Romkommer

Zaterdagavond is een mooie avond voor de Romkom. Mooi woord hè? Romantische Komedie. Romkom. Mannetje vrouwtje gelukkig, gebeurtenis, mannetje vrouwtje ongelukkig, gebeurtenis, mannetje vrouwtje gelukkig. Dat is ongeveer het plot, ik hoef er nog net niet bij te huilen. Mijn favorieten zijn eeh.. nouja, de Romkoms die ik me kan herinneren zijn bijvoorbeeld die met Julia dinges en Cameron Diaz en die andere met Hugh Grant, maar dan niet die eerste met die bruiloften, maar die in London met Julia hoe heet ze nou... Moore? Nee, ze heet anders. Ik kom er niet op. Hoe lui kan je zijn? Ik zit dit notabene op internet in te typen, dus je zou zeggen: zoek het even op! Maar ik kom er wel op.

Bij Romkoms hoef ik niet na te denken en het komt altijd goed. Bovendien zitten er niet zoveel plaatsvervangende schaamtemomenten in. Neem een willekeurige Nederlandse film uit de jaren tachtig. Zo genant. Dat onbeholpen geneuk is nog tot daaraan toe, maar vloekend klaarkomen is echt iets van de Nederlandse film. Rutger Hauer die niet jaaaaah, oooh of oeh roept tijdens zijn hoogtepunt, maar een welgemeend: godverdomme! En dan met je ouders op de bank zitten kijken met een miljoen ongestelde vragen in je hoofd. Gelukkig kon ik aan mijn vader altijd zien dat het hem ook niet lekker zat. Anders had ik het misschien nog weleens geprobeerd. Vloeken tijdens het klaarkomen. Nu moet ik er om lachen.

Dus Romkoms zijn onbekommerd, alles komt goed en je hoeft je nergens voor te schamen. Klinkt veilig. Ooit had ik een vriendin die iets heel naars meemaakte, het laatste serieuze vriendje vòòr mij was overleden. Dat was alweer wat jaartjes terug, maar dat zijn toch van die dingen waar je niet zo makkelijk mee omgaat. Maar ik ben een goede luisteraar en wij allebei smoorverliefd. In het prille stadium van onze verkering nam ik haar mee naar de bioscoop. Sleepless in Seatle. Romkommetje met Tom Hanks en hoe heet ze. Geen vuiltje aan de lucht, behalve dan dat de film begint met de begrafenis van de vrouw van Tom die op jonge leeftijd overlijdt. Al had ik vantevoren maar eventjes gekeken waar de film over ging, dan wist ik genoeg. Nu bekroop me het gevoel dat zij misschien dacht dat ik haar meenam naar die film met 'een bedoeling'. Of zoiets. Volkomen ongegrond, want ook deze Romkom liet ons volkomen onbekommerd. Ik maakte me druk om niks.

Vanavond moet ik oppassen. Vandaar dat ik hoopte dat er vanavond een mooie klassieker zou komen. Serendipity ofzo, of die met Richard Gere en Julia eeeh..ja die. Want Romkoms huur ik niet en ik koop ze ook niet. Dat staat een beetje suf in je boekenkast. Alhoewel ik weleens het plan had om Romkoms te verzamelen. Maarja. Verzamelen. Daar kan ik mijn aandacht nooit bijhouden. Misschien dat ik een mini-verzameling kan aanleggen. Haal ik straks even een Romkommetje uit de 5 euro bak. Mooi begin van m'n verzameling. Het wordt een verzameling van drie dvd's. De eerste, de beste en de laatste. Vandaag de eerste en ik hoor graag tips over de beste, zodat ik die ook kan kopen. De laatste stel ik nog even uit, maar dan heb ik mooi wel een bijna complete verzameling om over op te scheppen.

Raar plan? Ach, wat kan ik zeggen, ik ben gewoon een romanticus. Een Romkommer.

Roberts. Dat was het. Julia Roberts.

Grenzeloos vertrouwen

Grenzeloos vertrouwen. Heb ik. In Marco. Na de wedstrijd tegen Roemenië was ik wel aan het twijfelen. Dat geef ik eerlijk toe. Waarom stelt hij Seedorf nou niet op? En waarom speelt Van der Vaart zo ver naar achteren? En waarom niet twee spitsen? Waarom, waarom, waarom. Het is dat ik mentaal niet zo slecht in elkaar steek, anders had ik die wedstrijd niet afgekeken. Puur op mentaliteit dus.

Gisterenavond is mijn vertrouwen in Marco weer volledig hersteld. Hij traint met 9 tegen 9 en deelt hesjes uit voor een lekker partijtje. Dat hebben internationals nodig, want onder Van Gaal riepen ze altijd dat ze geen zin hadden in ingewikkelde training. Gewoon fit blijven, beetje opstelling oefenen, spieren warm houden en geintjes maken. Dat is al wat een international nodig heeft. Marco weet dat en maakt het gezellig. Dan kan het in de wedstrijd nog weleens fout gaan. Maarja, dat ging het niet. Of niet echt. We verloren niet en staan nog goed in de poule. Het gaat om kwalificatie.

Afijn, dit gezemel is al vier dagen op tv en in alle artikelen. Daar gaat het niet om. Het gaat om de lach van Marco. Op de vraag van een NOS-journalist (Maalderink?) waarom hij nu gaat spelen in formatie die hij niet heeft getraind en met mensen die nog nooit samenspeelden - een potentieel vervelende en offensieve vraag - schoot Marco oprecht in de lach. Haha, zei hij, ja met 22 man hebben we wel gericht getraind en je ziet wat daarvan komt, haha.

Marco is een virtuoos. Hij goochelt en hij knutselt wat, maar uiteindelijk bereikt hij ineens z'n doel. We kwalificeren ons en we worden nog Europees Kampioen ook. En daarna begrijpen we pas wat Marco bedoelde. Vanavond tegen Slovenië wordt een inmaak-partijtje met de kwaliteit van het spel tegen Ierland en Koevermans maakt er zeker twee.

Zomertijd

Nog even,
en dan staat het klokje in je auto ook weer goed

Maandgetijden

Man wat ben ik het zat. Die kutmaand met z'n kutweer. Doe gewoon of regen of wind of zon, maar niet alles tegelijk door elkaar. Het slingert maar heen en weer, ik kan er geen vat op krijgen. Ik fiets door het ochtendzonnetje naar mijn werk, honderd meter verder word ik van mijn fiets geblazen, weer honderd meter verder sta ik in een sneeuwstorm die overgaat in stralend weer en dat gaat weer over in een hoosbui die me van alle kanten doorweekt. Inclusief de binnenkant. Allemaal in een fietsrit van een paar minuten.

Het ergste is dat ik niet weet hoe ik me moet voelen. Het weer bepaalt toch waar je zin in hebt. Ik vind regen en sneeuw niet zo erg, maar dan krijg ik bijvoorbeeld zin in erwtensoep of rookworst, die ik dan tegen zes uur 's avonds in de stralende zon zit op te eten en net als je er een roseetje bij opentrekt schreeuwt de aanwakkerende sneeuwstorm om een kopje warme chocolademelk. Wat ik natuurlijk niet in huis heb. Het klopt niet. Niks komt me uit.

Dat is nu al heel maart het geval. Het komt niet uit. Beter kan ik het niet uitleggen. Maart is besluiteloos. Maart haalt het bloed onder mijn nagels vandaan. Maart maakt me zielsgelukkig. Woedend, chagrijnig, euforisch, boos, vrolijk, geïrriteerd en verdrietig. Maart is manisch depressief...

Zo! Die komt eventjes hard aan. Ik weet ineens waar die stemmingswisselingen me aan doen denken. Ik heb namelijk weleens samengewoond met een manisch depressieveling. Je zal het maar hebben. Lullig. Je zal er maar mee samenleven. Dat valt ook niet mee.

Klinkt een beetje egoïstisch, maar dat heb je weleens als je met iemand samenleeft die heel ziek is. Dat je liever zelf ziek bent. Als je ziek bent, piep je wel anders, maar goed, ik zei ook niet dat ik gelijk had. Zo voelt het gewoon. Machteloos. Je ondergaat het maar. Verlangen naar wat het was of ooit zal worden. Geen zin in het nu. Een typisch maart gevoel.

Heavy shit niet? Nou, zo heavy is het allang niet meer en maart is eigenlijk niet manisch depressief. Dat is namelijk écht ziek. Maart is juist net niet ziek. Ken je dat? Je voorhoofd zeurt, je keel broeit en 's nachts voelen je lakens koud en klam, maar je bent niet ziek. Bah. Het wordt tijd dat ik wel ziek word. Of beter. Ook goed. Maart roert gewoon zijn staart, zeggen ze. Ik zeg: maart doet maar wat. Maart kan niet kiezen, het is geen winter en het is geen lente. Maart is onduidelijk, een zomerjas met een dikke sjaal.

De wind is gaan liggen. Het is lekker buiten. Zachtjes winterweer. Zo van dat het tijd is voor Irish Coffee aan zee. In een strandtent. Dromen van de zomer. Lange dagen, warme nachten. Koele briesjes, koude biertjes en volle terrassen. Eventjes nog, dan is het lente. En dan nog eventjes. Dan is maart ook voorbij.

Brrr, ik zet de verwarming aan. Het is alweer gaan sneeuwen

Yes!

Braamhaar heeft gejuicht bij de laatste goal van Ajax. Niet omdat hij voor Ajax is (hij heeft niets met die club), maar omdat hij een voordeelsituatie door liet gaan waaruit dus een doelpunt viel. Het vijfde doelpunt van Ajax. Als een tennisser die in de loop een fantastische passeerslag langs zijn tegenstander mept of als een voetballer die een bal vanachter zijn lichaam toch in het doel weet te rammen. Zo'n juich. Een gebalde vuist en een welgemeend 'yes' van binnen.

Zulke mensen moet je toch koesteren, die zo kunnen genieten van een fluitactie of eigenlijk geen fluitactie. Braamhaar is fanatiek in wat hij doet en als het lukt dan juicht hij. Wat een passie.

Dus reken maar dat hij baalt als hij een foute beslissing maakt. Na een goed zichtbare en bekritiseerde fout komt Braamhaar thuis en gaat nors op de bank zitten. Zijn vrouw brengt hem een biertje, maar dat slaat hij nors uit haar handen. Net zoals Van Nistelrooy dat heeft met bidonnen. Misschien verkoopt Braamhaar zijn hond nog wel een schop. Wie weet.

Maar afgelopen zondag had hij zijn revanche. Met een mooie actie. Hij zag de overtreding en hij zag de situatie. Hij haalde adem met zijn fluit in zijn mond, maar strekte eerst zijn beide armen vooruit. 'Voordeel, voordeel!' zo gebaarde hij. Op de toppen van zijn tenen zag hij hoe de situatie een goal werd, draaide zijn armen naar de middenstip en blies de opgespaarde lucht door zijn fluitje. Maar niet voor een overtreding. Voor een goal.

Yes!

Aupe haah

Vandaag kwam de schoorsteenveger. Hij had geen hoge hoed, maar hij rook wel naar vuur. Leuke kerel. Hij kwam uit Alkmaar, maar was overduidelijk geboren in Den Haag. Het sneeuwde en het was erg slecht buiten dus hij was blij dat hij niet het dak op hoefde. Omdat ik een open haard heb, kon hij het van binnenuit doen. Zo gebeurd. Kwartiertje werk en nu heb ik een veegbewijs. Als de boel in de fik vliegt, dan ben ik verzekerd. Toen namen we nog even een bakkie koffie.

'alleen met suikah'
'ik dacht dat je van bovenaf moest vegen?'
'ja maar dit kan ik van binnen vegah'
'waarom dan?'
'nou, je hebt een brede schouw en een aupe haah'
'Oh'

Haha, hij woont al 25 jaar in Alkmaar, maar bij open haard gaat ie goed de mist in. Mooie kerel, die schoorsteenvegah.

Oh Oh Den Haag

'Schiet die kutbal dan gewoon weg!' foetert Rose. Zonder publiek in het stadion van ADO kan je goed horen wat de spelers elkaar toebijten, alhoewel ik denk dat de microfoon en dus de kijker de opmerking beter hoorde dan zijn medespelers. Opgewonden standje trouwens die Rose, want eerder kon je zijn medespelers al manend horen roepen 'Rustig Yuri, rustig, blijf rustig' nadat er een kleine overtreding op hem werd begaan. Kennelijk is Yuri gauw boos, dat ze hem al tot rust manen voor hij kwaad wordt.

Nadat Haverkort slechts geel trekt voor het neerhalen van een doorgebroken speler krijgt hij een flinke duw van Medunjanin. Haverkort laat het gaan, omdat hij heeft gevoetbald, weet de presentator te melden. Scheidsrechters die niet gevoetbald hebben, weten immers niets van de emoties van een voetballer. Is dat logisch? Is hem vast ingefluisterd door Johan Derksen die immers vindt dat iedereen die niet gevoetbald heeft niets heeft te zoeken in het voetbal. Dus ook geen scheidsrechter worden. Jammer dat de meeste voetballers wel uitkijken om scheidsrechter te gaan worden. Als je genoeg geld hebt, ga je je echt niet voor een nuts en een reisvergoeding in een leeg stadion een beetje heen en weer laten duwen.

Pascal Bosschaart (wat is er in hemelsnaam met hem gebeurd, nadat hij bij Feyenoord zou uitgroeien tot de vaste linksback van het Nederlands elftal?) zegt na de wedstrijd dat er geen strijd is en geen wil om te winnen en dat hij het ook niet snapt. ADO is nu immers echt bijna dood. Bedoelt ie nou zichzelf? Want godallemachtig! Hij deelt als geen ander in de malaise. Lex Schoenmaker doet ook nog eventjes flink sarcastisch. Na de wedstrijd. Over Sjaak Polak.

En Sjaak Polak was het enige behoorlijke wat Den Haag nog te bieden had in het Zuiderpark.

Vroege lente

Soms als je even door moet, dan is het wel lekker als de zon schijnt. Niet dat het zwaar is. Niet zwaarder dan een normale maandagmorgen. En over winter moet je niet zeuren. Het is een klein stukje naar het station. Echt maar vijf minuten. Dus wind of regen maakt niet uit. Kou al helemaal niet. Ik heb het niet eens in de gaten. Maar vanochtend stond het plein in lichterlaaie. Van de extra lage maartse morgenzon. Met een klein briesje. De meeuwen zijn gewoon nog aan het strand. Gisteren was het ook mooi, dus op het strand is genoeg te eten.

Normaal komen de meeuwen op maandagmorgen naar de stad. Voor het feestmaal. Vuilnis. Ze stropen de stad af. Trekken de zakken open en pikken de patatten tussen het verschaalde bier vandaan. Met veel kabaal. Maar niet als het mooi weer is. Dan blijven ze rustig aan het strand en worden wakker van de branding. Tussen de planken van de terrassen ligt verse waar. De stad was gisteren aan het strand. Denk ik. Heb ik gehoord. Er is eten zat, de zon schijnt, dus waarom naar de stad gaan als je rozig van het zonnetje je veren kan wassen in fris zeewater en je poten kan schuren in het zand. Geen meeuw te bekennen dus. Vanochtend. In de stad.

Andere vogels wel. Voorzichtig zingen ze zacht een liedje. Zo'n beetje van de lente komt eraan en gezellig enzo. Geen verveelde meeuwen in stad. Hooguit nog een mus, of een vink of een mees. Of hoe heten al die vogels. Ze zingen in ieder geval, ze kraaien niet. De meeuwen schreeuwen er niet doorheen.

En als je maandagmorgen toch weer naar de trein moet fietsen, ook al wilde je nog wel een potje niet nadenken op een lap gras met juichende supporters. Met een biertje toe. In de zon. Als je toch je wekker hoort en naar je werk vertrekt. Best wel chagrijnig. Dan wel. Als je het eigenlijk niet verwacht. Dan staat het plein vlakbij mijn huis in lichterlaaie van de morgenzon en zingt een mus wat voor zich uit terwijl hij een patatje eet. En een Turkse pizza. Dan denk je toch dat je het misschien wel gemist hebt. Zo'n lentedag. Met zon enzo.

Ook al zeg ik altijd van niet.

Hoerenstraat

Omdat mijn huis en de parkeergarage waar mijn auto staat worden verbonden door een heuse rosse buurt, loop ik vaak over de wallen van Alkmaar. Of eigenlijk de wal van Alkmaar, want het is één straat. De Achterdam. Ik loop vaak over de Achterdam. Twee keer kwam ik al bekenden tegen, die allebei dezelfde zenuwachtige grap maakten. 'Hoi! eeh...hahahaha, we hebben elkaar niet gezien hè!' De eerste keer snapte ik hem niet meteen, want ik liep gewoon met een tas met boodschappen, dus ik knikte maar vriendelijk begrijpend terug. Pas op de drempel van mijn huis snapte ik wat hij bedoelde. Ja, ik woon hier idioot! Dacht ik nog. Haha.

Vorige week stond er een halvegare driftig op het raam van een hoer te kloppen. Een echte halvegare, zo één met hoge schoenen die is blijven hangen op het verstand van de lagere school. Ontwapenend figuur. Hij staat dus driftig te kloppen op het raam met zijn fiets nog tussen zijn benen en een grote glimlach op zijn gezicht. Ze doet open. 'Karina, Karina! Moet je voelen!' Hij aait met zijn hand over zijn kaalgeschoren hoofd. 'Ik ben naar de kapper geweest!' Karina aait hem over zijn bol.

Gisteren kwam er een man naar buiten die ik een kwartiertje eerder naar binnen zag gaan. Hollandse jongen, beetje bouwvakkerstype, maar wel van het ijdele soort. Dus met langer haar, een zonnebankgloed en een iets te strakke broek. Ik hoorde niet wat hij zei, maar zijn vriend zei: 'Ja? Kwam ze klaar? Wohohohoo. En mocht je zoenen?'

Sjonge! Ik schoot in de lach (oppassen, want hoerenlopende bouwvakkers hebben weinig gevoel voor humor) en liep ze schaterend voorbij. Ze hadden het niet in de gaten, want ze moesten opscheppen over hun hoerenbezoek. Tsja. Klaargekomen, tuurlijk. Dat geloof ik meteen.

Een hoerenstraat is een waar fenomeen.

Gezinsleven

'Kijk, dat is nou wat voor Peter.' Mijn zus kijkt triomfantelijk naar mijn moeder. We zitten met het hele gezin op Terschelling aan de dinertafel. Het enige echte kind in ons gezin is de éénjarige ruwharige teckel Femke en de enigen aan tafel met een succesvolle relatie zijn mijn vader en moeder. Op zich is dat tegenwoordig al heel wat natuurlijk, gelukkige ouders. Mijn zus doelde overigens op de blonde serveerster die ons allervriendelijkst het eten kwam brengen. Dat vond ze wel wat voor mij. Mijn moeder vond het ook wel.

Aan het ontbijtbuffet zijn we het enige gezin waarbij de kinderen op gewone stoelen zitten in plaats van op verhoogde kinderzitjes. Er is niemand die zo naar ons kijkt hoor, maar het is voorjaarsvakantie en er zijn een hoop kinderen vrij. Zo'n hotel is mooi makkelijk. Ik vind het heerlijk. Ons gezin is met zijn viertjes prima op in balans. We kunnen rustig niks zeggen en ontbijten of met zijn allen besluiten vooral geen spelletje te doen. Hoe anders zou dat zijn als mijn zus en ik allebei onze verkering mee zouden brengen.

Als ik alleen al terugdenk aan de gedwongen winkelnering van schoonzussen en zwagers. Ik heb helemaal geen klagen over de vriendjes van mijn zus hoor, maar zodra die mensen moeten deelnemen aan gezinsactiviteiten begint het gelazer. Ik stel me zo voor dat we met four-wheel drives over het strand hadden gereden of weet-ik-veel wat voor dom museum hadden bezocht. Of de godganse dag bestookt zouden worden met weetjes over het eiland. Dingen die je doet als je in een vreemd gezin terechtkomt.

Vaak genoeg meegemaakt. De gewoonten en vooral de stiltes van de schoonfamilie zijn vaak onbegrijpelijk en ongemakkelijk tegelijk. Van de weeromstuit gaan schoonzusters de boel gezellig maken, toastjes klaarmaken en spelletjes klaarzetten. De mannen gaan verhalen vertellen of klooien met meegebrachte laptops die zo nodig op de tv aangesloten moet worden.

Uiteindelijk als iedereen net even te dronken is worden de spelletjes heel erg vervelend, omdat de vrouwen het liefst de regels de hele tijd aanpassen aangezien het niet de bedoeling is dat iemand het spelletje ook wint. Dat geeft alleen maar problemen. Als het spel uiteindelijk ophoudt – zonder duidelijke winnaar – komen er hoogoplopende discussies over voetbalclubs en integratie. Vooral bij het laatste blijken de inzichten niet zelden onverenigbaar.

Na dit alles kan je je eindelijk samen met je meisje terugtrekken in je hotelkamer. Denk je. Eerst wordt er echter nog even nagekaart over wat je fout gedaan en gezegd hebt tijdens het samenzijn met haar familie. Doodvermoeiend.

Mijn vader pakt zijn hagelslag van het kinderbuffet. Mijn moeder kijkt het hoofdschuddend aan, terwijl mijn zus en ik naar elkaar gniffelen om het tafereel. De blonde serveerster komt het tafeltje naast ons opruimen. Veelbetekenend stoot mijn zus mijn moeder aan. Ik moet erom lachen.

Als je toch bedenkt wat voor energie zo'n ontbijt zou kosten met je pas verworven vriendin aan je zijde, ben ik toch maar mooi gelukkig alleen.

Flop

Vrijdag gaat dood. Het klinkt wellicht wat cru, maar vrijdag heeft zijn beste tijd gehad. Vrijdag heeft er geen zin meer in. Dat komt gewoon omdat hij al veel te lang hetzelfde doet. Hij begint steevast om 8 uur in dezelfde kroeg met dezelfde mensen een biertje te drinken. Op rekening want ze blijven daar op zijn minst nog 3 uur hangen. Het klinkt ouderwets gezellig. Het is ouderwets gezellig. Maar ouderwets houdt niet van verandering. Ouderwets houdt van lekker alles hetzelfde. En omdat vrijdag en ouderwets al een jaar of wat samengaan zit er weinig schot in de zaak.

Het leek even beter te gaan. Een spel! We gaan een spel doen. Het spel der spellen voor alle mannen op de hele wereld. Pokeren. Natuurlijk zijn er ook vrouwen die pokeren, maar dat is anders. Vrouwen kaarten om dezelfde reden als ze ook gaan winkelen. Zonder doel. Zonder winstoogmerk. Gewoon voor de beleving. Dat zou wat zijn, als wij dat ook eens konden. Helaas moet er gewonnen worden. Vrijdag leerde alle termen uit zijn hoofd. In plaats van oerhollandsche kaarttermen als pas, kaart en troef roept hij nu andere termen. Flop, turn, river en kicker. De mensen staan nieuwsgierig om de tafel heen, ze vragen naar wat er gebeurt en zijn onder de indruk van de bonte stapels fiches die voor de neus van de spelers liggen. Stack. Zo heet dat. Het draait allemaal om jargon.

Eventjes is dat leuk. Maar het is niet meer dan een midlife-crisis. Nog twee jaar en dan zit vrijdag achter de geraniums, met zijn Harley Davidson onder een doek in de garage. Alles gaat voorbij. Ook al wil je niet. Maar het geeft niet. Als vrijdag er niet meer is, of echt veel te oud, dan is er altijd nog zaterdag. Of zondag. Of zoveel dagen in de week. Andere dagen met andere dingen en misschien wel andere mensen. Het geeft niet. Vrijdag komt er wel weer bovenop. Als etentje voor een groep vriendinnen of als seizoenkaart voor een voetbalclub. Daar moet je niet om treuren.

Alleen vrijdag weet het nu nog niet. Hij ontkent er flink op los. Hij hijst zijn dikke reet in een leren broek en rijdt tegen beter weten in op z'n Harley naar zijn werk en zonder helm naar het strand. Vliegen slaan in als kogels, maar hij wil het niet weten. Zijn vrienden halen hun schouders een beetje op. Ze laten hem gaan. Zulke dingen moeten nu eenmaal. Alles gaat voorbij.

Pokeren.

Als je het echt niet meer weet.

Snoozen

De mooiste avonturen beleef ik 's-morgens vroeg. Vlak nadat mijn wekker voor de eerste keer is gegaan volgen er steevast negen heroïsche minuten waarin ikzelf natuurlijk de held ben. Laten we zeggen dat iets meer dan de helft gaat over voetbal. Meestal pak ik een onmogelijk hard schot uit de kruising en rol dan de bal voor me uit om het spel voort te zetten. Er komt iemand op me af en ik wil de bal wegspelen, maar niemand biedt zich aan en ik kan niks anders doen dan uitwijken naar rechts. Omdat de speler in kwestie te hard op me inkomt, zie ik kans hem te omspelen en loop op de rechterflank. Daar gebeurt ongeveer hetzelfde. Ik kan de bal weer niet kwijt en weet ook deze tweede man te omspelen. De tegenstander klapt nu de buitenspelval open.

Even voor de leek. Dat betekent dus dat de tegenstander massaal naar de middenlijn rent, zodat iedereen die nog van ons op hun helft aanwezig is, automatisch buitenspel staat. Er zit dus niets anders op dan de bal zo'n twintig meter voor me uit te spelen op de lege helft van de tegenstander en zelf achter die bal aan te rennen. Niemand verwacht dat natuurlijk en ik dender op het vijandige doel af met de bal aan mijn voet en 21 man in mijn kielzog. Zonder aarzelen schiet ik de bal van de punt zestien meter diagonaal in de verre kruising en met nog één seconde van de laatste minuut op de klok halen we het kampioenschap binnen.

Maar er zijn ook dromen over miraculeuze reddingen. Reddingen in het doel, maar ook op straat of in het verkeer. Er zijn dromen van veroveringen. Dromen van verering. Dromen van mooie auto's, mooie huizen, verre reizen en alwetendheid. Steeds in periodes van negen minuten. Van het afgaan van de wekker tot de eerste snooze. De tweede snooze. En soms zelfs de derde snooze. Snoozen is super!

Mijn snooze-dromen zijn echter wel een beetje simpel. Jongensdromen. Het zijn bijna dagdromen. Echte dromen heb ik ook wel hoor. Met vage ontmoetingen en bizarre wendingen. Of soms misschien wel sex. Die zijn heel anders, die laten eerder een gevoel achter dan een herinnering. Snoozen laat allebei achter. Een prachtige herinnering - onder de douche begrijp ik pas dat ik mezelf voor de gek houd - en een prima gevoel. Alsof ik iets gewonnen heb.

Zo word ik meestal wakker. Lekker toch?

Powered by Pivot. RSS Feed & ATOM Feed