uitgestort. Klaar. Dag hoor. Je komt toch niet meer...

Dat zit zo. Vrouwen moet je een beetje pijn doen. Anders wordt het niets. Teveel zuipen. Bijna vreemdgaan. Niet bellen. Scheten laten. Niks niet mee praten. Als ze met je praten dan respecteren ze je. Helemaal fout. Vrouwen die je respecteren, houden niet van je. Of dat misschien wel, maar op een heel verkeerde manier. Ik doe dat weleens, met al mijn beste beentjes. Het kost nog niet eens moeite. Luisteren. Gewoon aankijken, knikken en dingen terugzeggen als: 'dat kan je niet maken' of 'meen je dat?' Het is ook verhelderend. Je steekt een hoop op van vrouwelijk gezeur. Je kan er bijvoorbeeld een column mee vullen. Ik noem maar wat.

Je gelooft het zeker niet? Lees dit maar eens (link van: Monobrow)

Ik stop er ook mee. Dat geluister. Na het weekend horen jullie wel hoe het gegaan is.

Leeg

Ja, ik ga dus om 630 uit mijn bed, omdat ik tegenwoordig in een andere stad werk dan waar ik woon. Niet elke dag hoor, meestal om 730, maar vandaag moest ik om 8 uur bij het pand zijn, omdat er tussen 8 en 10 iemand van de KPN komt, omdat er storing zit op een lijn. Een lijn die we twee maanden geleden hebben aangevraagd en waar de adsl van ons hele bedrijf op moet werken. Met andere woorden, wij hebben sinds onze verhuizing op derde kerstdag nog geen enkele keer normaal kunnen internetten of telefoneren. Volgens mij kan je in Soweto of in een Braziliaanse Favela nog eerder adsel krijgen dan via de KPN in Nederland. Maar goed, daar wilde ik het niet over hebben.

Die lijn zit waarschijnlijk al 2 maanden in storing, maar ze doen er pas wat aan als de monteur van XS4all belt, als ik zelf bel gebeurt er gewoon niks. Dus ik zit in die trein en ik denk bij mezelf: 'zoho, Peter, lekker op tijd!' Ken je dat gevoel? Een goed gevoel van een soepel begonnen dag. Moet ook, want je zal zien dat die idioten pas om 10 uur komen en je kan daarom een goed gevoel wel gebruiken. Dan denk ik dat het heel rustig is op straat. Ik sta nooit echt vroeg op en bovendien woonde ik vijf jaar lang ongeveer naast mijn werk. Voor mijn deur is het nog wel rustig, maar dan op het station. Godallemachtig wat een drukte. Gaan al die mensen om 630 uit hun bed? Iedereen is midden in de nacht wakker. Ik voel me een buitenstaander.

In de trein is het nog drukker. Het is er ook indrukwekkend stil. Het piept een beetje van het rijden en het ritselt van de kranten. De Metro en de Spits. Ik heb er mijn ochtendkrantabonnement nog niet voor opgegeven. Alhoewel ik het wel probeerde, maar ik was te laat en moet nog een jaar. Nu ben ik er blij om, want de gratis krant heeft vooral een handig formaat, maar hij boeit me minder. Ik voel me niet te goed voor dat ding hoor, prima krantje. Mijn eigen Noordhollands dagblad is niet veel verheffender. Maar het is wel heel erg kort allemaal. Die krant is gewoon te leeg voor het half uur dat ik in de trein doorbreng.

En de trein kan niet leeg genoeg voor het half uur dat ik erin doorbreng.

Paris

Dat vind ik nou een tof wijf. Paris Hilton. Het is niet eens m'n type hoor, maar ze leidt volgens mij het enige leven dat interessant is als je zo buitengewoon rijk geboren bent. Ze schaamt zich er niet voor. Ik hou van mensen die zich nergens voor schamen. Okee, het moet de beschaafdheid niet altijd in verlegenheid brengen, maar of beschaafdheid nou zo'n groot goed is. Niet volgens de regels is in de regel spannender, origineler, verrassender of in ieder geval niet zo saai.

Iedereen verwacht toch van je dat je een soort van gedrag vertoont wat hoort bij zoveel geld. Liefdadigheid en gedistingeerd. Vriendelijk. Iets doen voor een betere wereld. Tegen iedereen roepen dat je het zo goed hebt en dat je je zo leeg voelt als je niets terugdoet. Terwijl dat natuurlijk helemaal niet zo is. Gewoon feesten tot je erbij neervalt. Gewoon jetset. Ze kan helemaal niks en ze snapt ook niet waarom ze dat zou moeten kunnen. Ze kan het toch kopen? Of het wordt haar gegeven. Haha, ze kunnen haar niets maken.

Volgens mij is ze onwijs intelligent. Ze snapt dat ze het ultieme decadente rolmodel is van alles wat belangrijk is in een gemiddelde westerse maatschappij. Alles staat in het teken van kopen, uiterlijk vertoon en hypocrisie. Hee, zo ben ik zelf ook hè. Ik ga elke zaterdag de stad in. Dingen kopen. Als tijdverdrijf. Boeken. Kleren. Ingewikkelde broodjes op een bordje met een vork & mes erbij. Koffie met een hele lange naam. Kaas in 97 soorten. Alle kruiden die je maar kan wensen. Drie versies van dezelfde elpee. Ik vind het heerlijk.

Paris heeft dat allang in de gaten. Ze is chagrijnig als ze chagrijnig is en vrolijk als ze vrolijk is. Ze houdt van ongein. Ze is arrogant. Ze is wat we allemaal zouden doen als we zo geboren waren en overal lak aan durfden te hebben.

En ze heeft een coole naam. Paris Hilton. Ja toch?

Gelukkig niet

Geluk slaat dood. Echt. Gelukkige mensen zijn stomvervelend. Ze zitten de hele avond op de bank of ze zijn onuitstaanbaar tevreden met helemaal niks. Het geeft niet, want ze zijn gelukkig. Gelukkig is zo ongelooflijk saai, ik zou het eigenlijk niemand willen toewensen. Okee, geluk moet je nastreven, daar kan ik inkomen, maar je moet het niet zijn! Zonde! Er is een gedicht van Jules Deelder, dat gaat zo: 'Ben je gelukkig?' 'Gelukkig niet.' Zo is het.

Gelukkig zijn is iets voor oude mensen. Als je nu gelukkig bent krijg je later spijt, gegarandeerd. Dat begint al op je dertigste. Spijt van alles wat je niet gedaan hebt, risico's die je niet nam, dingen die je niet ontdekte. Dertigersdilemma noemen ze dat. Dat betekent dat je vanaf je puberteit je hele leventje had uitgestippeld. Een levenspartner met bijpassend huis, een paar koters en geld om op vakantie te gaan en kleren te kopen. Hypotheek geregeld. Pensioentje. Vrienden om je heen. En dan ben je dertig en dan blijkt er geen moer aan. Dodelijk saai, maar je hebt niets te klagen. Dat is een dilemma. Dat moet je voorkomen.

Er kan je maar beter iets gebeuren. Een mislukte relatie bijvoorbeeld. Blauwtjes lopen is een goed idee, vet gedumpt worden is nog een veel beter idee. Alle keren dat ik vet gedumpt werd, waren een keerpunt in mijn leven. Andere mensen kennen, nieuwe dingen doen. Dingen die je nooit durfde, maar het maakt toch niet uit, want ongelukkiger zal je niet worden. Dat leverde me aardig wat op. Een heleboel wijsheid, een bredere sexuele horizon en het belangrijkste: ik weet in ieder geval zeker dat ik leef. Ik weet hoe dat moet. Dat is zo'n geruststelling voor de volgende keer dat ik ongelukkig word. Want die komt zeker.

Je moet wel door hè. Dat is de truc. Je moet niet in het ongeluk blijven hangen. Dan ga je berusten. Dat is echt verschrikkelijk. Heb ik ook weleens gedaan. Berusten. Omdat je het anders ook niet weet, doe je maar niks. Niks verstandigs en ook niks onverstandigs. Het lijkt allemaal zo veilig, maar het is zo slecht voor jezelf. Je noemt jezelf tevreden bij een gebrek aan beter. Bah. Dat is echt geen manier om je leven te leven. Nee hoor, ongeluk en dan een beetje knokken en hopla daar is het weer. Geluk. Even snel genieten en weer door. Risico's nemen. Je ziet wel wat er gebeurt. Geluk moet je niet bij stilstaan. Zonde van je tijd.

Nu niet meteen je relatie uitmaken natuurlijk, dat bedoel ik niet. Het kan van alles zijn. Wel tegen je baas zeggen wat je vindt van je salaris, niet van te voren roepen dat je orale sex niks vindt, of een keer alleen op vakantie. Ik noem maar wat. Dan krijg je heimwee, spijt, jaloezie, angst of stress. Geen geluk. Dat komt daarna wel weer. Steeds beter. Steeds leuker. Steeds heftiger. Leven is de beste drug!

Ik wens iedereen een ongelukkig 2007 toe. Veel beter.

Manno 2007

Dit is een nieuwe rubriek. Het onderhoud zal me meevallen, want hij komt maar 1 keer per jaar. Het onderwerp van de rubriek: Wat is het manbeeld van de vrouw in het komende jaar? Hetzelfde dus als een what's hot en what's not lijstje. Wat is uit en wat is in voor de man in 2007. Hoe kom ik erop? Nou, heel simpel. Columns en blogs en hyves en msn. Je praat toch weleens met vrouwen. Best veel verschillende ook. Dan gaan er dingetjes opvallen. Hier komt de eerste Manno.

Manno 2007

Materieel maakt het minder uit dan ooit tevoren. Mannen die zorgen zijn in. Mannen die koken. Gevoel hebben. Praten over hun gevoelens. Mannen die stoer, mannelijk en direct zijn. Het klinkt tegenstrijdig, maar dit is dan ook het beeld van vrouwen, dus tegenstrijdig is niet echt verrassend. Manno 2007 is alles. Manno 2007 combineert zijn kleren tot in zijn schoenen. Manno 2007 gaat vaak naar de kapper, hij heeft zelfs een klantenkaart bij de kapper en zijn eigen shampoo. Materieel is niet meer belangrijk. Mannen met veel geld zijn uit. Mannen met weinig materieel vertoon zijn in, als de accessoires maar goed zijn. Al ben je een kleine kutauto, je hebt wel airco, handsfree bellen en electrische ramen.

Uiterlijk is belangrijker. Manno 2007 draagt een sjaal. Het liefst de hele dag en het liefst niet om zijn nek warm te houden. Horloge. Tattootje. Ringetje. Zelfs ondergoed. Onderbroeken waren al belangrijk, maar ze worden steeds belangrijker. Want al heb je niks, dat geeft niet, als je onderbroeken maar de juisten zijn. Dat komt namelijk omdat Manno 2007 heel erg goed in bed moet zijn en dat begint bij een leuke onderbroek, want die wordt niet stiekem onder de dekens uitgetrokken. Heel goed zoenen moet je ook kunnen. En heel goed neuken. En je moet weten waar alles zit bij een vrouw. Vaginaal natuurlijk, maar vooral het totaalplaatje. Erogeen gezien. In bed moet het gewoon echt wel goed zitten. Hulpmiddelen horen daar ook bij. Manno 2007 wordt geacht om de Tarzan en eventueel zijn grotere broertjes ook in het nachtkastje te bewaren. Niet voor zichzelf natuurlijk, nee, het is voor het minnespel. Condooms en hulpmiddelen. Blinddoeken en handboeien. Kan ook.

En Size Does Matter! Mannen hadden reeds jarenlang het vermoeden dat de voornaamste onderlinge competitiestrijd – wie heeft de grootste lul – ook opgaat bij de strijd om vrouwen. Maar het afschaffen van politieke correctheid als omgangsvorm in onze samenleving heeft ook het laatste restje hoop voor de kleinbepiemelde medemens om zeep geholpen. Vrouwen willen centimeters & omtrek en ze zeggen het ook! In tegenstelling tot de goede oude tijd van 'het geeft niet als je maar weet wat je ermee moet doen', 'voor mij is ie groot genoeg' en het gefakete orgasme. Zonder kinderarm wordt het niets. Mochten mannen zich vertwijfeld afvragen hoe vrouwen zouden kijken als je op een opblaaspop ligt te rijden, of mochten ze zich net zo vertwijfeld afvragen hoe vrouwen zouden reageren als je een verkering uitmaakt bij een gebrek aan borsten of matig zoenen. Doe maar niet! Vertwijfelde mannen zijn helemaal passé.

Mannen moeten wel mannelijk zijn. Twijfelen is voor losers. Een man is een man. Sportief, sterk, no-nonsens en hij heeft altijd zin. In sex of in een goed gesprek. Goede sex welteverstaan. En hij kan alleen zijn. En als hij alleen is ruimt hij eerst de troep op en doet boodschappen, alvorens in het grote niksen te verzanden. Eigenlijk is zijn alleen-zijn alleen maar ter voorbereiding van het samenzijn dat komen gaat. Met zijn vrouw. Zijn vrouw die weleens een slippertje maakt, maar hee! Vreemdgaan is in, het was al in, maar dat was vreemdgaan om emotionele gronden zoals aandachtstekort enzo, tegenwoordig gaan vrouwen vreemd om de lust. Net zoals mannen. Dus dat kan je een vrouw moeilijk kwalijk nemen. Manno 2007 ziet dat – nadat hij flink gehuild heeft - gevoelig als hij is, door de vingers. Natuurlijk. Vrouwen zijn aan de beurt, na al die eeuwen onderdrukking.

Vrouwen worden mannen en mannen vrouwen. Tot slot gaat Manno 2007 liever een avondje dansen dan lekker zuipen met zijn vrienden. Alles op een spaatje blauw en een enkel wijntje. Of misschien een poppertje. Half pilletje kan nog. Speed en wiet kan niet. Coke is voor dorpelingen en provincialen. Nee, dat gespierde lijf komt van het trainen en Sonja Bakker. Manno 2007 moet goed zaad hebben en wil heel oud worden.

Tsja, Manno 2007 heeft het niet makkelijk, ik heb mijn eerste orgasme al gefaked.

Op m'n sas-dag.

Niks en trutterig

Dag twee van het grote niks-weekend. Ik doe helemaal niks. Ik zit wat en ik lees wat en ik kijk tekenfilms. Af en toe een kopje thee. Hier en daar een boterham. Beetje e-mail, beetje msn. Beetje wegdwalen. Beetje hyves. Zelfs als ik wat probeer op te typen komt er een beetje niks. Misschien is het wel koopzondag, dan koop ik een nieuwe broek en ook een nieuw hemd. En sokken en onderbroeken, want die heb ik alleen nog met gaten. Misschien moet ik wel even in de sauna gaan hangen.

Eerst maar eens een plaatje op de speler leggen, dan een eitje in het water, een broodje in oven en een kopje koffie. Alles in verkleinwoordjes, dat maakt het extra gezellig. Net als vannacht met een filmpje op tv, een portje en een blokje parmezaan. Het is zoo schaamteloos niks en trutterig, ik zou het voor mezelf moeten houden. Beter niet bloggen dan deze slappe zooi, nietwaar? Zonde van de kilobytes. Als ik jou was, had ik dit mooi niet gelezen.

Voor de vierde keer dit weekend, ga ik in bad.

Boodschappen

Normaalgesproken heb ik niks in huis. Ik boodschap louter het hoognodige. Een brood, een pot pindakaas, een fles shampoo, een tube tandpasta, wc-papier en chips. Soms haal ik ook nog wel avondeten. Iets om meteen op te eten. Meestal groenten en vissticks. Of een gerookte makreel. Rucola en een blikje tonijn. Een halve komkommer. Makkelijk avondeten. Onderweg naar huis een kroket uit de muur en thuis een halve komkommer en een tomaat. En misschien een appel. Alle voedselgroepen vertegenwoordigd. Daarnaast heb ik espresso in huis en een waterkoker. Had. Dat moet ik zeggen, want ik heb nu kastruimte in mijn nieuwe huis, een grote ijskast, een vriezer en veel ruimte om mensen uit te nodigen om te komen eten.

Mijn vrienden komen niet eten. Dat kan je vergeten. Dat doen vrienden niet. Vrienden drinken. Eten niet. Nee, ik moet het hebben van mijn zusje, een enkele vriendin, of kennis, of lezeres en allicht mijn ouders een keer. Of andere familie. Een collega? Ik weet het niet. Misschien. Een oud-collega kan ook. Hoe dan ook, morgen komt er iemand eten. Twee iemanden. Vandaar de boodschappen. Als je eten moet maken heb je ook boodschappen nodig. Handig ook dat ik tegenwoordig een uur bezig ben om thuis te komen van mijn werk. Tegen acht uur was ik thuis. te laat om te trainen, maar tijd genoeg voor boodschappen.

Boodschappen van Peter anno 2007 gaan zo:

Hij pakt een kar en geen mandje, want een mandje zit zo vol en daar krijg je haast van en dat moet niet. Hij heeft altijd al haast. In 2007 gaat het rustig. Dat is beter & gezonder. Met veel vezels. Met het karretje loopt hij langs alle schappen. Doelloos. Hij ziet wel wat er in de kar komt. Wijn! Dat heeft hij nooit. Nu dus wel. Hoeveel flessen is normaal? Vier klinkt logisch. Ontbijtkoek! Dat is lang geleden, hij pakt er meteen twee. Dat is bijna een meter. Port! Ja, moet ook want Alkmaar is een kaasstad en dat is lekker met port. Citroensap. Handig voor sauzen. Prima. Dan ook maar limoensap. Thee. Koffie. Espresso. Zonnebloempitten. Gedroogde tomaten. Olijven. Vijf kleine flesjes whisky. Veel franse kaas? Vijf franse kaas. Hoppekee. Fris! Als hij dan toch bezoek gaat krijgen. Bier. Vissticks. Vijf pakken, what the hell, hij heeft een vriezer! Sla. Rucola. Veldsla. Gemengde sla. Munt. Rode peper. Uien. Knoflook. Halleluja! Wat gaat er veel in zo'n kar. Muesli! Dat heeft hij minstens 15 jaar niet gegeten. Hij pakt het grootste pak. Nog meer vezels! Evergreen. Afbakbrood. Een meloen? Het is hartje winter! Geeft niks. Die gaat ook mee. Gezellig. Een zak waxinelichtjes. Noten. Pecannoten. Cashewnoten. Pinda's. Spek. Kaas. En natuurlijk pannekoekenmix. Artisjokkenbodems. Invriesbroccoli. Sardientjes. Alsof hij vijftig jaar in een schuilkelder heeft geleefd.

Satéprikkers. Je weet nooit.

Mooi klaar ben ik met die gast. Goed, mijn alter-ego heeft alle kasten volgekocht met supermarktwaar, waar ik het bestaan niet van kende, dus ik heb wat in huis. Maar hoe moet ik daar in vredesnaam een coherent diner van bakken?

Nouja. Ik verzin wel wat.

Hij is trouwens de prosciutto vergeten, wat ga ik nu met die meloen doen?

Powered by Pivot. RSS Feed & ATOM Feed