Ode aan Henk Spaan
Ik heb altijd gedacht dat het Harry was, van de humor. En hele generaties met mij. Een misverstand. Sorry Henk.
Ik heb altijd gedacht dat het Harry was, van de humor. En hele generaties met mij. Een misverstand. Sorry Henk.
'hee, ben je thuis'. Mijn bel doet het niet, mijn telefoon wel. Even zien waar ik woon, ze waren op de taptoe geweest. De taptoe in Alkmaar wordt op een steenworp afstand van mijn huis gehouden. Mijn moeder pinkt nog altijd een traantje weg bij elk passerend harmonie-orkest. Dat is omdat ik vroeger bij de harmonie zat. Eigenlijk zat ik bij het tamboerkorps. Ik moest erop, want anders mocht ik geen drummer worden. En ik wilde wel drummer worden. Mijn ouders hadden vrienden en die hadden een zoon die heel goed kon drummen en die had zelfs nog een drumstel van Huub Jansen gekocht. Ofzo. Huub Jansen is voor vroegere generaties een begrip op een drumstel. Dutch Swing College Band. Bart Brandjes was de naam van die zoon. Voor de volledigheid. En hij had ook op de drumband gezeten. Want zo noemden wij zelf ons tamboerkorps.
Ik zwoer dat ik wel drummen zou leren, maar nooit de straat op zou gaan in een stom pak. Maar goed, twee jaar later, 2 tamboerdiploma's en 133.000 dikke-vette-panne-koeken verder stond ik met een wit broekje, een blauw jasje en kolbak op Sinterklaas binnen te halen aan de binnenhaven van Uitgeest. Volgens mij pinkt mijn moeder nu al een traantje weg. Er zijn ongetwijfeld foto's van, mocht ik ze tegenkomen zal ik ze jullie niet onthouden, want de schande was ik toen allang voorbij. Je vraagt je af waar die pannekoeken voor zijn hè? Die zijn om roffelen te leren. Snappie? Het zijn dingen uit verleden, mij bijgebracht door de heer Honing. Uit Krommenie. Een tamboergrootheid. Meneer Honing is overleden, dus die heeft de spellingswijziging nooit meegekregen. Pannenkoeken. Die zijn om te eten.
'Mooi huis!' Oja, er zijn mensen binnen. Gezellig. Ze vinden mijn huis mooi. En mijn drumstel. Ik laat ze Guitar Hero II op de X-box zien. Ik speel mijn virtuooste nummer op dat ding. Hartstikke goed. Maar op de plek waar nu een speelgoedgitaartje hangt, hing vroeger een echte twaalfspanner. Een dijk van een snaartrommel. Met een machtig geluid. Als je meedeed aan de taptoe - ook in Alkmaar - dan was het defilé het mooist. Vooral door de kleine straten waar het geluid wel vier of vijf keer terug kwam en alles uit zijn voegen trilde. Schitterend! Je vergat die stomme kolbak meteen.
Toen kende ik trouwens toch niemand in Alkmaar.
Echt, ik heb nooit geweten dat het paardenworst was. Ik heb altijd metworst besteld. Vorige week nog, toen de man naast mij 3 paardenworsten bestelde en de slager ze van mijn stapel afhaalde. Mijn stapel metworsten! Ik bleef in ontkenning. Ik heb vorige week gewoon vier boterhammen met dikke plakken worst gegeten. Lekker. Maar de smaak werd al minder. Ik vraag me af waar ze al die paarden vandaan halen. Bestaan er slachtpaarden? Nee toch..net als varkensflats? Ik heb vandaag nog wel een plakje gegeten van de toonbank. Maar het is niet lekker meer. Het smaakt naar paard. Ik lust geen paard. 'Nee, geen metworst, grilworst'. De slager keek me vreemd aan, want grilworst is van varkens. Hoop ik.
Voel jij je ook zo oud als er weer een vrouw zwanger is? Beetje in paniek! Elke keer tel ik dan weer 9 maanden bij mijn huidige leeftijd plus op zijn minst een half jaar om haar een beetje te leren kennen. Wie? Nou, de moeder van mijn kinderen. Maar dan ben ik dus opeens stokoud. Snap je? Uiteraard kan ik tot mijn zeventigste kinderen maken, maar de vraag is dan of mijn zoon op zijn dertigste verjaardag zijn seniele vader van 100 nog komt bezoeken in het tehuis? Samen met zijn 50-jarige moeder? Die loopt er dan ongetwijfeld strak en rimpelloos bij, als een ingespoten kipfilet.
Nee, ik denk dus ook van niet. Misschien dat ze tegen die tijd mijn hersens in een laptop kunnen stoppen en ik holografisch in een lichaam naar keuze aanwezig kan zijn. Dat de kinderen van mijn zoon het leuk vinden om door opa heen te lopen, aangezien ik dan niet meer dan een illusie van licht ben. Wel één die leuke verhalen kan vertellen, maar toch. Ik denk dat ik mijn holografische zelf gauw zou inruilen voor een Teletubby gedaante, of wat er over ruim een halve eeuw populair is bij peuters. Zielig hè. Echt, het zou menselijker zijn als mannen zich boven een leeftijd van pakweg 40 jaar ook niet meer kunnen voortplanten.
Maar, dan moeten we verplicht aan de mannenpil. Anticonceptiepillen voor mannen. Ik vind het al gekkenwerk voor vrouwen. Die pil. Het is toch waanzin dat je van je tienertijd tot je dertigste de pil blijft slikken? En voor weet ik veel hoe lang daarna? Ik vind het waanzin. Ik zou het niet doen. Vergeet het maar, alleen al de bijwerkingen. Zie je het voor je? Op zondag moeten voetballen en dan tegen je trainer zeggen dat het niet zo lekker gaat omdat je zoveel vocht vasthoudt. Hij ziet me al aankomen.
Waarom zitten die dingen trouwens in strips geordend met alle dagen van de week? Dat is om het te onthouden toch? En ik al die tijd maar denken dat er precies 28 verschillende pilletjes in zo'n strip zaten, omdat het uitmaakt welk pilletje je op welke dag inneemt. Ik weet zeker dat er veel mannen zijn die dat denken. Of ben ik de enige eikel onder alle mannen? Hoe dan ook, het maakt geen moer uit! Je kunt net zo goed een grote glazen pot met pillen hebben staan, naast de vitamine C. Als je die boel maar slikt. Maar nee, het zit keurig in madiwodo-strips. Zouden vrouwen te vergeetachtig zijn? Dat ze 's avonds al vergeten zijn wat ze 's ochtends innemen? Of is het gewoon alleen maar handig?
Ja, natuurlijk is het handig! Dat snap ik. Het is ook handig. Ik ga nooit rechtstreeks mee de slaapkamer in. Eerst even de strip in de badkamer checken. Gelukkig. Ze heeft hem genomen vandaag. Die pil. Ik ben niet gek.
En nog lang geen zeventig.
Zo hee, gisteren vrij was wel ff lekker. Hehe.
Kon eindelijk mijn werk afmaken.
Kolere, wat is mijn bureau een bende. Je zou zeggen dat als je niet lekker in je vel zit, dat je huis dan een bende wordt. Maar nee, bij mij werkt dat op mijn bureau. Zou het helpen als ik het eens opruim? Begint het bij het opruimen van je huis, dan je bureau en dan je hoofd? Is dat de volgorde? Volgens mij niet.

Eigenlijk heb ik het geduld niet meer om af en toe een behoorlijk stukje te bloggen. Dingen, weetjewel, aan m'n kop. Dingen. Heb je ook weleens dingen aan je kop? Nou dan weet je wat ik bedoel. Je zou kunnen zeggen dat je juist die dingen moet bloggen. Dat klopt. Maar daar moet je ook de energie voor hebben. Het zijn wel hartstikke interessante dingen. Sjoh! Echt wel. Geloof me, je zou het hier graag lezen. Maar dat gaat me nog even te ver. Dat moet nog wachten. Want ik trek het niet om dat nu op te schrijven. Heftig he, klinkt dat. Nou dat is het soms ook wel. Heftig. Vervelend hoor, maar ook weer niet zo erg. Heftig is wel eens goed voor een mens. Dat je een beetje door elkaar geschud wordt.
En nu het schudden langzaam minder wordt, krijg ik zomaar weer iets anders uit mijn vingers dan de tweekelijkse column. Want die moet natuurlijk. Die column. Bloggen moet niet. Langzaam he, zei ik. Ik kan geen garanties geven over eventuele volgende stukjes. Of dat ze leuk zijn. Dat hangt van zoveel dingen af.
Het zit eraan te komen. Ik voel het.
Zo. Dat is voorbij. Dat gedoe met die zomer. Altijd maar stress om die zon die wel of niet zal komen. In de herfst is dat veel makkelijker, dan heb je gewoon precies het weer wat je verwacht. In de zomer is het alleen maar hopen. En hoop doet niet leven, nee hoor, hoop doet klagen. Is je dat nooit opgevallen? Hoop doet leven is zo'n spreuk uit halverwege vorige eeuw toen witbrood nog een traktatie was en zwartwit tv bijzonder modern. Tegenwoordig doet hoop klagen.
Nu wordt het weer lekker herfst. Het miezert een beetje, het is een beetje grauw, het is niet echt warm en morgen is het ook ongeveer zo. Straks gaat de verwarming aan in huis. Het is weer lekker om in bad te gaan, naar de sauna en als je van buiten een kroeg binnenstapt is het er aangenaam en gezellig. Met lichtjes en knus. Overdag zit je niet de hele dag te peinzen of je nu een barbeque gaat organiseren of niet. Er gaat niemand met een bootje varen en de rosé hoeft niet koud te staan.
Misschien ben ik ook wel een herfstman. Als het herfst of winter is, dan vind ik televisie kijken bijvoorbeeld heerlijk. Het liefst in een joggingpak en met een pot thee. De lichtjes van de stad schijnen door de gordijnen naar binnen, ik kruip in de kussens van mijn bank en ben heerlijk op mijn plek. In de zomer daarentegen, is mijn huis een onaangeroerd vakantiehuis. Niks te beleven. Elke week maak ik een bord, een mes en een beker vies. Meer niet. Welbeschouwd een museum. Een soort kasteel van Versailles waar je doorheen kan lopen en je kan zien hoe de koning van Frankrijk vroeger leefde. Zo kan je bij mij zien hoe ik in de winter leef. Ik heb nog geen gouden paaltjes met een dik rood koord om mijn bed heen staan, maar verder staat mijn huishouden stil.
Want wie kookt er nou in de zomer? En ook de televisie is waardeloos en omdat het weer waardeloos is, is er uiteindelijk helemaal niets te doen. Iedereen is weg of iedereen vraagt wanneer je weggaat. En dat ging ik niet. De stad is vergeven van de toeristen die allemaal hetzelfde doen als iedereen als het weer te slecht is voor het strand. Ze gaan naar de stad. Het halen van een halfje bruin duurt eeuwig, omdat de toerist minutenlang als een walvis staat te kijken alvorens iets te bestellen. De bakker lacht zich rot om de overvloedige euro's die worden neergeteld voor natte broodjes kaas uit de vitrine. Hij hoopt op nog zo'n zomer.
Ik hoop de hele zomer van harte dat het voorbij is, zodat het weer herfst kan worden. Dat is tenminste een duidelijk jaargetijde. Net als de winter. December, met vaste vrije dagen, waarop iedereen vrij is. En als het dan december is dan hoop ik dat we toch een mooie zomer krijgen en dat ik verliefd word en ik de hele zomer dronken ben van geluk. Hoop doet leven.
Want mij hoor je niet klagen. Toch?